Voetbaaltaal: taalzuivering voor het sportjournaille

Lespakket – Voetbaaltaal
Lespakket – Voetbaaltaal
  • Takenblad taalzuivering ‘Voetbaaltaal’ in PDF
  • Takenblad taalzuivering ‘Genaaid/gehecht’ in PDF
Size: 14MB
Version: 1.0
Published: 20 september, 2026

Mijn haat voor de voetbalsport is quasi metafysisch, maar dat geldt natuurlijk ook voor mijn melancholie. Ik mocht als 12-jarige mijn bed uit om de Belgen in Mexico te zien stunten in 1986. Kortom: ik heb het recente WK voetbal gekeken.

Voetbal, of niet, “schrijven is schrappen” blijft de boodschap. Of die uitspraak echt aan Franz Kafka kan toegewezen worden, is niet zeker, maar zijn manuscripten laten weinig aan de verbeelding over. Schrappen begint bij de herhalingen:

Niet gebruiken van verwijswoorden zorgt voor nodeloze herhalingen.

Tijdens het bekijken van de wedstrijden via de Vlaamse televisie-omroep, viel mij op dat Vlaanderen een heel eigen jargon begint te ontwikkelen op het vlak van sportverslaggeving. Dat kan natuurlijk een symptoom mijner eigen ouderdom zijn, ik bemerkte deze problemen:

Schrijven is schrappen wat kan geschrapt worden, of lezers verliezen.
Pleonastisch taalgebruik
  1. Gebrek aan teksteconomie: zeker in deze digitale tijden geldt de regel ‘minder is meer’ en eigenlijk is dat altijd de eerste regel van teksteditie. Di is altijd ook een probleem op school omdat opdrachten vaak een vaste lengte moeten hebben. Kunnen we beginnen focussen op inhoud in de plaats van vorm? Kwaliteit i.p.v. kwantiteit.
  2. Idiomatische verglijding: vast uitdrukkingen en spreekwoorden worden mishandeld en verknutseld. Dat wil niet zeggen dat ik problemen heb met een bal die in de kruising geschilderd wordt, een chasse patate of het vals plat.
  3. Calque vertalingen uit Engels: bedrijven, verenigingen en teams kun je ontbinden, maar duivels nog altijd niet.
  4. Passe-partout woorden: betekenisloze woorden, waarbij het belangrijkste wel is ‘momentje’: flatermomentje, schrikmomentje, shitmomentjes, bange momentjes, stressmomentjes, … het houdt niet op. Zelf ‘een momentje hebben’ blijkt een ding te zijn.
Een greep uit de oncreatieve momentjes van de sportredactie…

Na wat grasduinen op sporza.be was ik toch verbaasd over het niveau van het Nederlands, terwijl dat elders bij VRT nog wel meevalt. Het opmerkelijkste was wel deze: het consequente gebruik van ‘naaien’ in de betekenis van ‘hechten (van een wonde)’. Dat wil niet zeggen dat duidelijk Noord-Nederlandse uitdrukkingen zoals “iemand opnaaien” of “zijn vrouw naaien” vermeden worden, integendeel. Aan de ene kant pleit dit voor de taalflexibiliteit van de Vlaming, aan de andere kant zou ik toch liever ‘hechten’ zien.

Erik Vlaminck – Het groot huisvuil en de buren

Het is met geen mensenverstand te begrijpen, mijnheer. Ze woont in een half open bebouwing, ze heeft ramen met dubbel glas, ze heeft een afwasmachine, ze heeft een droogkast van Miele. Ze heeft zelfs nen platten teevee…en toch heeft ze een depressie. Zoiets is toch niet te begrijpen!

Misschien wel het sterkste Vlaamse radioboek van de hele collectie van meer dan honderd verhalen. Vlaams in zijn setting en in de stugge, onverzettelijke geest van Streuveliaanse hoofdpersonage dat er maar niet in slaagt te begrijpen dat er ook andere perspectieven op het leven zijn dan de zijne.

Erik Vlaminck slaag er met een typische couleur locale sympathie te generen voor een uiterst onsympathiek personage. Door het perspectief van de hoofdpersoon als enige focalisatie te gebruiken, beleeft de luisteraar een mentale katharsis: we hebben het standpunt een onsympathiek en misschien zelfs crimineel personage beleefd. We zijn in zijn redeneringen meegegaan, omdat we geen andere informatiebron hadden.

Taalvariatie: standaardtaal en dialect

LESMATERIAAL:

Bovenstaande taak werkt voornamelijk op twee competentievelden: taalbeschouwing en lezen. Alle tekstjes zijn afkomstig uit een krantje van de Taalunie, dat werkelijk een spectrum aan perspectieven bood om dit onderwerp te behandelen. Simpelweg de leesoefening aandachtig uitvoeren leidt de leerlingen al naar een moderne, semi-wetenschappelijke, non-prescriptieve visie op taal.