WW-Traject: efficiënte werkwoordentraining

Hier is ultieme werkwoordentest: tien items. Wie alles correct heeft, heeft niets meer bij te leren. Of er instinkers tussenzitten? Neen, het zijn allemaal instinkers.

0 stemmen, 0 gem
16

Je hebt 100 seconden voor 10 meerkeuzevragen.

De tijd is op! Helaas pindakaas…


Aangemaakt op Door Johan B

WW-traject: teaser

De 10 allermoeilijkste dt-opgaven

1 / 10

Gij allen, broeders, gaat heen en … het woord van Christus.

2 / 10

Zeg, Smulsmurf, heb jij misschien gisteren alle smurfbessen …

3 / 10

Naar … zijn er problemen op de E40.

4 / 10

Het ongeval is op een zondagochtend om 5u in de dichte mist …

5 / 10

Heb jij wel eens, zo als bijverdienste, … ?

6 / 10

… je hond ook door die vervelende buurtkater lastiggevallen?

7 / 10

Hij … een nieuwe auto kopen.

8 / 10

… u tot de buschauffeur voor meer informatie.

9 / 10

Als dat …, is het niet mijn schuld.

10 / 10

Ik, die zoveel van bloemen …, bedank jullie allemaal voor dit prachtige geschenk!

Je score is

De gemiddelde score is 74%

0%

Feedback is altijd welkom…

Bedankt om tijd uit te trekken voor feedback. Dit wordt zeker in rekening genomen.

De problemen met het bestaande werkwoordtraining zoals ik het vaak zie:

  1. Elke werkwoordstijd is een systeem op zich, dat apart begrepen en ingeoefend moet worden.
  2. De stam van een werkwoord is vaak, maar niet altijd gelijk aan de eerste persoon. De eindklank van de stam van zweven is een /v/ en daarom krijgt het een uitgang met d.
  3. De tijden gaan niet alleen over verleden, heden, toekomst maar ook over aspect: beschouwt de spreker het beschrevene als voltooid of is er een effect in het heden (onvoltooid)? ‘Ik heb gedanst’ is een tegenwoordige tijd! Het is wel een voltooide vorm (perfectum): nu heb ik een dansje achter de rug.
  4. ’t Kofschip: als leerlingen op het niveau zijn aanbeland dat er ook over morfologie en fonetiek wordt gesproken, mogen ze toch eindelijk wel eens weten waarom de letters in van ’t kofschip zijn wat ze zijn: stemloze medeklinkers.
  5. Modale werkwoorden: jij wil of jij wilt? hij wil of hij wilt? Hier wordt in het algemeen te weinig op geoefend.
  6. Consequente werkwoordsvormen met u, is vaak een probleem. Met u gebruiken we de tweede of de derde persoon, maar wel consequent. Dus niet: u heeft (3e p.) het formulier toch ontvangen en bent (2e p.) ermee naar het postkantoor gegaan.
  7. Werkwoordsvormen zijn, zoals alle talige elementen, onderhevig aan historische evolutie. Voor de werkwoorden hangt die voornamelijk samen met de evolutie van gij naar jij, die in Vlaanderen nooit (volledig) heeft plaatsgevonden. De voornaamste voorbeelden zijn: -t in de imperatief meervoud (neemt allen uw boek) en de -t in de tweede persoon onvoltooid verleden tijd van onregelmatige werkwoorden: Gij vondt talrijke bessen in Davids Stad (Jes 22:9) of Mijn bozen daân Gij naamt die gunstig weg (1773; Ps 32:3). In deze context is ook te wijzen op de recente evolutie van je kunt/zult naar je kan/zal en de voorkeur voor deze vormen bij de beleefdheidsvorm ‘u’.
  8. Elke oefening op werkwoordspelling test alleen het beheersen van de regels, niet de toepassing ervan tijdens een realistische schrijftaak.
  9. Wie niet schrijft, maakt geen fouten. Uiteindelijk zijn werkwoordsoefeningen goed om alle kennis correct te ordenen, maar geen garantie op vlekkeloos spellen. Dat weten echter enkel degenen die veel zelf (veel) schrijven – niet alle leerkrachten behoren tot deze groep. Het kan niet dat leerkrachten Nederlands geen boeken lezen, maar het kan wel dat ze nooit een tekst schrijven? Zeker de blinde voltooide deelwoorden: bekend/t, gebeurd/t enzoverder blijven waanzinnige instinkers, omdat hier het absolute paardenmiddel, luidop voorlezen, niet helpt.

Het enige dat nieuw en belangrijk is aan het traject zoals ik het voorstel, is de volgorde van de oefeningen. De methode, indien die naam waardig, zit louter in het apart aanbieden, begrijpen en inoefenen van de verschillende systemen.

INDICATIEFverledentegenwoordigtoekomstig
onvoltooidik dansteik dansik zal dansen
voltooidik had gedanstik heb gedanstik zal gedanst hebben

Stappenplan

  1. Indicatief – OTT – dans(t), dansen + alle inversies. Enkel transparante werkwoorden, m.a.w. geen -d op het einde van de stam. 
  2. Indicatief – OTT – word(t), worden + alle inversies. Enkel werkwoorden met -d op het einde van de stam. 
  3. Mixoefening van 1 en 2 met inversies. 
  4. Imperatief met transparante stammen
  5. Imperatief met -d stammen
  6. Mixoefening van de Imperatief 4 en 5
  7. Mixoefening van al het voorgaande
  8. Indicatief – OVT – danste(n), volgde(n)– met werkwoorden zonder -t of -d in de stam
  9. Indicatief – OVT – praatte(n), duidde(n) met werkwoorden met -t of -d in de stam
  10. Mixoefening van 8 en 9
  11. Mixoefening van al het voorgaande
  12. Indicatief – VTT gedanst, gevolgd
  13. Indicatief – VTT of OTT het gebeurt/is gebeurd onzichtbare voltooid deelwoorden
  14. Vervoeging van leenwerkwoorden
  15. Onbestaande voltooide deelwoorden
  16. Finale Supermix oefening

Carolina Trujillo – De Instructies (2024)

Een leesoefening rond de openingspagina’s van Carolina Trujillo’s recente roman De Instructies. Het was al langer een idee iets te doen met de gratis fragmenten van nieuwe romans die elke zichzelf respecterende uitgever publiceert. Je deed het vroeger in de boekenwinkel: de eerste pagina’s van een boek uitproberen. Nu kan het online, van thuis uit, gratis, met een massa aan nieuwe publicatie, fictie en non-fictie.

Een leesoefening rond de openingspagina’s van Carolina Trujillo’s recente roman De Instructies. Het was al langer een idee iets te doen met de gratis fragmenten van nieuwe romans die elke zichzelf respecterende uitgever publiceert. Je deed het vroeger in de boekenwinkel: de eerste pagina’s van een boek uitproberen. Nu kan het online, van thuis uit, gratis, met een massa aan nieuwe publicatie, fictie en non-fictie.

Lezen Carolina Trujillo – De Instructies (2024)
Lezen Carolina Trujillo – De Instructies (2024)
  • Doelpubliek: 12-16 jaar
  • Inhoud
    • PDF: het volledige eerste hoofdstuk
    • PDF: het fragment voor de leesoefening
    • PDF: Leestaak – werkblad
    • PDF: Leestaak – oplossingen
Size: 679 kB
Published: 30 december, 2025

Deze les is bestemd voor 12-16 jarigen en bevat literaire metataal (auteur, uitgeverij, titel, …), tekstbegrip, vragen over vertelperspectief, woordenschat in het verhaal en appreciatie.

Voor zij die nu nog lezen: dit romanfragment heeft mij van een euforie in een depressie doen belanden. Mocht ik dit boek in de boekenwinkel geprobeerd hebben, ik zou het gekocht hebben. Nu ik het hele eerste hoofdstuk gelezen heb, ben ik heel blij dat ik niet ik bij de boekenventer stond. Dit behoeft enige toelichting.

Het boek heeft veel weg van een tv-serie: in de eerste paragraaf liggen we al tussen het nieuwjaarsvuurwerk in een sloot verkleed in een doe-het-zelf varkenspak gemaakt van een slaapzak, op de achtergrond het geluid van een technoparty. We worden recht de in de actie gegooid (in medias res) zonder dat we goed begrijpen wat er eigenlijk aan de hand is. Hoe zijn we in godsnaam hier aangeland? Bekijk nogmaals de opening van de pilootaflevering van ‘Breaking Bad’: waarom vliegt er een broek door de lucht? wie zijn dit in de camper? waarom hebben ze gasmaskers opgezet en heeft die ene geen broek aan? waarvoor of voor wie vluchten ze? wat heeft hij gedaan?

De hele eerste aflevering helpt ons begrijpen hoe we hier (schijnbaar al een eindpunt) gekomen zijn. Opmerkelijk ook: het einde van de eerste scene is het einde van de eerste aflevering.: scene 1 is een mise-en-abyme, een voorafspiegeling van het geheel.

De Instructies tracht iets vergelijkbaars, de openingsscène is geniaal. Dan gaat het snel bergaf: het wordt al snel duidelijk dat het om een bende terroristen gaat, al is he doel van hun actie zelfs in het eerste hoofdstuk niet duidelijk.

  • tijd/plaats/persoon: worden neergezet in de eerste zin, maar dan ook slechts halfjes. Het tijdskader blijft onduidelijk: p.5-6 house muziek, dus post 1990…; p. 8 molotovcocktail, zijn dit jaren ’80? p.10 xtc 1990? maar op dezelfde pagina worden camera’s gemonitord via een mobiele telefoon, dus toch na 2010; p.14 verschijnt de elektronische sigaret, we zijn dus na 2015. De auteur heeft tien pagina’s nodig om duidelijk te maken of het verhaal zich in het nu afspeelt, of in gloriedagen van de eerste eco-warriors. De geografische setting blijkt ook niet echt van belang: Amsterdam of Enschede, Brussel of Kuttekoven, de auteur geeft ons geen enkele hint.
  • onrealistische persoonlijke verteller: als de verteller een personage is, dan hoort er consistentie te zijn met de stijl van praten, vertellen. “Met een vaste baan”, “aan de rand van een industriegebied” zijn geen realistische uitspraken voor iemand die erbij was. Trouwens, het wordt wel benoemd op pagina 7 “industrieterrein De Trechter”. Op p.10 moeten we vermoeden dat onze verteller doctor in de sociologie is: “Stedelingen van die leeftijd hebben partydrugs gedaan zoals andere generaties rookten.” Dit is een probleem dat ik heb met een heleboel moderne literatuur: velen gebruiken de persoonlijke verteller, maar verglijden tot een auctorieel standpunt: ze komen met bewoordingen, uitspraken, beschouwingen en vergelijkingen die het personage niet zou maken.
  • feitenkennis en realisme: op pagina 6 van de roman komt het hoofdpersonage, verkleed als varken, kruipend een echt varken tegen, dat in een wei aanpalend de slachterij, de slachting afwacht. Dan ben ik als lezer ik de war: hallucineert de verteller? Varkens (voor de vleesindustrie) komen nooit de stal uit en al zeker niet ’s nacht “bij twee graden onder nul”(p.10). Het markeren van dieren met nummers zie je misschien bij geiten of schapen, niet in de moderne voedselindustrie. Dieren hebben oormerken waarmee ze van geboorte tot slachting perfect worden opgevolgd, dit tegenwoordig zelfs een RFID bevatten en dus kunnen gescand worden. Op pagina 7 worden door twee personages lantaarnpalen onklaar gemaakt door ertegen te “schoppen” (?) en eentje door er even een baksteen tegen te gooien. Als dat echt in de roman moet, beschrijf het dan uitgebreid, alle pogingen en wat er gebeurt als die baksteen dan toch een keer op je smoel valt.
  • technische kennis: het team gebruikt een pijpbom: een metalen buis gevuld met projectielen en een explosieve lading, hier strijkers, in Vlaanderen meestal piratten genaamd (p.11). De bedoeling van zo’n pijpbom om zoveel mogelijk mensen in de omgeving te verwonden of te doden met de projectielen (meestal spijkers en ander scherp metaal). Dit is eentje zonder projectielen, die in een brievenbus wordt gestopt – hoe werkt dat? Het is makkelijker voetzoekers aan te steken en in de brievenbus te stoppen. Ook de detonatie van de bom is een mysterie: de teamleden liggen op afstand naar de fabriek te kijken en tellen af, dan gaat de bom af? Hoe? “Zo ingewikkeld was zo’n bom niet” (p.11)
  • taalzuiverheid: p.6 “Ik was terug op aan land.” toont het niveau van de schrijfster aan, die geen moedertaalspreker van het Nederlands is en het (slordige) werk van de redactie; p.8-9 “D. zei dat zijn doppen het betrouwbaarste waren dat er bestond.”; p.9 “Op ons buik in het weiland…”, “geen vuurwerk de lucht in ging” moet volgens mij ‘inging’ zijn en vooral p.13 “(…) met een kleine rugzak op een parkbankje, . Ze was altijd (…)” en twee regels later, de ontbrekende komma tussen twee pv’s in “Als we eenmaal begonnen was er niks aan de hand”; p.14 “Wie komen er?” wordt echt door geen enkele Nederlandstalige gebruikt: “Wie komt er?” zelfs als we weten dat er meerdere personen komen. Idem p.14 “Mogen we weten wie er bevestigd hebben?”. Ook p.12 “hij stond op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats” is getranslitereerd uit wrong time, wrong place, terwijl we in het Nederlands zeggen “op de verkeerde plaats, op het verkeerde moment”. Op p.15 “Daarna kwam het tweede been waarin een zilverkleurig scharnier de knie vormde” moet minstens waarvan hebben, maar is als geheel gewoon knullig neergezet. Beter simpler: “Daarna kwam het tweede been, met een zilverachtige kunstknie.”
  • literaire taal: p.8 “plat op mijn buik”, p.9 “op ons (sic; cf. infra) buik”, p.10 “op zijn buik in het gras” – weinig fantasie en variatie in het taalgebruik. Zelfs fictieve namen: ‘Dinosaurs Dance Delight’ (p.6), het slachthuis ‘Precious Meat B.V.’, de leden Abby, Mayo, Dimitros, Chip van het team Pruimen (p.9). Terwijl ik ook wel begrijp dat het niet Team Roastbeef kan heten, begint het allemaal toch echt wel stripverhaalachtig aan te doen.
  • geloofwaardige personages: p.10 “Ik vond (Chip) nogal blij grijnzen voor iemand die van nature chagrijnig keek. Hij had wenkbrauwen in puntige dakjes, zodat het leek alsof hij altijd boos was. Nora zei een keer dat hij een resting bitch face had. Doris zei dat dat een resting asshole face heette. Met een wat verwijfd gebaar zei Chip dat hij dan liever een resting bitch face had.” Dit zijn toch veel woorden om zeggen dat hij een chagrijnige asshole is. Op p.13 is de beschrijving van Doris al even oppervlakkig: zandloperfiguur, spleetje tussen de tanden, hoop tattoos, neusringetje, rotkarakter.

Boeken promoten door een fragment digitaal te verspreiden is een prachtige evolutie. Ook uitgeverijen lezen van ingezonden manuscripten ook enkel de eerste 20-30 bladzijden voor ze beslissen of ze verder lezen. In de winkel zou ik slechts de eerste pagina gelezen hebben en dan gewoon het boek gekocht hebben. De opening is ijzersterk, maar het boek houdt het geen 20 bladzijden vol: waarom beland je, verkleed als een varken, met nieuwjaarsnacht in een poel op een industrieterrein? Daar moet toch een heel verhaal achter schuilen? Neen, na een paar bladzijden weten al precies wat er aan de hand is en is de spanning van de ketel en het vet van de soep.

Ik haalde hierboven al episode 1 van Breaking Bad aan, maar een beter nog beter, ouder en meer literair voorbeeld is Umberto Eco’s Slinger van Foucault (1988): op pagina 14-15 verstopt het hoofdpersonage zich in een Parijs museum, want er gaat die nacht iets vreemd gebeuren. Waarom hij dat denkt en hoe hij tot die conclusie gekomen is, komen we te weten tijdens 575 pagina’s flashbacks die ook ons, als lezer, indoctrineren met historische toevalligheden en correspondenties, zodat we misschien geloven wat in de laatste bladzijden beschreven wordt. Dit is een meesterwerk omdat geen enkele lezer compleet immuun is voor alle theorieën en verbanden die worden geponeerd: het toont aan hoe vatbaar mensen zijn voor pseudowetenschap.

Storend zijn vooral de zetfouten, taalfouten, schrijven zonder kennis van zaken (varkens, pijpbommen, …) en de personages die eendimensionaal blijven. Het is wellicht een goede tekst om te bewerken tot een scenario, maar als boek is het psychologisch echt ondiep. Dat is natuurlijk geen probleem wanneer je voor film werkt: dat is net wat een goed acteur bijdraagt.

En echt, beste lezer: ik hoopte echt dat het een wereldboek zou zijn…

Bespiegelingen bij de eerste Suske & Wiske prent (1945)

Op 20 december 1945 verschijnt de eerste Suske en Wiske strip in De Nieuwe Standaard. Dat was niet de eerste Vandersteen strip in de vernieuwde krant: vanaf 30 maart 1945 (exact een maand voor Hitlers zelfmoord) tot 15 december was er al Rikki en Wiske. Het is echter de eerste plaat van Het Eiland Amoras die voor mij heel oeuvre van Vandersteen samenvat.

De Nieuwe Standaard, 20 december 1945

De horizon op de achtergrond werkt als een tijdslijn: de middeleeuwse molen, de 19de-eeuwse stoomboot en het moderne 20ste eeuwse viaduct, allen samen gevat in één moment. En het is exact dat wat de Suske & Wiske strips doen: ze spelen zich altijd af in een spanningsveld tussen het verleden en het heden.

Ook de generaties worden op dezelfde lijn geplaatst: Sidonia als oudere generatie links en Wiske, de nieuwe generatie, aan de moderne rechterkant.

En congruent met deze generaties, zien we de verschillende genderpatronen: de oudere vrouw houdt zich aan de traditionele activiteiten: breien, weven. Wiske daarentegen, doet een activiteit die traditioneel door mannen gedaan wordt: vissen.

Zelfs het gegeven om het verhaal te openen met twee vrouwen, is uitzonderlijk en geen toevalligheid. In de aankondiging van dit verhaal, wordt de mannelijke hoofdfiguur Rikki simpelweg de laan uit gestuurd: “hij moet gaan aanschuiven voor een schoenbon.” De oorlog is voorbij, maar de rantsoenering nog lang niet.

Rikki moest verdwijnen omdat hij als oudere broer van Wiske, altijd de actie zou domineren. Die rol wilde Vandersteen voor Wiske, die hij het hier onmiddellijk tot koningin van Amoras laat schoppen.

Dit is wellicht het meest opmerkelijke aan de reeks: in tegenstelling tot vrijwel alle strips uit deze periode, zijn de vrouwen centraal in het verhaal: alles start bij Wiske (en Sidonia) en er komt nooit een mannelijk personage bij dat alle aandacht naar zicht toetrekt. Er is in dat opzicht een treffende gelijkenis met een van de meest revolutionaire kinderboeken ooit: Astrid Lindgrens Pipi Langkous, oorspronkelijk gepubliceerd op 26 november 1945, een kleine week na Op het Eiland Amoras.

“Wegloopers Gezogt”: leesoefeningen met 18de eeuwse advertenties

Lespakket – 18e eeuwse advertenties
Lespakket – 18e eeuwse advertenties

Inhoud:

  • Handleiding met alle oefeningen, oplossingen, afbeeldingen, gebruikte prompts en extra achtergrond. (PDF)
  • Deel 1: Takenblad leerlingen meerkeuzevragen (PDF)
  • Deel 2: Landscape layout van de teksten (PDF)
  • Deel 3: A4 kleurenversie van de AI portretten (PDF)

Dit is een praktische oefening in het lezen van historische teksten aan de hand van eenvoudige advertenties de 18de eeuw. Wanneer onderwerp en context overduidelijk zijn, is het interpreteren van deze teksten helemaal niet zo complex, al zijn er duidelijke struikelblokken: spelling, grammatica en zinsbouw wijken duidelijk af van wat we gewend zijn.

Het uiteindelijke doel van deze les is abstract: het taalvermogen van de leerlingen rekken door het aanbieden van afwijkende teksten. Onderweg leren we samen aspecten van de 18de-eeuwse maatschappij kennen, oefenen we grammatica, leren we woorden en locaties opzoeken en zoveel meer. Persoonlijk, vind ik het ook een uitdaging om een zo oud mogelijk onderwerp zo modern mogelijk te behandelen. Zonder de digitale bronnen was deze les volstrekt onmogelijk.

De taak is opgesplitst in 2 delen:

  • Deel 1: een individuele taak met drie korte tekstjes en meerkeuzevragen. De taak vereist geen inleiding en toetst niet: ze introduceert de leerlingen d.m.v. de vragen aan een aantal geplogenheden van het 18de-eeuwse Nederlands.
  • Deel 2: de leerlingen werken in groepjes en proberen de persoonsbeschrijvingen aan de met A.I.-gegenereerde portretten te linken. Deze oefening kan ingekort worden: er zijn 7 personen en 3 hondjes.

Deel 1: individuele meerkeuzevragen

Deel 2: de krantenberichtjes over weglopers

de met AI gegenereerde beelden

Muzikale poëzie met Lotte Van Dijck: ‘Glas’ (2010)

Op weg in de auto schotelde Apple Music mij plots dit nummer voor: Lotte Van Dijck, ‘Glas’ uit 2010. Hieronder probeer ik te begrijpen waarom ik het zowel op poëtisch als muzikaal vlak zo sterk vind: ‘Eleanor Rigby 2.0’.

Luister op Spotify of Apple Music

er is een plein waar ze niet af mag tot een uur of drie
er is een huis daar mag ze wonen
er is een blikje met touwtje naar een mand
in een rood met witte hut hoog in de bomen

ze telt tot vijf
ze telt tot tien
en wie niet weg is
die is gezien
ze telt tot vijf
ze telt tot tien
en wie niet weg is
die is gezien
die is gezien

kun je blijven alsjeblieft
niet bewegen alsjeblieft
er zit een vogeltje van glas
in zijn klas

er is een raam waarin ze terugzwaait rond een uur of zes
er is een huis daar mag hij wonen
hij telt de stappen van de metro naar de rood met witte deur
ze ziet hem binnenkomen

en telt tot vijf
en telt tot tien
en wie weg is
is niet gezien
ze telt tot vijf
ze telt tot tien
en wie weg is
is niet gezien
ze telt tot vijf
ze telt tot tien
en krijgt al vleugels

Lotte Van Dijck ‘Glas’

Op weg in de auto schotelde Apple Music mij plots dit nummer voor: Lotte Van Dijck, ‘Glas’ uit 2010. Hieronder probeer ik te begrijpen waarom ik het zowel op poëtisch als muzikaal vlak zo sterk vind: ‘Eleanor Rigby 2.0’.

Een tekst prikkelt als dat wat hij laat zien, meer lijkt te verbergen, dan het feitelijk toont. In de hinkelende eerste beweging is er een jong meisje, dat op het plein lijkt te moeten wachten tot haar ouders thuiskomen, of: iemand haar komt ophalen, of… 

Het huis waar ze mag wonen, vervolledigt het kinderlijke schema van geboden en verboden zonder reden: dit mag, dat niet. Niemand legt uit waarom. Ook niet aan ons, de luisteraar, en we hebben er het raden naar wat er precies aan de hand is. We zijn op het pleintje, we zijn een kind. 

Is het dan niet vanzelfsprekend dat ze in dat huis mag wonen? Waarom moet dat gezegd worden? Is het misschien niet echt haar huis, niet haar echte thuis? Wat dan met de volgende zin, die nog bevreemdender is “blikje met een touwje naar een mand in een rood met witte hut hoog in de bomen.” Is dit echt, of fantasie? Is het een geheime, gefantaseerde ontsnappingsroute voor het meisje op het plein?

De tweede beweging, begeleid door de diepe melancholie van rietinstrumenten, zet je nog dieper in je kindertijd. Of je nu achttien of tachtig bent, je bent nu terug vijf jaar en je speelt verstoppertje. De ogen sluiten en terug openen om een andere realiteit te zien, kan natuurlijk ook een zelfbeschermingsreflex zijn, een poging om aan de werkelijkheid te ontsnappen. 

De derde beweging is wiegend: er spreekt koestering, verlangen om samen te zijn. Is het meisje uit de eerste strofe het ‘vogeltje van glas’? Nog voor we iets meer te weten komen, wordt er bliksemsnel uitgezoomd: dat vogeltje van glas zit in zijn klas. Hoewel we een extern vertelperspectief leken te hebben in de eerste twee bewegingen, hebben we nu een persoonlijk vertelperspectief: alles gaat over dat vogeltje van glas “in zijn klas”. 

In de herhaling van de eerste beweging hebben we duidelijk een flashforward gedaan. Zij staat achter een raam om zes uur op haar echtgenoot te wachten, want ze zwaait naar hem en heeft hem dus gezien voor hij er is. Het vreemde escapistische beeld (een kinderlijk hallucinatie) van “het mandje met touwtje naar een rood met witte hut” wordt nu herpuzzeld tot “de rood met witte deur” waardoor haar echtgenoot naar binnenkomt. 

De tweede maal de tweede beweging: het goochelmoment met de realiteit. Ze heeft lang moeten tellen, tot vijf en tot tien, maar nu heeft ze haar droom bereikt, het uiterste kan soms heel simpel zijn. “Ze krijgt al vleugels”: eindelijk kan het glazen, kwetsbare vogeltje de vleugels uitslaan. 

De hunkerende derde beweging wordt niet herhaald en dat is ook thematisch volledig terecht: de hunkering is nu vervuld. En dan klokt de song af op minder dan 3 minuten. Als popsong met volledig klassieke instrumentatie, moeten we toch altijd denken aan ‘Eleanor Rigby’. ‘Glas’ is narratief vernuftiger, muzikaal meer ontwikkeld en heeft qua onderwerp universelere aantrekkingskracht. De tekst is eigenlijk te sterk om puur auditief te consumeren, maar werkt absoluut op die manier. 

Het is voor mij een beetje ongelooflijk dat deze plaat uit 2010 zo weinig publiciteit heeft genoten. Ook andere nummers tonen een componiste die weet wat ze wil en hoe het te bereiken. Niet alleen met een encyclopedisch inzicht in de muziekgeschiedenis, maar een evenzeer met een echt talent voor teksten. Er lijkt geen officiële tekst beschikbaar te zijn, dus ik heb de tekst (naar beste vermogen) getranscribeerd. Wat was niet altijd even makkelijk, omdat de stem niet optimaal gemixt is. Kritiek op de kwaliteit van het medium is bij een groot kunstwerk, is altijd secundair.

http://www.lottevandijck.nl/