Zoals uitgestippeld en aangekondigd in een eerdere blogpost, is hier het eerste deel van het WW-Traject. Voorlopig zijn er drie oefeningen beschikbaar:
Level 1: onvoltooid tegenwoordige tijd voor werkwoorden met stammen die niet eindigen op -d en bijhorende inversies.
0 stemmen, 0 gem
8
Level 2: enkel werkwoorden met stammen die eindigen op -d
0 stemmen, 0 gem
2
Level 1+2: een mix van de twee bovenstaande oefeningen:
Deze leesoefening gaat uit van het gedicht ‘Ben Ali Libi’, een ingekorte versie van het wikipedia-artikel en een advertentie van de kunstenaar zelf. Je kunt de oefening zelf digitaal uitproberen, maar er is ook een papieren versie opgenomen in het pakket.
Het gedicht van Wilmink is geniaal in dat het de kwestie bijna zo pijnlijk stelt als Het dagboek van Anne Frank dit doet: wat heeft een meisje van 14/een goochelaar misdaan om dit lot te verdienen? Beide verhalen dragen de verschrikking uit zonder zich in gruwelijkheden te verliezen. We weten hoe het afloopt: een daarom is de afloop het begin van het gedicht.
De derde tekst is de laatste vermelding in de Nederlandse kranten van de naam voor meer dan vijftig jaar.
Het Joodsche Weekblad, 5 juni 1942
Ik was hier niet naar op zoek: ik zocht gewoon een illustratie. Een conclusie dringt zich onmiddellijk op: de vrienden van de weduwe Rost waren niet nodig om Ben Ali Libi te arresteren. Midden 1942 staat hij nog mij naam en adres in de krant. Die krant is een uitgave van de Joodse Raad en dat is een door de Duitsers opgericht orgaan. En zelfs dat was niet het probleem: elke Jood was immers al lang geregistreerd en verplicht en ster te dragen. Dit had het begrijpelijke gevolg dat hoe dichter je bij de Joodse Raad stond, hoe groter de kans was dat je familie ontzien werd.
Alleen in dit strookje vinden we al drie personen met naam en adres die de bezetter zou kunnen gaan arresteren. Naast onze goochelaar is er nog Siegfrid Courant en J. Sloghem. De laatste werd uiteindelijk ook gearresteerd, maar overleefde de kampen. Met Courant liep het niet anders als met Ben Ali Libi:
De perversie van oorlog is niet het menselijk leed, dat is het drama van oorlog. Dat vrienden, buren, geloofsgenoten elkaar beginnen verraden, dat is de perversie van oorlog.
Kruispunt Waalstraat-Merwedeplein, Amsterdam, Google Maps
Het is opvallend hoe het verhaal terug dat van de familie Frank raakt als we de afstand tussen de twee gezinnen bekijken: letterlijk een boogscheut. Er zijn echter grote verschillen: de Franks waren ‘nieuwe Nederlanders,’ pas eind 30’er jaren in Amsterdam gearriveerd en niet zo sociaal ingebed als sommige andere Joodse Nederlanders in Amsterdam. Misschien was dat net de reden dat Otto Frank het zeker voor het onzekere koos?
Vaak is de genialiteit van de auteur -en dat geldt hier a fortiori voor Willem Wilmink- niet in het maken van de stof, het verhaal, maar het kiezen en ensceneren ervan. Zoals je hieronder hoort vertellen door Joost Prinsen, was de keuze van het onderwerp bij Willem heel snel gebeurd. Het maken van het idee tot een gedicht, een echte tekst, heeft soms veel langer nodig. Het idee was al klaar: “De nazi’s willen de hele wereld gaan domineren, maar dan moeten wel eerst even die goochelaar opruimen, anders lukt het niet.” Zo geformuleerd, raak het niemands koude kleren; het is de uitvoering (enscenering) van dit idee in concrete verzen, die het gedicht de kracht geven die iedereen ervaart.
Alles is nu anders, maar eigenlijk is het allemaal hetzelfde. Deze les is een oefening op tekstfuncties, met authentiek tekstmateriaal (1830-1960) uit kranten. Probeer de les zelf uit:
Wat is er schandalig aan dating apps? Je grootvader zat niet constant op z’n smartphone, maar wel in z’n krant. Je grootmoeder heeft nooit Tinder gebruikt, maar werd misschien wel via de krant aan de haak geslagen door een flinke, gegoede boerenjongen.
Dit is mijn advies aan leerlingen: breng een krant mee naar school, je kunt er bijna alles mee:
News app: nieuws lezen: natuurlijk
Games: kruiswoordraadsels, sudoku’s en andere puzzels
Spotify: je ontdekt nieuwe muziek in de muziekrecensies
Tinder: je vindt een nieuw relatie via de contactadvertenties
Ebay: je kunt je oude spullen kwijt en zelf koopjes vinden
Netflix: ook is er elke dag fictie in feuilletonvorm
Weerapp: ook elke dag in de krant
Reclame: zoals vele van onze online-ervaringen is ook de krant doorspekt van reclame.
De sterkte van de les zit in de grote afstand tussen de oude teksten en de realiteit van de leerling. Best lees je als leerkracht de teksten voor (zeker die van 1836): dan begrijpen de leerlingen zelfs met een basiskennis de teksten. Het is gewoon Nederlands, een beetje oud misschien, maar iedereen met een basisvaardigheid in de taal kan ze begrijpen.
Dit andersoortig Nederlands heeft tot doel de taalflexibiliteit te vergroten, concreet: afleren af te haken met lezen als je niet alles begrijpt.
De les is te gebruiken als opstapje voor een schrijfopdracht over vergelijkend tekstverband. Het handboek blijft maar dieren vergelijken: dat doe je best altijd in een tabel, niet in een tekst. Een weerbericht in de krant versus een weer-app er zijn wellicht wel meer verschillen dan gelijkenissen. Je kunt nieuwe muziek ontdekken in de krant, maar het is geen ‘one-stop-shop’ zoals Spotify.
Gratis lespakket op basis van een hertaling van het oorspronkelijk in Oostvlaamse spreektaal geschreven toneelstuk van Cyriel Buysse. De focus is het opbouwen van dramatische spanning in het exposé en de algemene kenmerken van naturalistisch theater.
Elk toneelstuk begint met een exposé: er moet een heleboel informatie over de personages en de intrige gecommuniceerd worden. Dat kan altijd langdradig worden, en de toneelschrijver mag in het eerste bedrijf de aandacht van de kijker niet verliezen. Het antwoord hierop is dramatische spanning en Buysse slaagt erin die naadloos in het exposé te verwerken. Samen met Vrouw Cloet worden we bang, zonder exact te weten waarvoor we angst hebben.
Vrouw Cloet heeft het tijdens de gevangenschap van haar echtgenoot Cloet moeten aanleggen met de buurman Rosse Tjeef en dit heeft geleid tot een ongewenste (!) zwangerschap. Deze zaterdagavond wordt Cloet mogelijk vrijgelaten en zal hij naar huis komen om de ontrouw van zijn echtgenote te ontdekken. Terwijl vrouw Cloet het hele verhaal doet aan de buurvrouw, wordt ze geregeld onderbroken: het is Driekoningenavond en kinderen gaan de deuren langs om te zingen voor giften. Telkens is er de vraag (bij Vrouw Cloet én het publiek): is hij het?
De opening van Hamlet werkt op gelijkaardige manier: soldaat Bernardo staat op wacht en wordt afgelost door zijn maat Francisco. De eerste woorden van Bernardo: “Who there?” zetten de toon voor het hele stuk: Wat is echt? Wat is inbeelding? Was het mijn vriend of een geest? Het is ook de meeste bondige formulering van de vraag die Hamlet bezighoudt: wie schuilt er achter de verschijning: God of de duivel? Shakespeare verliest in hier ook geen tijd met een exposé – onmiddellijk wordt de sfeer gezet, het thema geïntroduceerd en dramatische spanning gecreëerd: triple whammy.
Qua layout, heb ik voor optimale ‘modernisering’ het formaat van filmscript gekozen. Ik heb een poging ondernomen de tekst met zo weinig mogelijk ingrepen te moderniseren: de originele dialogen (niet de regieaanwijzingen!) zijn in een getranslitereerd Oost-Vlaams dialect waarmee zelfs Vlamingen die niet uit deze regio komen, problemen zullen hebben. Hier een voorbeeld:
Joa ’t zulle… de stroate ligt huel de gans wit, en as ’t nie en woare van ’t laweit van de wind en ’t zijngen van de kinders, g’en zoedt gij gien muizeken mier huere piepen. D’r ligt al ten minste ‘nen halve voet snieuwe. De kinders die nog veur de deuren stoan te zijngen zien d’r hiel de gans wit van, en de dutsen stoan zuedanig te dudderen da z’ er van blitten gelijk gietses. Als ‘k noar hier kwam ben ‘k de sandurms tegengekomen die op ulder nachtronde uitgijngen: ze zagen d’r precies uit lijk spueken onder ulder lange mantels…
Dit werd herschreven naar het volgende:
Ja, hoor… de straat ligt helemaal wit, en als ’t lawaai van de wind en ’t zingen van de kinderen er niet was, je zou geen muisje meer horen piepen. D’r ligt al minstens een halve voet sneeuw. De kinderen die nog voor de deuren staan te zingen, zijn helemaal wit, en de schaapjes staan zo te bibberen dat ze ervan wenen als gieters. Toen ik naar hier kwam, ben ik de politie tegengekomen die op nachtronde ging: ze zagen er net uit als spoken met hun lange mantels…
Hier is ultieme werkwoordentest: tien items. Wie alles correct heeft, heeft niets meer bij te leren. Of er instinkers tussenzitten? Neen, het zijn allemaal instinkers.
0 stemmen, 0 gem
74
De problemen met het bestaande werkwoordtraining zoals ik het vaak zie:
Elke werkwoordstijd is een systeem op zich, dat apart begrepen en ingeoefend moet worden.
De stam van een werkwoord is vaak, maar niet altijd gelijk aan de eerste persoon. De eindklank van de stam van zweven is een /v/ en daarom krijgt het een uitgang met d.
De tijden gaan niet alleen over verleden, heden, toekomst maar ook over aspect: beschouwt de spreker het beschrevene als voltooid of is er een effect in het heden (onvoltooid)? ‘Ik heb gedanst’ is een tegenwoordige tijd! Het is wel een voltooide vorm (perfectum): nu heb ik een dansje achter de rug.
’t Kofschip: als leerlingen op het niveau zijn aanbeland dat er ook over morfologie en fonetiek wordt gesproken, mogen ze toch eindelijk wel eens weten waarom de letters in van ’t kofschip zijn wat ze zijn: stemloze medeklinkers.
Modale werkwoorden: jij wil of jij wilt? hij wil of hij wilt? Hier wordt in het algemeen te weinig op geoefend.
Consequente werkwoordsvormen met u, is vaak een probleem. Met u gebruiken we de tweede of de derde persoon, maar wel consequent. Dus niet: u heeft (3e p.) het formulier toch ontvangen en bent (2e p.) ermee naar het postkantoor gegaan.
Werkwoordsvormen zijn, zoals alle talige elementen, onderhevig aan historische evolutie. Voor de werkwoorden hangt die voornamelijk samen met de evolutie van gij naar jij, die in Vlaanderen nooit (volledig) heeft plaatsgevonden. De voornaamste voorbeelden zijn: -t in de imperatief meervoud (neemt allen uw boek) en de -t in de tweede persoon onvoltooid verleden tijd van onregelmatige werkwoorden: Gij vondt talrijke bessen in Davids Stad (Jes 22:9) of Mijn bozen daân Gij naamt die gunstig weg (1773; Ps 32:3). In deze context is ook te wijzen op de recente evolutie van je kunt/zult naar je kan/zal en de voorkeur voor deze vormen bij de beleefdheidsvorm ‘u’.
Elke oefening op werkwoordspellingtest alleen het beheersen van de regels, niet de toepassing ervan tijdens een realistische schrijftaak.
Wie niet schrijft, maakt geen fouten. Uiteindelijk zijn werkwoordsoefeningen goed om alle kennis correct te ordenen, maar geen garantie op vlekkeloos spellen. Dat weten echter enkel degenen die veel zelf (veel) schrijven – niet alle leerkrachten behoren tot deze groep. Het kan niet dat leerkrachten Nederlands geen boeken lezen, maar het kan wel dat ze nooit een tekst schrijven? Zeker de blinde voltooide deelwoorden: bekend/t, gebeurd/t enzoverder blijven waanzinnige instinkers, omdat hier het absolute paardenmiddel, luidop voorlezen, niet helpt.
Het enige dat nieuw en belangrijk is aan het traject zoals ik het voorstel, is de volgorde van de oefeningen. De methode, indien die naam waardig, zit louter in het apart aanbieden, begrijpen en inoefenen van de verschillende systemen.
INDICATIEF
verleden
tegenwoordig
toekomstig
onvoltooid
ik danste
ik dans
ik zal dansen
voltooid
ik had gedanst
ik heb gedanst
ik zal gedanst hebben
Stappenplan
Indicatief – OTT – dans(t), dansen + alle inversies. Enkel transparante werkwoorden, m.a.w. geen -d op het einde van de stam.
Indicatief – OTT – word(t), worden + alle inversies. Enkel werkwoorden met -d op het einde van de stam.
Mixoefening van 1 en 2 met inversies.
Imperatief met transparante stammen
Imperatief met -d stammen
Mixoefening van de Imperatief 4 en 5
Mixoefening van al het voorgaande
Indicatief – OVT – danste(n), volgde(n)– met werkwoorden zonder -t of -d in de stam
Indicatief – OVT – praatte(n), duidde(n) met werkwoorden met -t of -d in de stam
Mixoefening van 8 en 9
Mixoefening van al het voorgaande
Indicatief – VTT gedanst, gevolgd
Indicatief – VTT of OTT het gebeurt/is gebeurd onzichtbare voltooid deelwoorden