Poëzievergelijkingen met Willem Wilmink

Drie sets gedichten: een herwerking van hetzelfde thema, een herwerking van een bestaand gedicht en een hertaling van een klassieker. Door duizendpoot Willem Wilmink.

We vergelijken enkel gedichten als ze in het oog springende gelijkenissen vertonen, want we gaan er redelijk gemeenzaam vanuit dat het in poëzie om originaliteit te doen is. De realiteit (en deze les) zullen ons leren dat schrijvers meer dan eens af- en overschrijven… zelfs bij meesterwerken.

In het eerste deel bekijken we twee van Wilminks gedichten die rechtstreeks en expliciet ‘zigeuners’ als thema hebben. De gedichten doen hierdoor een beetje verouderd aan (pre-migratie: vroege jaren ’60?), maar tegelijkertijd objectiverend: de zigeuner lijkt een archetype voor de vreemdeling. Ze zijn hier altijd geweest, maar worden niet als deel van de maatschappij beschouwd.

Discussie over de twee zigeuner-gedichten.

Het tweede deel, getiteld ‘hier en weg’, zet Wilminks beroemde gedicht ‘Achterlangs’ naast eentje van Hendrik de Vries. Dit gedicht wordt door Wilmink zelf geciteerd in zijn Handig Literatuurboek op p.101. Het is letterlijk de blauwdruk voor ‘Achterlangs’; Wilmink schrijft over dit gedicht enkel “Commentaar overbodig. Ik volsta met de opmerking: ik wou dat ik dit geschreven had”.

Het interessante is dat de teksten louter inhoudelijk geen overeenkomsten vertonen. De Vries’ gedicht is vanuit het perspectief van een jong kind; Wilminks tekst getuigt van een spreker met enige levenservaring. Centraal staat de melancholie: de rouw om iets wat voor eeuwig verloren is, maar voor altijd aanwezig omdat we niet kunnen ophouden ernaar te verlangen. In een lezing over poëzie uit 1990 geeft hij wel commentaar op dit gedicht:

Als er had gestaan ‘nam een man mij die twee stukken af en gooide ze over de schutting weg’, dan was ons hier een verhaaltje verteld. Iets als: ‘ik zag gisteren Anneke nog’. Zeg je: ‘ik heb gisteren Anneke nog gezien’, dan betekent die ontmoeting nu nog iets voor je, zoals je een boek dat je uitleende terug kunt hebben, maar een boek dat je hebt uitgeleend nog steeds mist. Het jongetje staat daar, met lege handen: ‘heeft afgenomen… weggegooid…’: het staat daar als voor eeuwig, in een bevroren beeld, nooit meer in staat die letters en cijfers te ontraadselen. De volwassene heeft het kind (en de man die eruit zou groeien) gefrustreerd, zonder dat hij wist wat hij deed. Want voor zo’n volwassene bestaan er geen raadsels, zoals we zagen: alleen maar beursberichten.

Willem Wilmink, ‘Over Poëzie voor kinderen en volwassenen.’ In: Documentatieblad Kinder- en Jeugdliteratuur jrg. 4 (1990) nr. 13, p. 4-13

Deel drie omvat drie gedichten: Wilminks vertaling van het Egidiuslied, zijn eigen versie ter gelegenheid van het overlijden van zijn vriend Harry Bannink en een tekst die vooruitblikt op zijn eigen sterfelijkheid. Misschien zijn deze teksten beter te behandelen in het kader van het Egidiuslied. Niets hertaalt de sfeer van het originele tekst beter dan dit:

Egidius,

dat was het dus,

je hebt ons echt verlaten.

’t Is nacht en stil

en ach, ik wil 

zo graag weer met je praten.

“Dit is geen poëzie!” over Jules Deelder, ‘Blues on tuesday’ (1981)

Moderne poëzie kun je niet te lijf gaan met het begrippenapparaat uit de klassieke poëtica: je moet het gedicht ervaren en erbij associëren. In plaats van strofes en metaforen, zijn kunstgrepen in dit gedicht ontleend aan de blues: simpele teksten waarin je het lijden van het leven bezingt.

De tekst heeft 12 regels zoals een 12-matenblues en gebruikt veel herhalingen. In de blues worden vaak volledige regels herhaald, hier wordt die schijn gewekt met het woord ‘geen’. Naast dit woord bevat de hele tekst maar 12 woorden, dus 13 verschillende woorden in de hele tekst. En toch slaagt Deelder erin een duidelijk beeld neer te zetten en er een mooie pointe aan te breien: ‘geen klote, geen donder, geen reet’.

Dat deze ’tekst’ de mensen op de een of andere manier beroert, mag duidelijk zijn aan de reacties op gedichten.nl. De eerste reactie is onmiddellijk raak: dit is geen poëzie!

Literatuur, en zeker poëzie, zijn serieuze zaken, daar kan enkel zuinig mee gelachen worden. Lachen is voor het circus, of het cabaret? Neen, de lach is een diepmenselijke emotie en even belangrijk als de ontroering. Iedereen denkt al gauw dat hij dit ook zou kunnen schrijven, snapt niet dat het gaat over het idee tot uitvoering brengen, niet over ideeën hebben. Mijnheer Vlasblom is verder compleet onbekend met het concept van jazz poetry en gaat voorbij aan het feit dat de tekst zich presenteert als een blues, niet als poëzie.

Het is geen dichter, het is een junk en die schrijven soms ook wel eens rijmpjes. Echte kunstenaars gebruiken geen drugs, dat weet toch iedereen?

Gelukkig duiken er ook fans op, o.a. Patrick de Punker, die het niet hoog op heeft met gestagneerde lullen uit de barok.

De ergste reactie is nochtans de meest recente en die moet leraren Nederlands doen schrikken. Poëzie gaat over leeservaring en leesplezier, over niets anders.

Formeel gezien is het ingedeeld is strofes, maar dat helpt je geen ene reet verder in het begrijpen van de tekst en dat geldt ook voor rijmschema-analyses en andere formaliteiten. Ik moet dringend iets concreet rond poëzie-analyse doen, maar de beginvraag is: wat komen we over de spreker (is niet auteur!) te weten door de tekst. Met deze beginvraag kunnen leerlingen in de klas onmiddellijk iets vertellen over deze tekst van Deelder.

Hans Dorrestijn, Zeemanslied (1997)

Lespakket – Hans Dorrestijn, Zeemanslied
Lespakket – Hans Dorrestijn, Zeemanslied

Twee aparte lessen rond het gedicht ‘Zeemanslied’: 1) poëzie-analyse en 2) opzoektaak met het WNT, beiden met 10 meerkeuzevragen. Inhoud: 2 rekenbladen met elke 10 meerkeuzevragen, tekst in PDF, geannoteerde tekst in PDF en een afbeelding.

Het kan een leuk beginpunt zijn om met het WNT aan de slag te gaan, maar voor de poëzie van Hans Dorrestijn en de rest van het echte leven, heeft een mens geen woordenboeken nodig, enkel een realistische, authentieke context. In het licht van deze zeemanswoordenschat is het gedicht misschien geen echt authentieke context voor de woorden, maar de dichter slaagt er wel in te schatten hoe een lezer hiermee omgaat.

Taak 1: poëzieanalyse zonder woordenboek, voor de 10 meerkeuzevragen over dit gedicht. Zoals alle vragen op dit blog zijn deze ontworpen om de leerling te laten ervaren dat hij of zij alles eigenlijk al weet. Je hoeft geen voorkennis over de hoogduitsche klankverschuiving om te herkennen dat klip en klif niet alleen hetzelfde betekenen, maar bijna allomorfen zijn. Of je nu de ene of de andere vorm gebruikt, geen enkele moedertaalspreker zal een wenkbrauw doen rijzen.

Taak 2: woordbetekenis a.d.h.v. WNT woordenboek: 10 meerkeuzevragen over woordbetekenis en betekenisrelaties.

Formele analyse van poëzie vind ik nooit relevant als er geen betekenisduiding in verwerkt wordt.

In dit gedicht nochtans, zit de betekenis bijna geheel in de vorm, die al aangekondigd wordt met een genreaanduiding als titel: zeemanslied. Dit laat ons toe sommige van de kreten en fragmentarische zinnen in een context te plaatsen. Het is meer een sfeerschepping dan een duidelijk schilderij, meer flitsen dan een verhaal.

Scheepsgedichten, dan komt onvermijdelijk Slauerhoff in gedachten en het zou interessant zijn de twee dichters te vergelijken.