Schooltaalwoorden

Exodus en de Vulgaat
Een Fosbury flop landt in spagaat
Metoniem of metafoor?
Meneer, waar dient het echte leven voor?

Asymptoot en matrixveld,
Een vredestop met straatgeweld,
Van ankerplaats tot scheepsgewelf
Ondergod of waterelf.
Hertog, baljuw, admiraal,
Cokes en Waals staal.

De waal zijn taal, de mof zijn spraak,
Als ik daar maar ooit aan uit geraak! 
Die Deklination is not plus-que-parfait,
Ze maken er zelf ook korte metten meh.
Beursgenoteerd maar uitgekocht,
Gesublimeerd, maar vol condensatievocht,
Van de mijn tot mijn kolenkit:
Waarom hebben kippen geen gebit?

Ik schrijf het op, ik notuleer,
Ik leg het vast, zonder verweer,
Ik skribbel hard want ik noteer:
"Ik ben slechts wat ik ken en leer"

Door de wetten van Simpson, Grimm en Ohm,
Verschijnt Freud nu verkleed als vrouw in mijn droom.
Pythagoras, Mercator, Stevin en Rawls,
Trump had it comin’: grab him by the balls!

Nu Timboektoe tot oud Tibet,
Zonder spoorlijn, opgelet,
Johannesburg en Ravenstein,
Zou het warm in Vuurland zijn?
Dan is er ook het Vaticaan,
Alle planeten, in hun baan,
Satellieten zal ik niet vergeten:
Door Suzy en Laïka ben ik gebeten,
En daarom heb ik hun exacte typen,
Zich in mijn geheugen laten verdiepen.

Maar of ik dit al onthouden zal,
Te gelde kan maken voor ik sterf of val,
Den duivel mag het weten,
Hij heeft zeker heel zijn leven,
Op de schoolbanken gesleten.

1 februari 2021; ter gelegenheid van gedichtendag.