Zoals uitgestippeld en aangekondigd in een eerdere blogpost, is hier het eerste deel van het WW-Traject. Voorlopig zijn er drie oefeningen beschikbaar:
Level 1: onvoltooid tegenwoordige tijd voor werkwoorden met stammen die niet eindigen op -d en bijhorende inversies.
0 stemmen, 0 gem
8
Level 2: enkel werkwoorden met stammen die eindigen op -d
0 stemmen, 0 gem
2
Level 1+2: een mix van de twee bovenstaande oefeningen:
Gratis lespakket op basis van een hertaling van het oorspronkelijk in Oostvlaamse spreektaal geschreven toneelstuk van Cyriel Buysse. De focus is het opbouwen van dramatische spanning in het exposé en de algemene kenmerken van naturalistisch theater.
Elk toneelstuk begint met een exposé: er moet een heleboel informatie over de personages en de intrige gecommuniceerd worden. Dat kan altijd langdradig worden, en de toneelschrijver mag in het eerste bedrijf de aandacht van de kijker niet verliezen. Het antwoord hierop is dramatische spanning en Buysse slaagt erin die naadloos in het exposé te verwerken. Samen met Vrouw Cloet worden we bang, zonder exact te weten waarvoor we angst hebben.
Vrouw Cloet heeft het tijdens de gevangenschap van haar echtgenoot Cloet moeten aanleggen met de buurman Rosse Tjeef en dit heeft geleid tot een ongewenste (!) zwangerschap. Deze zaterdagavond wordt Cloet mogelijk vrijgelaten en zal hij naar huis komen om de ontrouw van zijn echtgenote te ontdekken. Terwijl vrouw Cloet het hele verhaal doet aan de buurvrouw, wordt ze geregeld onderbroken: het is Driekoningenavond en kinderen gaan de deuren langs om te zingen voor giften. Telkens is er de vraag (bij Vrouw Cloet én het publiek): is hij het?
De opening van Hamlet werkt op gelijkaardige manier: soldaat Bernardo staat op wacht en wordt afgelost door zijn maat Francisco. De eerste woorden van Bernardo: “Who there?” zetten de toon voor het hele stuk: Wat is echt? Wat is inbeelding? Was het mijn vriend of een geest? Het is ook de meeste bondige formulering van de vraag die Hamlet bezighoudt: wie schuilt er achter de verschijning: God of de duivel? Shakespeare verliest in hier ook geen tijd met een exposé – onmiddellijk wordt de sfeer gezet, het thema geïntroduceerd en dramatische spanning gecreëerd: triple whammy.
Qua layout, heb ik voor optimale ‘modernisering’ het formaat van filmscript gekozen. Ik heb een poging ondernomen de tekst met zo weinig mogelijk ingrepen te moderniseren: de originele dialogen (niet de regieaanwijzingen!) zijn in een getranslitereerd Oost-Vlaams dialect waarmee zelfs Vlamingen die niet uit deze regio komen, problemen zullen hebben. Hier een voorbeeld:
Joa ’t zulle… de stroate ligt huel de gans wit, en as ’t nie en woare van ’t laweit van de wind en ’t zijngen van de kinders, g’en zoedt gij gien muizeken mier huere piepen. D’r ligt al ten minste ‘nen halve voet snieuwe. De kinders die nog veur de deuren stoan te zijngen zien d’r hiel de gans wit van, en de dutsen stoan zuedanig te dudderen da z’ er van blitten gelijk gietses. Als ‘k noar hier kwam ben ‘k de sandurms tegengekomen die op ulder nachtronde uitgijngen: ze zagen d’r precies uit lijk spueken onder ulder lange mantels…
Dit werd herschreven naar het volgende:
Ja, hoor… de straat ligt helemaal wit, en als ’t lawaai van de wind en ’t zingen van de kinderen er niet was, je zou geen muisje meer horen piepen. D’r ligt al minstens een halve voet sneeuw. De kinderen die nog voor de deuren staan te zingen, zijn helemaal wit, en de schaapjes staan zo te bibberen dat ze ervan wenen als gieters. Toen ik naar hier kwam, ben ik de politie tegengekomen die op nachtronde ging: ze zagen er net uit als spoken met hun lange mantels…
Een leesoefening rond de openingspagina’s van Carolina Trujillo’s recente roman De Instructies. Het was al langer een idee iets te doen met de gratis fragmenten van nieuwe romans die elke zichzelf respecterende uitgever publiceert. Je deed het vroeger in de boekenwinkel: de eerste pagina’s van een boek uitproberen. Nu kan het online, van thuis uit, gratis, met een massa aan nieuwe publicatie, fictie en non-fictie.
Een leesoefening rond de openingspagina’s van Carolina Trujillo’s recente roman De Instructies. Het was al langer een idee iets te doen met de gratis fragmenten van nieuwe romans die elke zichzelf respecterende uitgever publiceert. Je deed het vroeger in de boekenwinkel: de eerste pagina’s van een boek uitproberen. Nu kan het online, van thuis uit, gratis, met een massa aan nieuwe publicatie, fictie en non-fictie.
Deze les is bestemd voor 12-16 jarigen en bevat literaire metataal (auteur, uitgeverij, titel, …), tekstbegrip, vragen over vertelperspectief, woordenschat in het verhaal en appreciatie.
Voor zij die nu nog lezen: dit romanfragment heeft mij van een euforie in een depressie doen belanden. Mocht ik dit boek in de boekenwinkel geprobeerd hebben, ik zou het gekocht hebben. Nu ik het hele eerste hoofdstuk gelezen heb, ben ik heel blij dat ik niet ik bij de boekenventer stond. Dit behoeft enige toelichting.
Het boek heeft veel weg van een tv-serie: in de eerste paragraaf liggen we al tussen het nieuwjaarsvuurwerk in een sloot verkleed in een doe-het-zelf varkenspak gemaakt van een slaapzak, op de achtergrond het geluid van een technoparty. We worden recht de in de actie gegooid (in medias res) zonder dat we goed begrijpen wat er eigenlijk aan de hand is. Hoe zijn we in godsnaam hier aangeland? Bekijk nogmaals de opening van de pilootaflevering van ‘Breaking Bad’: waarom vliegt er een broek door de lucht? wie zijn dit in de camper? waarom hebben ze gasmaskers opgezet en heeft die ene geen broek aan? waarvoor of voor wie vluchten ze? wat heeft hij gedaan?
De hele eerste aflevering helpt ons begrijpen hoe we hier (schijnbaar al een eindpunt) gekomen zijn. Opmerkelijk ook: het einde van de eerste scene is het einde van de eerste aflevering.: scene 1 is een mise-en-abyme, een voorafspiegeling van het geheel.
De Instructies tracht iets vergelijkbaars, de openingsscène is geniaal. Dan gaat het snel bergaf: het wordt al snel duidelijk dat het om een bende terroristen gaat, al is he doel van hun actie zelfs in het eerste hoofdstuk niet duidelijk.
tijd/plaats/persoon: worden neergezet in de eerste zin, maar dan ook slechts halfjes. Het tijdskader blijft onduidelijk: p.5-6 house muziek, dus post 1990…; p. 8 molotovcocktail, zijn dit jaren ’80? p.10 xtc 1990? maar op dezelfde pagina worden camera’s gemonitord via een mobiele telefoon, dus toch na 2010; p.14 verschijnt de elektronische sigaret, we zijn dus na 2015. De auteur heeft tien pagina’s nodig om duidelijk te maken of het verhaal zich in het nu afspeelt, of in gloriedagen van de eerste eco-warriors. De geografische setting blijkt ook niet echt van belang: Amsterdam of Enschede, Brussel of Kuttekoven, de auteur geeft ons geen enkele hint.
onrealistische persoonlijke verteller: als de verteller een personage is, dan hoort er consistentie te zijn met de stijl van praten, vertellen. “Met een vaste baan”, “aan de rand van een industriegebied” zijn geen realistische uitspraken voor iemand die erbij was. Trouwens, het wordt wel benoemd op pagina 7 “industrieterrein De Trechter”. Op p.10 moeten we vermoeden dat onze verteller doctor in de sociologie is: “Stedelingen van die leeftijd hebben partydrugs gedaan zoals andere generaties rookten.” Dit is een probleem dat ik heb met een heleboel moderne literatuur: velen gebruiken de persoonlijke verteller, maar verglijden tot een auctorieel standpunt: ze komen met bewoordingen, uitspraken, beschouwingen en vergelijkingen die het personage niet zou maken.
feitenkennis en realisme: op pagina 6 van de roman komt het hoofdpersonage, verkleed als varken, kruipend een echt varken tegen, dat in een wei aanpalend de slachterij, de slachting afwacht. Dan ben ik als lezer ik de war: hallucineert de verteller? Varkens (voor de vleesindustrie) komen nooit de stal uit en al zeker niet ’s nacht “bij twee graden onder nul”(p.10). Het markeren van dieren met nummers zie je misschien bij geiten of schapen, niet in de moderne voedselindustrie. Dieren hebben oormerken waarmee ze van geboorte tot slachting perfect worden opgevolgd, dit tegenwoordig zelfs een RFID bevatten en dus kunnen gescand worden. Op pagina 7 worden door twee personages lantaarnpalen onklaar gemaakt door ertegen te “schoppen” (?) en eentje door er even een baksteen tegen te gooien. Als dat echt in de roman moet, beschrijf het dan uitgebreid, alle pogingen en wat er gebeurt als die baksteen dan toch een keer op je smoel valt.
technische kennis: het team gebruikt een pijpbom: een metalen buis gevuld met projectielen en een explosieve lading, hier strijkers, in Vlaanderen meestal piratten genaamd (p.11). De bedoeling van zo’n pijpbom om zoveel mogelijk mensen in de omgeving te verwonden of te doden met de projectielen (meestal spijkers en ander scherp metaal). Dit is eentje zonder projectielen, die in een brievenbus wordt gestopt – hoe werkt dat? Het is makkelijker voetzoekers aan te steken en in de brievenbus te stoppen. Ook de detonatie van de bom is een mysterie: de teamleden liggen op afstand naar de fabriek te kijken en tellen af, dan gaat de bom af? Hoe? “Zo ingewikkeld was zo’n bom niet” (p.11)
taalzuiverheid: p.6 “Ik was terug op aan land.” toont het niveau van de schrijfster aan, die geen moedertaalspreker van het Nederlands is en het (slordige) werk van de redactie; p.8-9 “D. zei dat zijn doppen het betrouwbaarste waren dat er bestond.”; p.9 “Op ons buik in het weiland…”, “geen vuurwerk de lucht in ging” moet volgens mij ‘inging’ zijn en vooral p.13 “(…) met een kleine rugzak op een parkbankje, . Ze was altijd (…)” en twee regels later, de ontbrekende komma tussen twee pv’s in “Als we eenmaal begonnen was er niks aan de hand”; p.14 “Wie komen er?” wordt echt door geen enkele Nederlandstalige gebruikt: “Wie komt er?” zelfs als we weten dat er meerdere personen komen. Idem p.14 “Mogen we weten wie er bevestigd hebben?”. Ook p.12 “hij stond op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats” is getranslitereerd uit wrong time, wrong place, terwijl we in het Nederlands zeggen “op de verkeerde plaats, op het verkeerde moment”. Op p.15 “Daarna kwam het tweede been waarin een zilverkleurig scharnier de knie vormde” moet minstens waarvan hebben, maar is als geheel gewoon knullig neergezet. Beter simpler: “Daarna kwam het tweede been, met een zilverachtige kunstknie.”
literaire taal: p.8 “plat op mijn buik”, p.9 “op ons (sic; cf. infra) buik”, p.10 “op zijn buik in het gras” – weinig fantasie en variatie in het taalgebruik. Zelfs fictieve namen: ‘Dinosaurs Dance Delight’ (p.6), het slachthuis ‘Precious Meat B.V.’, de leden Abby, Mayo, Dimitros, Chip van het team Pruimen (p.9). Terwijl ik ook wel begrijp dat het niet Team Roastbeef kan heten, begint het allemaal toch echt wel stripverhaalachtig aan te doen.
geloofwaardige personages: p.10 “Ik vond (Chip) nogal blij grijnzen voor iemand die van nature chagrijnig keek. Hij had wenkbrauwen in puntige dakjes, zodat het leek alsof hij altijd boos was. Nora zei een keer dat hij een resting bitch face had. Doris zei dat dat een resting asshole face heette. Met een wat verwijfd gebaar zei Chip dat hij dan liever een resting bitch face had.” Dit zijn toch veel woorden om zeggen dat hij een chagrijnige asshole is. Op p.13 is de beschrijving van Doris al even oppervlakkig: zandloperfiguur, spleetje tussen de tanden, hoop tattoos, neusringetje, rotkarakter.
Boeken promoten door een fragment digitaal te verspreiden is een prachtige evolutie. Ook uitgeverijen lezen van ingezonden manuscripten ook enkel de eerste 20-30 bladzijden voor ze beslissen of ze verder lezen. In de winkel zou ik slechts de eerste pagina gelezen hebben en dan gewoon het boek gekocht hebben. De opening is ijzersterk, maar het boek houdt het geen 20 bladzijden vol: waarom beland je, verkleed als een varken, met nieuwjaarsnacht in een poel op een industrieterrein? Daar moet toch een heel verhaal achter schuilen? Neen, na een paar bladzijden weten al precies wat er aan de hand is en is de spanning van de ketel en het vet van de soep.
Ik haalde hierboven al episode 1 van Breaking Bad aan, maar een beter nog beter, ouder en meer literair voorbeeld is Umberto Eco’s Slinger van Foucault (1988): op pagina 14-15 verstopt het hoofdpersonage zich in een Parijs museum, want er gaat die nacht iets vreemd gebeuren. Waarom hij dat denkt en hoe hij tot die conclusie gekomen is, komen we te weten tijdens 575 pagina’s flashbacks die ook ons, als lezer, indoctrineren met historische toevalligheden en correspondenties, zodat we misschien geloven wat in de laatste bladzijden beschreven wordt. Dit is een meesterwerk omdat geen enkele lezer compleet immuun is voor alle theorieën en verbanden die worden geponeerd: het toont aan hoe vatbaar mensen zijn voor pseudowetenschap.
Storend zijn vooral de zetfouten, taalfouten, schrijven zonder kennis van zaken (varkens, pijpbommen, …) en de personages die eendimensionaal blijven. Het is wellicht een goede tekst om te bewerken tot een scenario, maar als boek is het psychologisch echt ondiep. Dat is natuurlijk geen probleem wanneer je voor film werkt: dat is net wat een goed acteur bijdraagt.
En echt, beste lezer: ik hoopte echt dat het een wereldboek zou zijn…
Dit is een praktische oefening in het lezen van historische teksten aan de hand van eenvoudige advertenties de 18de eeuw. Wanneer onderwerp en context overduidelijk zijn, is het interpreteren van deze teksten helemaal niet zo complex, al zijn er duidelijke struikelblokken: spelling, grammatica en zinsbouw wijken duidelijk af van wat we gewend zijn.
Het uiteindelijke doel van deze les is abstract: het taalvermogen van de leerlingen rekken door het aanbieden van afwijkende teksten. Onderweg leren we samen aspecten van de 18de-eeuwse maatschappij kennen, oefenen we grammatica, leren we woorden en locaties opzoeken en zoveel meer. Persoonlijk, vind ik het ook een uitdaging om een zo oud mogelijk onderwerp zo modern mogelijk te behandelen. Zonder de digitale bronnen was deze les volstrekt onmogelijk.
De taak is opgesplitst in 2 delen:
Deel 1: een individuele taak met drie korte tekstjes en meerkeuzevragen. De taak vereist geen inleiding en toetst niet: ze introduceert de leerlingen d.m.v. de vragen aan een aantal geplogenheden van het 18de-eeuwse Nederlands.
Deel 2: de leerlingen werken in groepjes en proberen de persoonsbeschrijvingen aan de met A.I.-gegenereerde portretten te linken. Deze oefening kan ingekort worden: er zijn 7 personen en 3 hondjes.
Het gebeurt iedereen. Ook bij mij is het al meermaals gebeurd dat ik, tijdens het snelle tikken, die twee vormen door elkaar haal. Hier is een databank van dertig oefeningen in pdf, met de mogelijkheid ze digitaal uit te testen in toetsjes van 5 vragen.
Veel theorie is hier niet te bespreken: we moeten ons er enkel van bewust zijn dat werkwoorden met de prefixen her-, ver-, ont-, ge- geen extra ge- prefix krijgen voor het voltooid deelwoord: herenigd, verrekend, ontmoedigd, gebeurd. Dat maakt dat deze vormen slechts een letter verschillen van de tegenwoordige tijdsvormen voor tweede en derde persoon.