Wie in godsnaam is Alex van PISA?

De Vlaamse radio- en televisieomroep publiceerde een interactief quizje om de gewone medemens een idee te geven van wat er zoal in de PISA-testen gevraagd werd. De eerste vraag is onmiddellijk voldoende om je schoolmoeheid te heractiveren. Is het incompetentie of strategie die we de openbare omroep moeten verwijten? Werd hier een slordigheid begaan, of tracht dit artikel te communiceren: u kunt het zelf niet, we moeten de leerlingen geen verwijten maken?

De Vlaamse radio- en televisieomroep publiceerde een interactief quizje om de gewone medemens een idee te geven van wat er zoal in de PISA-testen gevraagd werd. De eerste vraag is onmiddellijk voldoende om je schoolmoeheid te heractiveren. Is het incompetentie of strategie die we de openbare omroep moeten verwijten? Werd hier een slordigheid begaan, of tracht dit artikel te communiceren: u kunt het zelf niet, we moeten de leerlingen geen verwijten maken?

Welke zijn de ‘eerste vier’ rijen? Dat is toch de hele figuur? Wie is godsnaam is Alex en wat heeft die ermee te maken? Waarom luidt de vraag niet als volgt:

Welk percentage van de driehoeken in de eerste 4 rijen van Alex’ patroon is blauw? a) 37.5% b) 50% c) 60% d) 62.5%

Antwoorden wordt plots heel simpel: er zijn 16 driehoeken, 6 zijn blauw, dat is minder dan de helft, het antwoord moet a) zijn. 

Ik kan dit uit mijn hoofd herleiden naar ⅜, dan naar 1.5/4 en verder naar 0.75/2 en dan naar 0.385/1. Echt met procenten werken, leer je niet op school. Dat komt als je met rekenbladen begint te werken en beseft dat daar procent een factor kleiner dan 1 is. 100% is hetzelfde als maal 1; 50% is maal 0.5. Als je 17/23 scoort en wil weten hoeveel procent dit is, deel je 17 door 23 – er staat toch een breukstreep! Het resultaat is kleiner dan 1; in dit geval 0.739, dus 73.9%

Was de vraag correct gesteld (zonder verwarrende overbodig informatie en namedropping), dat was het voor iedereen een peultje. Belangrijk is ook dat dit de eerste vraag is, de enige vraag die elke lezer ziet. Men kan zich niet van het idee ontdoen dat dit een soort tegenzet is na de recente Pisa-resultaten die traditioneel rond 1 september furore maken. De scores zijn zeker al langer bekend en dateren van vorig schooljaar, maar worden achter de hand gehouden om ter ere van het startende jaar mee uit te pakken. 

PISA is een toffe dataset waarmee lokale overheden en politieke partijen de pedagogische discussie kunnen aanwakkeren. Zoals altijd met statistische gegevens: het is maar hoe je selecteert. Het vergelijken van onderwijs internationaal is altijd een valse maatstaf: er zijn culturele, maatschappelijke en pedagogische tradities die radicaal verschillen. Dat Koreaanse kinderen beter zoveel beter scoren op wiskunde, moet gecontextualiseerd worden met het feit dat ze na het avondeten nog een halve dag (zo’n 4 uur) bijles hebben.

Hiermee is de vraag in de titel nog niet beantwoord: wie is Alex? wat is Alex’ patroon? Na veel zoekopdrachten vond ik uiteindelijk deze PISA vraag uit 2022:

Wie Alex is, wordt hier duidelijk. Toch is er hetzelfde probleem: de ‘eerste vier rijen’ van een figuur die slechts vier rijen bevat, brengt iedereen in de war. Zelfs in de oplossingenbundel, wordt hier niet op ingegaan. 

Dit suggereert dat deze vraag een herwerking van een complexere vraag, waar er meer dan 4 rijen afgebeeld worden. En jawel, na wat URL-hacken vinden we een hele reeks vragen, steeds bij exact dezelfde tekening: vraag 2/3 (waar een vijfde rij in het spel is!) en vraag 3/3

Het onderwijs in actie: overschrijven zonder nadenken: door redacteurs van de PISA-tests, door journalisten van de openbare omroep. In concreto weer hetzelfde probleem als met de meeste moderne invulboekjes die op scholen gebruikt worden: oefeningen en opdrachten worden niet voorgeschoteld aan een testpubliek.

Algebra in de lagere school

Bovenstaand artikel is ontsproten aan de geest van een vader die tracht te begrijpen hoe zijn kind uit te leggen een som als … – 48 = 67 op te lossen. Wie durft er te beweren dat deze opgave iets anders is dan x – 48 = 67, een algebraïsch oefening met onbekende. Dat algebra geen deel uitmaakt van het curriculum van de lagere school, daarover is er overeenstemming. De school, de koepel en zelfs het leerplan zijn daarover duidelijk.

‘Algebra in de lagere school’ (pdf)

Bovenstaand artikel is ontsproten aan de geest van een vader die tracht te begrijpen hoe zijn kind uit te leggen een som als … – 48 = 67 op te lossen. Wie durft er te beweren dat deze opgave iets anders is dan x – 48 = 67, een algebraïsch oefening met onbekende. Dat algebra geen deel uitmaakt van het curriculum van de lagere school, daarover is er overeenstemming. De school, de koepel en zelfs het leerplan zijn daarover duidelijk.

Toch weigert de pedagogische dienst van de koepel te erkennen dat deze oefeningen niet thuishoren in het curriculum. Het lijkt alsof de koepels niet willen gezegd hebben dat de leerboeken fouten bevatten.

En snelle samenvatting van mijn standpunt dient te vermelden dat “puntoefeningen onder 10” zoals … + 6 = 10 wel essentieel zijn voor het automatiseren van de rekenvaardigheid. Idem geldt natuurlijk voor de tafels van vermenigvuldiging, maar dit wil niet zeggen dat je kinderen 112 : … = 14 kunt voorschotelen en verwachten dat ze dat hoofdrekenend oplossen.

Taalbeheersingsoefeningen in het rekenschrift

Belangrijker dan de verwarrende leerstof is op te merken waarom deze materie aangeboden wordt. Dit is in het kader van een deel van het leerplan dat de titel ‘meten’ draagt en naast ‘meetkunde’ staat. Meetkunde is een wiskundige discipline, meten daarentegen is een praktische vaardigheid die de kinderen zouden moeten worden aangeleerd: oppervlakte, inhoud berekeken en wegen zijn zulke vaardigheden, maar deze worden in boeken zoals deze herleid tot berekenen van oppervlaktes en inhouden: 3 m2 = … cm2.

De eerste week school: het eerste huiswerk. We slaan het werkboek van Zo gezegd, zo gerekend  5A, gepubliceerd door uitgeverij Van In/Plantijn, open en zien de eerste les op pagina 3:

trimestersmeten01a+

De aanduiding ‘meten’ is een directe verwijzing naar een leersdomein binnen de wiskundestof voor het lager onderwijs. Het leerplan is nochtans heel duidelijk: tijd meten doen we met een klok, chronometer, in hondersten, tienden, seconden, minuten, uren dagen, jaren en eeuwen. Al die begrippen zijn belangrijk en behoren de kinderen te kennen. De oplossing van bovenstaande tabel is nochtans:

kalenderjaar                                                      schooljaar

1 trimester = 4 maanden

1 kwartaal = 4 maanden                               3 trimesters

1 semester = 6 maanden                                 2 semesters

 

De enige manier om deze oefening correct te maken, is het woordenboek te consulteren.

De leerlingen worden in deze oefeningen dus blijkbaar getraind in synoniemen kwartaal en trimester zonder dat dit duidelijk in de verf gezet wordt. We consulteren het online Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT):

trimester_kwartaal

Belangrijker dan de verwarrende leerstof is op te merken waarom deze materie aangeboden wordt. Dit is in het kader van een deel van het leerplan dat de titel ‘meten’ draagt en naast ‘meetkunde’ staat. Meetkunde is een wiskundige discipline, meten daarentegen is een praktische vaardigheid die de kinderen zouden moeten worden aangeleerd: oppervlakte, inhoud berekeken en wegen zijn zulke vaardigheden, maar deze worden in boeken zoals deze herleid tot berekenen van oppervlaktes en inhouden: 3 m2 = … cm2.