Neo-archaïsmen en pseudo-neologismen: het einde van het woordenboektijdperk?

In een artikel uit 2015 werd gejubeld dat onzer aller goedweerpoëet Frank Deboosere de Nederlandse taal zou verrijkt hebben met een nieuw woord: ochtendgrijs. Nu is het woord ook opgenomen in Van Dale, zelfs met een vermelding van Deboosere. Is dit wel correct? Heeft Frank dit woord zelf bedacht, zoals het woordenboek aangeeft?

We spreken over een neologisme als een nieuw woord aan de taal wordt toegevoegd en we spreken over een archaïsme als een woord als ‘oud(erwets)’ wordt ervaren. Er is geen term voor woorden die als neologisme geklasseerd worden, terwijl (en eigenlijk omdat) het eigenlijk archaïsmen zijn – het taalkundige equivalent van het warm water opnieuw uitvinden. Of: gerefurbishte woorden. Nieuwbollige woorden?

In een artikel op de website van de openbare Vlaamse televisieomroep uit 2015 werd gejubeld dat ons aller goedweerpoëet Frank Deboosere de Nederlandse taal zou verrijkt hebben met een nieuw woord: ochtendgrijs. Hoe hij het woord geschapen heeft, laat de guitige weerman niet weten, maar hij beweert toch dat hij het al sinds 1997 gebruikt. Hij heeft zeker bijgedragen tot de nieuwe populariteit van het woord in weerberichten, daaromtrent is geen twijfel.

Nu is het woord ook opgenomen in Van Dale, zelfs met een vermelding van Deboosere. Is dit wel correct? Heeft Frank dit woord zelf bedacht, zoals het woordenboek aangeeft?

Van Dale Woordenboek, 16e herziene editie

Tot voor kort konden we natuurlijk het echt grote Woordenboek der Nederlandse Taal consulteren, maar door recente aanvallen op de servers is dit prachtig online naslagwerk al meer dan een week niet meer bereikbaar. Of het WNT ooit terug online komt, is nog maar de vraag.

Op een bepaalde manier zijn woordenboeken in 2026 overbodig geworden. Heel concreet betekent dit: als je wilt weten hoe een woord gespeld wordt of wat het exact betekent, kun je altijd het internet consulteren. Een zoekmachine geeft je toegang tot duizenden voorbeelden van het gebruik van het woord in concrete, realistische contexten. Je kunt met de zoekmachine bijvoorbeeld bepalen wat de meest gebruikelijke vorm is: kaffee of café? Tenzij je wilt opvallen, volg je de keuze van de meerderheid.

Deze onderzoeksmethode naar betekenis en gebruik, verschilt niet wezenlijk van de methode die lexicografen gebruiken om woordenboeken samen te stellen. Je bakent een onderzoekscorpus af: een verzameling van de teksten die je gaat onderzoeken en je beschrijft elk woord in dat corpus. De voorbeeldzinnen uit woordenboeken zijn niet verzonnen: ze komen altijd uit het corpus. Het internet is een groot corpus dat je digitaal kunt doorzoeken. Lexicografen deden dit vroeger op papier – er was geen alternatief.

Het internet huist echter ook afgelijnde historische corpora: krantendatabanken en literaire databanken. Daar kun je duizenden teksten doorzoeken in een paar seconden. Al deze voorbeelden zou je kunnen analyseren tot een woordenboekartikel (of: lemma) dat de kenmerken en betekenissen van het woord beschrijft.

De beste plaats om een snel onderzoekje te doen is de archiefsite delpher.nl en daar vinden we het woord al in 1896 in een poëtische kunstrecensie.

De kroniek; een algemeen weekblad, jrg 2, 1896, no. 67, 05-04-1896

In 1904 verschijnt het ook in het weerbericht:

Onze Nieuwtjes.. “Deli courant”. [Medan], 15-07-1904, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 17-05-2026

In 1926 maakt het woord deel uit van het arsenaal van een tuindichter:

DE MAAIER.. “Het volk : dagblad voor de arbeiderspartij”. Amsterdam, 20-11-1926, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 17-05-2026

Voor België kan men het krantenarchief Belgicapress van de KBR.be consulteren, al moet je wel registreren (gratis) om toegang te krijgen tot het hele gedigitaliseerde archief. Voor wie dacht dat het woord een hollandisme is, heb ik dit citaat uit 1947:

De Roode Vaan, 04-11-1947. Geraadpleegd op KBR.be op 17-05-2026

Een verdere stap, mocht die nodig zijn, is het consulteren van de literaire archieven op dbnl.org. Het is een kwestie van seconden om ettelijke voorbeelden te vinden, allen vroeger dan Franks lexicale epifanie in 1997:

Van Dale is niet meer was het was: een woordenboek samengesteld onder toezicht van taalkundigen. Nu is staat het onder redactie van lic. Ruud Hendrickx, jarenlang de taalnazizeur van de Vlaamse openbare oproep en naaste collega van weerman Deboosere. Jaren naast elkaar staan aan de pisbakken van de VRT, het schept een band natuurlijk, maar, heren, alstublieft… niet in mijn naslagwerk van €229.

We kunnen enkel vaststellen dat Van Dale pertinente fouten bevat: fouten die iedereen met wat internetkennis kan vaststellen. Dit is een pijnlijk moment: de betrouwbaarheid van naslagwerk met een aanzienlijke reputatie in het Nederlandse taalgebied, wordt gecompromitteerd door collegiale rugkrabberij. Natuurlijk is dit ook een slinkse manier om het reclameverbod op de VRT te omzeilen en het Van Dale woordenboek te promoten.

Ook in een ander artikel blaast Hendrickx de loftrompet van onze meteopoëet en dicht hem (alweer onterecht) de uitvinding van ‘winterprik’ toe. Het woordenboek laat hier de weerman onvermeld, maar geeft wel een jaartal: 1997. Een snelle zoekopdracht naar het woord op delpher.nl geeft ons voorbeelden uit 1976-1994.

Uit: Nederlands dagblad : gereformeerd gezinsblad / hoofdred. P. Jongeling … [et al.]. Amersfoort, 20-11-1976, p. 1. Geraadpleegd op Delpher op 17-05-2026

In 1976 heeft het woord geen aanhalingen nodig, maar in 1994 behoeft het die blijkbaar wel en wordt het omringd met het blijkbaar gebruikelijker synoniem ‘kou-inval’

‘Valentijnswinter’, in “Limburgsch dagblad”. Heerlen, 12-02-1994, p. 14. Geraadpleegd op Delpher op 17-05-2026

Hetzelfde blijkt het geval voor het afgrijselijke woord ‘lenterig,’ een leuk alternatief voor zij die de spellingproblemen van lenteachtig willen ontwijken. Dit gedrocht vinden we nochtans al in 1920:

Het is echt betreurenswaardig dat ik 2026 gratis digitale hulpmiddelen te beschikking heb, die mijn dierbaar woordenboek te schande maken. De les die hieruit kan ontwikkeld worden ligt voor de hand: de leerlingen doen in de les het research dat de redactie van Van Dale nalaat. Zelf op woordonderzoek gaan doet hen ervaren dat 1) teksten tot 150 jaar terug best leesbaar zijn; 2) dat woorden soms een revival meemaken; 3) dat je zelf aan de hand van een krantencorpus op zoek kunt gaan naar woorden, namen, plaatsen, adressen…

Net zoals het woordenboek, is ook de weerman een anachronisme geworden: iedereen gebruikt toch gewoon zijn smartphone app als het er echt toe doet. Misschien een ideetje: een AI Deboosere weerapp waarin Frank voor iedereen een persoonlijk weerbericht brengt, een nieuwe app met een echt archaïsch weerbericht.

WWTraject: level 3 – gebiedende wijs

Alle oefeningen van het traject zijn onmiddellijk toegankelijk op deze pagina. Ondertussen werden de oefeningen van level 1&2 meer dan 200 maal ingevuld en kwamen een aantal bugs en foutjes aan het licht. Ik tracht alle resultaten op te volgen en de database bij te werken.

De volgende stap (zie stap 1&2) is het introduceren van de ‘gebiedende wijs’ (imperatief) en deze vorm staat naast alle andere werkwoordsvormen die we behandelen en die in de ‘aantonende wijs’ (indicatief) zijn.

/10
0 stemmen, 0 gem
6

Report a question

You cannot submit an empty report. Please add some details.
Aangemaakt op Door Johan B

WWTraject – level 3

De gebiedende wijs, ofwel: de imperatief. Dit is in de strikte geen zin geen tijd, maar een wijs. De meeste werkwoordsvorm ‘duiden aan’, zijn indicatief. Deze werkwoord vorm beveelt, wil iemand iets laten doen.

vb. Verbeter je fouten nu zelf!

1 / 10

… uw omgeving: er zijn mooie plekjes te ontdekken!

2 / 10

… jij het verkeer, jij bent toch agent?

3 / 10

… die schandalig bestanden nu onmiddellijk!

4 / 10

… altijd het vervoersbewijs van de reiziger voor het instappen!

5 / 10

… altijd links als u in Engeland aankomt.

6 / 10

… dieren nooit zonder goede reden!

7 / 10

… u aan bij het onthaal.

8 / 10

… de auto onmiddellijk, of er volgt een boete.

9 / 10

… je advocaat maar naar huis, die kan je hier niet helpen!

10 / 10

… dat ook een leraar soms iets moet opzoeken.

taalanderwijs.org

Je score is

De gemiddelde score is 83%

De imperatief is geen werkwoordstijd, maar een wijs. De oefeningen hierop zijn simpel: altijd stam. De moeilijkheid zit eerder in het herkennen van de gebiedende wijs. Om in te drammen dat er nooit een -t komt bij deze vormen kan deze oefening gebruikt worden

0%
0 stemmen, 0 gem
10

Report a question

You cannot submit an empty report. Please add some details.

Je hebt 150 seconden voor 15 opgaven…

De tijd is op… Probeer opnieuw!


Aangemaakt op Door Johan B

WWTraject: level 1-3

Vragen van de eerste drie levels: tegenwoordige tijd, stammen met en zonder d, imperatief en indicatief.

1 / 15

De hond … een gat in de tuin.

2 / 15

… deze raket onmiddellijk, sergeant!

3 / 15

… U deze regeling?

4 / 15

Waarom … jij altijd uit op het ijs?

5 / 15

Je … toch geen de kip in een pizzaoven?

6 / 15

Zoek mijn horloge en … ze!

7 / 15

… het verkeer altijd bij het rode licht.

8 / 15

… je moeder ook voor een lange reis naar Australië?

9 / 15

Morgen … Hansje 14 jaar.

10 / 15

Ik … mijn verjaardag met een groot feest.

11 / 15

Ik … de hond uit de sloot.

12 / 15

… jij volgende week naar een groter appartement?

13 / 15

De docenten … over het nieuwe lesrooster.

14 / 15

… jij het verkeer, jij bent toch agent?

15 / 15

Ik … het voorstel zonder aarzelen.

taalanderwijs.org

Je score is

De gemiddelde score is 94%

0%

Deze summatieve oefening haalt 15 vragen uit de databank van 120+ zinnen van de drie niveaus. Omdat het oefenen in werkwoordspelling enkel dient om het schrijven te versnellen, zijn al deze tests met klok.

Bijwoord Bingo en andere oefeningen in praktisch grammaticaonderwijs

Domweg oefenen in het benoemen van bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden komt de taalvaardigheid niet ten goede. Deze les stelt een paar spelletjes voor om leerlingen te stimuleren en te oefenen in deze BW-BN-ZN structuren. Contrasteren van BW en BN was nuttig tot voor de spellingshervorming van 1946/7

Dit is een diagnostische test m.b.t. bijwoord/bijvoeglijke naamwoord structuren. Concreet gaat het enkel over: verbuigen en het plaatsen van komma’s. Slechts één vraag maakt gebruik van de termen bijwoord/bijvoeglijk naamwoord, de rest kan zonder voorkennis opgelost worden.

0 stemmen, 0 gem
13
Aangemaakt op Door Johan B

spelling

Beter Schrijven: Bijwoord/Bijvoegelijk

1 / 10

Iedereen heeft schrik van de…

2 / 10

Die Cybertruck, dat was echt een …

(selecteer alle correcte opties)

3 / 10

De zon is een…

4 / 10

Wat je daar zegt is een …

5 / 10

Als mijn man kookt is de keuken altijd een smerige vettige vuile boel.

6 / 10

Wil je bij mij komen chillen? Dat is vet cool!

7 / 10

En toen zag ik plots een … ballon aan de horizon.

8 / 10

Lucinda is een…

9 / 10

Die Tesla was een…

10 / 10

De vriendelijke kabouter woonde in een…

Je score is

De gemiddelde score is 66%

0%

  1. Bijwoord Bingo
  • Het is niet echt ‘bingo’, dat klinkt gewoon goed. Wel leuk!
  • Verdeel de klas in 3 teams
  • Elk team stuurt een team lid naar de quiz-spot: de quizzers staan met hun rug naar het bord en het gezicht naar de klas
  • Quizmaster trekt een letter: bijvoorbeeld ‘h’
  • Kandidaat 3 zegt een zelfstandig naamwoord met ‘h’, kandiaat 2 voegt een bijvoeglijk naamwoord toe (grote hond), kandidaat 1 voegt een bijwoord toe: waanzinnig grote hond.
  • De drie gebruikte woorden worden in drie kolommen op het bord genoteerd: deze mogen niet meer genoemd worden. Wanneer dit toch gebeurt, is de kandidaat uitgeschakeld.
  • De drie kandidaten verwisselen van plaats na elke beurt: zo moeten ze elke beurt een andere woordsoort verzinnen.
  • Na dit spel hebben we een bord vol met woorden om over te beginnen nadenken: hoe werken ZNW, BNW en BW samen om betekenis te maken?

2. De Bijwoordspinner

Alle ‘bijwoorden’ in de spinner hieronder, zijn eigenlijk bijvoeglijke naamwoorden die als bijwoord gebruikt worden. Je hoeft de link maar ter beschikking te stellen en de leerlingen beginnen met plezier te draaien en rare combinaties te maken. Ze lezen ze ook met plezier voor oefenen zichzelf zo in de bw-bnw-znw: een onwijs toffe ervaring.

3. Leerlingen maken zelf een Bijwoordspinner

Stap 1: Pas het Google Spreadsheet-sjabloon aan 

  • Maak een kopie van dit sjabloon. (Je moet hiervoor inloggen met je Google-account.)
  • Bewerk de kolomkoppen in rij 2.
  • Je kunt maximaal 10 kolommen gebruiken.
  • Maak onder de kolomkoppen lijsten van woorden, namen, zinnen, etc. die je willekeurig wilt laten husselen.
  • Geef je Randomizer een naam door de tekst in cel A1 te wijzigen.
  • Bewerk geen enkele cel met een blauwe achtergrond.

Stap 2: Publiceer je spreadsheet

  • Ga naar BestandDelenPubliceren op internet en klik vervolgens op Publiceren.
  • Kopieer de link die in het dialoogvenster verschijnt (deze heb je nodig in stap 3). 

Stap 3: Ontvang je Flippity.net-link 

  • Klik op het tabblad Get the Link Here van het sjabloon (onderaan).
  • Plak de link die je in stap 2 hebt gekopieerd in cel A3.
  • Klik op de link die in cel A5 verschijnt om naar je Flippity.net-randomizer te gaan. 

Stap 4: Bladwijzer maken en delen

  • Maak een bladwijzer van de pagina om deze snel terug te vinden.
  • Deel de Flippity.net-link met iedereen die de randomizer wil gebruiken. 

4. De theoretische-historische achtergrond over bijwoord/bijvoeglijk naamwoord in het onderwijs.

Hoe moeilijk kan het zijn? Een bijvoeglijk naamwoord staat bij een zelfstandig naamwoord en een bijwoord staat bij een bijvoeglijk naamwoord. Een bijvoeglijk naam woord kan verbogen worden, een bijwoord niet: het is net zoals voegwoorden en voorzetsels onveranderlijk.

Veel grammatica moet er volgens mij niet aan vuilgemaakt worden. Wie in 2025 nog oefent op het verschil tussen bijv. nw. en bijw. zit eigenlijk nog vooroorlogs te werken. Voor de spellinghervorming was het belangrijk om te weten of het een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord was, omdat de spelling (-s of -sch) hiermee samenviel. Deze kwestie is sinds de spellinghervoming van 1946/7 een irrelevant geworden.

Alleen blijven we voor de spelling dagelijks of dagelijksch en voor het gebruik van zeldzaam (bijv. nw.) en zelden (bijw.) op het onderscheid letten. Maar wanneer wij in zinnen als: Angstig keek hij omZiek werd hij thuis gebrachtVroolijk liep hij de trappen op, – onderzoeken, tot welke woordsoort de gespatiëerde woorden gebracht moeten worden, dan is dit niet meer dan geestesgymnastiek.

C.H. Den Hertog, ‘Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord,’ in: Noord en Zuid, jaargang 12, 1889, p.579 e.v.

Voorheen dicteerde de spelling: deze wafelen zijn vers gebakken (bijwoord), maar: dit zijn versche wafelen. Of: geeft ons dagelijks ons dagelijksch brood.

Onze Taal, januari 1946

Toch een aantal opmerkingen: ‘Dansen’ is ongetwijfeld een werkwoord, maar dat wil niet zeggen dat het niet als zelfstandig naamwoord kan gebruikt worden: Dansen is leuk. Ook een bijvoeglijk naamwoord kan de rol nemen van zelfstandig naamwoord, dat is het geval bij een halve gare. ‘Halve’ en ‘gare’ zijn duidelijk allebei bijvoeglijke naamwoorden -ze zijn verbogen- maar toch functioneert de laatste als zelfstandig naamwoord. In de zin De steen is zeer hard is ‘zeer’ een echt bijwoord (dat staat bij een bijvoeglijk naamwoord) — maar deze bijwoord functie kan evengoed vervuld worden door een substantief: kei hard. Conclusie: hoe een woord syntactisch verbonden worden aan andere, geeft niet onmiddellijk informatie over de woordsoort.

Daarmee komen we op het punt dat een massa een bijvoeglijke naamwoorden op een bijwoordelijke manier kunnen gebruikt worden. ‘Echte’ bijwoorden herken je aan het feit dat ze nooit verbogen kunnen worden. Bij bijvoeglijke naamwoorden zetten we enkel bijwoorden van graad: zeer, nogal, weinig, een heel beperkte groep. Wie niet gelooft dat Jan loopt snel een bijwoordelijke bepaling bevat met als woord soort bijvoeglijk naamwoord, leest er best Onze Taal op na; of denkt na over de vraag of Jan loopt sneller ook een bijwoord bevat.

Ook zag ik de radicaal foute gewoonte om het aanvullende deel van de p.v. bij splitsbare werkwoorden aan te duiden als bijwoord — dit is radicaal fout. In de zin Ik zet mijn hoed op gaan we niet de woordsoort van ‘op’ bepalen, het is geen woord, het is een deel van een woord: een morfeem. Voor een deel is dat te wijten aan hoe Van Dale met bijvoorbeeld woorden zoals ‘op’ omgaat. Als Nederlandse verklarend woordenboek heeft het nut om nieuwe taalgebruikers op de betekenisverschillen te wijzen. In de zin ‘Ik zet mijn hoed op’ lijkt de betekenis van het voorzetsel het hebben, in ‘De vlieger gaat op’ lijkt het eerder een bijwoord.

Scholen zijn zoals AI: ze geven ‘kennis’ door zonder nadenken en deze kwestie is wel het meest hallucinerende voorbeeld dat ik ken. Ze leren je feiten, maar leren je niet ermee werken, er iets nieuws mee creëren, het toepassen in een nieuwe context. Indien we dit niveau willen bereiken zullen ook de leerkrachten moeten beginnen het voorbeeld te geven: d.w.z. zelf lesmateriaal maken. Zeker voor de verdoemde grammatica-oefeningen: je beseft nooit dat het altijd complexer is dan een oefening kan vatten van zodra je zelf oefeningen begint op te stellen. Of gewoon even de ANS bekijken, dat heeft hetzelfde ontmoedigend effect.

WW-Traject: levels 1 en 2 OTT

Zoals uitgestippeld en aangekondigd in een eerdere blogpost, is hier het eerste deel van het WW-Traject. Voorlopig zijn er drie oefeningen beschikbaar:

Level 1: onvoltooid tegenwoordige tijd voor werkwoorden met stammen die niet eindigen op -d en bijhorende inversies.

0 stemmen, 0 gem
24

Je hebt 100 seconden voor 10 oefeningen…

Je tijd is helaas op. Probeer opnieuw, het gaat dan vast beter!


Aangemaakt op Door Johan B

WW-Traject: level 1

Oefeningen in de onvoltooid tegenwoordige tijd, zonder dt.

1 / 10

Jij … te lang naar het juiste antwoord.

2 / 10

U … alle documenten voor de vergunning.

3 / 10

… jij nu met het lawaai, alsjeblieft?

4 / 10

Kan het dat ik je … gezien?

5 / 10

Hij … ’s middags even uit op de bank.

6 / 10

De man … met zijn advocaat.

7 / 10

Erika en Jan … geld voor hun eerste huis.

8 / 10

Zachtjes  … de poes op de schoot van de eigenaar.

9 / 10

… je moeder ook voor een lange reis naar Australië?

10 / 10

…. de trein over vijf minuten op spoor 3, zoals aangekondigd?

Je score is

De gemiddelde score is 88%

0%

Afsluiten

Level 2: enkel werkwoorden met stammen die eindigen op -d

0 stemmen, 0 gem
14

Je hebt 100 seconden voor 10 meerkeuzevragen. Succes!

De tijd is helaas afgelopen. Probeer opnieuw!


Aangemaakt op Door Johan B

WW-Traject: level 2

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd met werkwoorden met -d in de stam + inversies.

1 / 10

Morgen … Hansje 14 jaar.

2 / 10

Je vriendin … zo snel kwaad als ik een grapje maak!

3 / 10

… jij koriander ook zo lekker?

4 / 10

Voor gebruik … U de fles chocolademelk best.

5 / 10

Ik geloof niet dat u het antwoord …!

6 / 10

Ik denk dat ik me ziek vandaag gewoon ziek …

7 / 10

Wanneer … Kevin de vrachtwagen in?

8 / 10

Chantal … zich altijd elegant.

9 / 10

Je … toch geen de kip in een pizzaoven?

10 / 10

… Elisa al haar tijd aan studeren?

Je score is

De gemiddelde score is 49%

0%

Level 1+2: een mix van de twee bovenstaande oefeningen:

0 stemmen, 0 gem
16

Je hebt 100 seconden voor 10 opgaven. Succes!

Je tijd is op. Probeer opniuew


Aangemaakt op Door Johan B

WWTraject: level 1+2

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd: werkwoorden met gewone stam (50%), werkwoorden met -d stam (50%). Dans/danst/dansen; Word/wordt/worden.

1 / 10

Je vriendin … zo snel kwaad als ik een grapje maak!

2 / 10

Hij … ’s middags even uit op de bank.

3 / 10

De man … met zijn advocaat.

4 / 10

Morgen … Hansje 14 jaar.

5 / 10

… U deze regeling?

6 / 10

Hij … op al mijn vragen.

7 / 10

Vanavond … Hilde op in de schouwburg.

8 / 10

Je … toch geen de kip in een pizzaoven?

9 / 10

Als je het vraagt, … ik je de helpende hand.

10 / 10

Best … je het ijzer nu het heet is.

Je score is

De gemiddelde score is 73%

WW-Traject: efficiënte werkwoordentraining

Hier is ultieme werkwoordentest: tien items. Wie alles correct heeft, heeft niets meer bij te leren. Of er instinkers tussenzitten? Neen, het zijn allemaal instinkers.

0 stemmen, 0 gem
80

Je hebt 100 seconden voor 10 meerkeuzevragen.

De tijd is op! Helaas pindakaas…


Aangemaakt op Door Johan B

WW-traject: teaser

De 10 allermoeilijkste dt-opgaven

1 / 10

Heb jij wel eens, zo als bijverdienste, … ?

2 / 10

Zeg, Smulsmurf, heb jij misschien gisteren alle smurfbessen …

3 / 10

Het ongeval is op een zondagochtend om 5u in de dichte mist …

4 / 10

… je hond ook door die vervelende buurtkater lastiggevallen?

5 / 10

… u tot de buschauffeur voor meer informatie.

6 / 10

Hij … een nieuwe auto kopen.

7 / 10

Ik, die zoveel van bloemen …, bedank jullie allemaal voor dit prachtige geschenk!

8 / 10

Als dat …, is het niet mijn schuld.

9 / 10

Gij allen, broeders, gaat heen en … het woord van Christus.

10 / 10

Naar … zijn er problemen op de E40.

Je score is

De gemiddelde score is 68%

De gemeenste dt-quiz ooit — probeer ‘m nu!

LinkedIn Facebook
0%

Feedback is altijd welkom…

Bedankt om tijd uit te trekken voor feedback. Dit wordt zeker in rekening genomen.

De problemen met het bestaande werkwoordtraining zoals ik het vaak zie:

  1. Elke werkwoordstijd is een systeem op zich, dat apart begrepen en ingeoefend moet worden.
  2. De stam van een werkwoord is vaak, maar niet altijd gelijk aan de eerste persoon. De eindklank van de stam van zweven is een /v/ en daarom krijgt het een uitgang met d.
  3. De tijden gaan niet alleen over verleden, heden, toekomst maar ook over aspect: beschouwt de spreker het beschrevene als voltooid of is er een effect in het heden (onvoltooid)? ‘Ik heb gedanst’ is een tegenwoordige tijd! Het is wel een voltooide vorm (perfectum): nu heb ik een dansje achter de rug.
  4. ’t Kofschip: als leerlingen op het niveau zijn aanbeland dat er ook over morfologie en fonetiek wordt gesproken, mogen ze toch eindelijk wel eens weten waarom de letters in van ’t kofschip zijn wat ze zijn: stemloze medeklinkers.
  5. Modale werkwoorden: jij wil of jij wilt? hij wil of hij wilt? Hier wordt in het algemeen te weinig op geoefend.
  6. Consequente werkwoordsvormen met u, is vaak een probleem. Met u gebruiken we de tweede of de derde persoon, maar wel consequent. Dus niet: u heeft (3e p.) het formulier toch ontvangen en bent (2e p.) ermee naar het postkantoor gegaan.
  7. Werkwoordsvormen zijn, zoals alle talige elementen, onderhevig aan historische evolutie. Voor de werkwoorden hangt die voornamelijk samen met de evolutie van gij naar jij, die in Vlaanderen nooit (volledig) heeft plaatsgevonden. De voornaamste voorbeelden zijn: -t in de imperatief meervoud (neemt allen uw boek) en de -t in de tweede persoon onvoltooid verleden tijd van onregelmatige werkwoorden: Gij vondt talrijke bessen in Davids Stad (Jes 22:9) of Mijn bozen daân Gij naamt die gunstig weg (1773; Ps 32:3). In deze context is ook te wijzen op de recente evolutie van je kunt/zult naar je kan/zal en de voorkeur voor deze vormen bij de beleefdheidsvorm ‘u’.
  8. Elke oefening op werkwoordspelling test alleen het beheersen van de regels, niet de toepassing ervan tijdens een realistische schrijftaak.
  9. Wie niet schrijft, maakt geen fouten. Uiteindelijk zijn werkwoordsoefeningen goed om alle kennis correct te ordenen, maar geen garantie op vlekkeloos spellen. Dat weten echter enkel degenen die veel zelf (veel) schrijven – niet alle leerkrachten behoren tot deze groep. Het kan niet dat leerkrachten Nederlands geen boeken lezen, maar het kan wel dat ze nooit een tekst schrijven? Zeker de blinde voltooide deelwoorden: bekend/t, gebeurd/t enzoverder blijven waanzinnige instinkers, omdat hier het absolute paardenmiddel, luidop voorlezen, niet helpt.

Het enige dat nieuw en belangrijk is aan het traject zoals ik het voorstel, is de volgorde van de oefeningen. De methode, indien die naam waardig, zit louter in het apart aanbieden, begrijpen en inoefenen van de verschillende systemen.

INDICATIEFverledentegenwoordigtoekomstig
onvoltooidik dansteik dansik zal dansen
voltooidik had gedanstik heb gedanstik zal gedanst hebben

Stappenplan

  1. Indicatief – OTT – dans(t), dansen + alle inversies. Enkel transparante werkwoorden, m.a.w. geen -d op het einde van de stam. 
  2. Indicatief – OTT – word(t), worden + alle inversies. Enkel werkwoorden met -d op het einde van de stam. 
  3. Mixoefening van 1 en 2 met inversies. 
  4. Imperatief met transparante stammen
  5. Imperatief met -d stammen
  6. Mixoefening van de Imperatief 4 en 5
  7. Mixoefening van al het voorgaande
  8. Indicatief – OVT – danste(n), volgde(n)– met werkwoorden zonder -t of -d in de stam
  9. Indicatief – OVT – praatte(n), duidde(n) met werkwoorden met -t of -d in de stam
  10. Mixoefening van 8 en 9
  11. Mixoefening van al het voorgaande
  12. Indicatief – VTT gedanst, gevolgd
  13. Indicatief – VTT of OTT het gebeurt/is gebeurd onzichtbare voltooid deelwoorden
  14. Vervoeging van leenwerkwoorden
  15. Onbestaande voltooide deelwoorden
  16. Finale Supermix oefening