WWTraject: level 3 – gebiedende wijs

Alle oefeningen van het traject zijn onmiddellijk toegankelijk op deze pagina. Ondertussen werden de oefeningen van level 1&2 meer dan 200 maal ingevuld en kwamen een aantal bugs en foutjes aan het licht. Ik tracht alle resultaten op te volgen en de database bij te werken.

De volgende stap (zie stap 1&2) is het introduceren van de ‘gebiedende wijs’ (imperatief) en deze vorm staat naast alle andere werkwoordsvormen die we behandelen en die in de ‘aantonende wijs’ (indicatief) zijn.

/10
0 stemmen, 0 gem
2

Report a question

You cannot submit an empty report. Please add some details.
Aangemaakt op Door Johan B

WWTraject – level 3

De gebiedende wijs, ofwel: de imperatief. Dit is in de strikte geen zin geen tijd, maar een wijs. De meeste werkwoordsvorm ‘duiden aan’, zijn indicatief. Deze werkwoord vorm beveelt, wil iemand iets laten doen.

vb. Verbeter je fouten nu zelf!

1 / 10

Zoek mijn horloge en … ze!

2 / 10

… die schandalig bestanden nu onmiddellijk!

3 / 10

… op jezelf en het goede weer!

4 / 10

… jij het verkeer, jij bent toch agent?

5 / 10

… die bandiet als je het ziet; hij is een gevaar voor de maatschappij!

6 / 10

… deze incidenten altijd bij het schoolhoofd!

7 / 10

… de auto onmiddellijk, of er volgt een boete.

8 / 10

… altijd links als u in Engeland aankomt.

9 / 10

… u aan bij het onthaal.

10 / 10

… dat de winter niet blijft duren.

taalanderwijs.org

Je score is

De gemiddelde score is 95%

De imperatief is geen werkwoordstijd, maar een wijs. De oefeningen hierop zijn simpel: altijd stam. De moeilijkheid zit eerder in het herkennen van de gebiedende wijs. Om in te drammen dat er nooit een -t komt bij deze vormen kan deze oefening gebruikt worden

0%
0 stemmen, 0 gem
9

Report a question

You cannot submit an empty report. Please add some details.

Je hebt 150 seconden voor 15 opgaven…

De tijd is op… Probeer opnieuw!


Aangemaakt op Door Johan B

WWTraject: level 1-3

Vragen van de eerste drie levels: tegenwoordige tijd, stammen met en zonder d, imperatief en indicatief.

1 / 15

Je … je best tot het studentensecretariaat met dit probleem.

2 / 15

Zoek mijn horloge en … ze!

3 / 15

Waarom … jij een gat in de tuin.

4 / 15

Je vriendin … zo snel kwaad als ik een grapje maak!

5 / 15

Ik … mijn verjaardag met een groot feest.

6 / 15

De docenten … over het nieuwe lesrooster.

7 / 15

… ik mijn vlucht naar Rome zelf?

8 / 15

… ik weeral de boodschappen?

9 / 15

Voor gebruik … U de fles chocolademelk best.

10 / 15

… hem zelf eens bij je thuis, dan zul je zien hoe vriendelijk hij is.

11 / 15

De man … met zijn advocaat.

12 / 15

ZachtjesĀ  … de poes op de schoot van de eigenaar.

13 / 15

… jij het verkeer, jij bent toch agent?

14 / 15

Ik … nog altijd in Sinterklaas.

15 / 15

… altijd het vervoersbewijs van de reiziger voor het instappen!

taalanderwijs.org

Je score is

De gemiddelde score is 94%

0%

Deze summatieve oefening haalt 15 vragen uit de databank van 120+ zinnen van de drie niveaus. Omdat het oefenen in werkwoordspelling enkel dient om het schrijven te versnellen, zijn al deze tests met klok.

Taalvariatie in de kijker: 6 leestaken

Des te meer je van een taal ontdekt, des te duidelijker het wordt dat elke taal ‘meer dan ƩƩn taal’ is en tegelijkertijd: ‘geen taal’ meer is.

Elke grammatica is een vooraf gedoemde poging om de taal te beschrijven, dat weet elke taalkundige. Lang voor de taalkundige haas de springlevende schildpad-taal kan inhalen, is die alweer elders. Nochtans is het onderwijs vergeven van mensen die grammatica als de grondwet van het taalgebruik zien. Op constructieve manier het belang van grammatica relativeren, kan door te werken rond taalvariatie.

Lespakket – Taalvariatie: lezen
Lespakket – Taalvariatie: lezen

    • 2 korte stukjes met meerkeuzevragen, ibid. ** (PDF)

    • 2 langere stukjes, ibid. *** (PDF)

Size: 3.9MB
Version: v 2.0
Published: 6 februari, 2026

Taalvariatie: cartoons

Cartoons zijn een leuke en compacte manier om ideeƫn te verspreiden. We bekijken 5 cartoons uit het krantje Taalpeil van de Nederlandse Taalunie uit 2009.

Bekijk de cartoons en beoordeel welk idee of taalvariatie erin gecommuniceerd wordt.

1 / 5

Quiz image

2 / 5

Quiz image

Standaardtaal en dialect…

3 / 5

Quiz image

4 / 5

Quiz image

5 / 5

Quiz image

Je score is

De gemiddelde score is 74%

Dit was volgens mij ook de reden om vanaf de eeuwwisseling taalvariatie op het programma te zetten in leerplannen. Het tonen van de taal als spectrum in meerdere dimensies, toont de relativiteit van alle regels aan. Elke taalregel is onderhevig aan historische, geografische en sociale variatie. Talen met een onveranderlijk regelsysteem zijn dood of artificieel. In de bewoordingen van de Franse filosoof Jacques Derrida: langue als term voor taalsystemen is misleidend, beter is: plus d’une langue. Hoe meer je een taal bekijkt, des te duidelijker het wordt dat elke taal meer dan ƩƩn taal is en tegelijkertijd: geen taal meer is.

Elke taal lijkt slechts een eenheid vanop een afstand, als je meer inzoomt zie je altijd meerdere talen. Nederlands bestaat, maar als we van naderbij kijken, zien we bijvoorbeeld Nederlands en Vlaams. Van zodra we inzoomen op Vlaams, zien we duidelijk verschillende streektalen. Voor een Groninger lijken de dialecten van Sint-Truiden en Genk identiek, maar daar zijn de mensen uit Sint-Truiden noch Genk het mee eens.

De grammatica loopt altijd achter de feiten van de levende taal aan en kan er niet op vooruitlopen.

Poƫzievergelijkingen met Willem Wilmink

Drie sets gedichten: een herwerking van hetzelfde thema, een herwerking van een bestaand gedicht en een hertaling van een klassieker. Door duizendpoot Willem Wilmink.

We vergelijken enkel gedichten als ze in het oog springende gelijkenissen vertonen, want we gaan er redelijk gemeenzaam vanuit dat het in poĆ«zie om originaliteit te doen is. De realiteit (en deze les) zullen ons leren dat schrijvers meer dan eens af- en overschrijven… zelfs bij meesterwerken.

In het eerste deel bekijken we twee van Wilminks gedichten die rechtstreeks en expliciet ‘zigeuners’ als thema hebben. De gedichten doen hierdoor een beetje verouderd aan (pre-migratie: vroege jaren ’60?), maar tegelijkertijd objectiverend: de zigeuner lijkt een archetype voor de vreemdeling. Ze zijn hier altijd geweest, maar worden niet als deel van de maatschappij beschouwd.

Discussie over de twee zigeuner-gedichten.

Het tweede deel, getiteld ‘hier en weg’, zet Wilminks beroemde gedicht ‘Achterlangs’ naast eentje van Hendrik de Vries. Dit gedicht wordt door Wilmink zelf geciteerd in zijn Handig Literatuurboek op p.101. Het is letterlijk de blauwdruk voor ‘Achterlangs’; Wilmink schrijft over dit gedicht enkel “Commentaar overbodig. Ik volsta met de opmerking: ik wou dat ik dit geschreven had”.

Het interessante is dat de teksten louter inhoudelijk geen overeenkomsten vertonen. De Vries’ gedicht is vanuit het perspectief van een jong kind; Wilminks tekst getuigt van een spreker met enige levenservaring. Centraal staat de melancholie: de rouw om iets wat voor eeuwig verloren is, maar voor altijd aanwezig omdat we niet kunnen ophouden ernaar te verlangen. In een lezing over poĆ«zie uit 1990 geeft hij wel commentaar op dit gedicht:

Als er had gestaan ā€˜nam een man mij die twee stukken af en gooide ze over de schutting weg’, dan was ons hier een verhaaltje verteld. Iets als: ā€˜ik zag gisteren Anneke nog’. Zeg je: ā€˜ik heb gisteren Anneke nog gezien’, dan betekent die ontmoeting nu nog iets voor je, zoals je een boek dat je uitleende terug kunt hebben, maar een boek dat je hebt uitgeleend nog steeds mist. Het jongetje staat daar, met lege handen: ā€˜heeft afgenomen… weggegooid…’: het staat daar als voor eeuwig, in een bevroren beeld, nooit meer in staat die letters en cijfers te ontraadselen. De volwassene heeft het kind (en de man die eruit zou groeien) gefrustreerd, zonder dat hij wist wat hij deed. Want voor zo’n volwassene bestaan er geen raadsels, zoals we zagen: alleen maar beursberichten.

Willem Wilmink, ā€˜Over PoĆ«zie voor kinderen en volwassenen.’ In: Documentatieblad Kinder- en Jeugdliteratuur jrg. 4 (1990) nr. 13, p. 4-13

Deel drie omvat drie gedichten: Wilminks vertaling van het Egidiuslied, zijn eigen versie ter gelegenheid van het overlijden van zijn vriend Harry Bannink en een tekst die vooruitblikt op zijn eigen sterfelijkheid. Misschien zijn deze teksten beter te behandelen in het kader van het Egidiuslied. Niets hertaalt de sfeer van het originele tekst beter dan dit:

Egidius,

dat was het dus,

je hebt ons echt verlaten.

’t Is nacht en stil

en ach, ik wil 

zo graag weer met je praten.

Bijwoord Bingo en andere oefeningen in praktisch grammaticaonderwijs

Domweg oefenen in het benoemen van bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden komt de taalvaardigheid niet ten goede. Deze les stelt een paar spelletjes voor om leerlingen te stimuleren en te oefenen in deze BW-BN-ZN structuren. Contrasteren van BW en BN was nuttig tot voor de spellingshervorming van 1946/7

Dit is een diagnostische test m.b.t. bijwoord/bijvoeglijke naamwoord structuren. Concreet gaat het enkel over: verbuigen en het plaatsen van komma’s. Slechts ƩƩn vraag maakt gebruik van de termen bijwoord/bijvoeglijk naamwoord, de rest kan zonder voorkennis opgelost worden.

0 stemmen, 0 gem
8
Aangemaakt op Door Johan B

spelling

Beter Schrijven: Bijwoord/Bijvoegelijk

1 / 10

Wat je daar zegt is een …

2 / 10

Als mijn man kookt is de keuken altijd een smerige vettige vuile boel.

3 / 10

Lucinda is een…

4 / 10

De vriendelijke kabouter woonde in een…

5 / 10

De zon is een…

6 / 10

Die Cybertruck, dat was echt een …

(selecteer alle correcte opties)

7 / 10

Wil je bij mij komen chillen? Dat is vet cool!

8 / 10

Die Tesla was een…

9 / 10

En toen zag ik plots een … ballon aan de horizon.

10 / 10

Iedereen heeft schrik van de…

Je score is

De gemiddelde score is 60%

0%

  1. Bijwoord Bingo
  • Het is niet echt ‘bingo’, dat klinkt gewoon goed. Wel leuk!
  • Verdeel de klas in 3 teams
  • Elk team stuurt een team lid naar de quiz-spot: de quizzers staan met hun rug naar het bord en het gezicht naar de klas
  • Quizmaster trekt een letter: bijvoorbeeld ‘h’
  • Kandidaat 3 zegt een zelfstandig naamwoord met ‘h’, kandiaat 2 voegt een bijvoeglijk naamwoord toe (grote hond), kandidaat 1 voegt een bijwoord toe: waanzinnig grote hond.
  • De drie gebruikte woorden worden in drie kolommen op het bord genoteerd: deze mogen niet meer genoemd worden. Wanneer dit toch gebeurt, is de kandidaat uitgeschakeld.
  • De drie kandidaten verwisselen van plaats na elke beurt: zo moeten ze elke beurt een andere woordsoort verzinnen.
  • Na dit spel hebben we een bord vol met woorden om over te beginnen nadenken: hoe werken ZNW, BNW en BW samen om betekenis te maken?

2. De Bijwoordspinner

Alle ‘bijwoorden’ in de spinner hieronder, zijn eigenlijk bijvoeglijke naamwoorden die als bijwoord gebruikt worden. Je hoeft de link maar ter beschikking te stellen en de leerlingen beginnen met plezier te draaien en rare combinaties te maken. Ze lezen ze ook met plezier voor oefenen zichzelf zo in de bw-bnw-znw: een onwijs toffe ervaring.

3. Leerlingen maken zelf een Bijwoordspinner

Stap 1: Pas het Google Spreadsheet-sjabloon aan 

  • Maak een kopie van dit sjabloon. (Je moet hiervoor inloggen met je Google-account.)
  • Bewerk de kolomkoppen in rij 2.
  • Je kunt maximaal 10 kolommen gebruiken.
  • Maak onder de kolomkoppen lijsten van woorden, namen, zinnen, etc. die je willekeurig wilt laten husselen.
  • Geef je Randomizer een naam door de tekst in cel A1 te wijzigen.
  • Bewerk geen enkele cel met een blauwe achtergrond.

Stap 2: Publiceer je spreadsheet

  • Ga naar BestandDelenPubliceren op internet en klik vervolgens op Publiceren.
  • Kopieer de link die in het dialoogvenster verschijnt (deze heb je nodig in stap 3). 

Stap 3: Ontvang je Flippity.net-link 

  • Klik op het tabblad Get the Link Here van het sjabloon (onderaan).
  • Plak de link die je in stap 2 hebt gekopieerd in cel A3.
  • Klik op de link die in cel A5 verschijnt om naar je Flippity.net-randomizer te gaan. 

Stap 4: Bladwijzer maken en delen

  • Maak een bladwijzer van de pagina om deze snel terug te vinden.
  • Deel de Flippity.net-link met iedereen die de randomizer wil gebruiken. 

4. De theoretische-historische achtergrond over bijwoord/bijvoeglijk naamwoord in het onderwijs.

Hoe moeilijk kan het zijn? Een bijvoeglijk naamwoord staat bij een zelfstandig naamwoord en een bijwoord staat bij een bijvoeglijk naamwoord. Een bijvoeglijk naam woord kan verbogen worden, een bijwoord niet: het is net zoals voegwoorden en voorzetsels onveranderlijk.

Veel grammatica moet er volgens mij niet aan vuilgemaakt worden. Wie in 2025 nog oefent op het verschil tussen bijv. nw. en bijw. zit eigenlijk nog vooroorlogs te werken. Voor de spellinghervorming was het belangrijk om te weten of het een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord was, omdat de spelling (-s of -sch) hiermee samenviel. Deze kwestie is sinds de spellinghervoming van 1946/7 een irrelevant geworden.

Alleen blijven we voor de spelling dagelijks of dagelijksch en voor het gebruik van zeldzaam (bijv. nw.) en zelden (bijw.) op het onderscheid letten. Maar wanneer wij in zinnen als: Angstig keek hij omZiek werd hij thuis gebrachtVroolijk liep hij de trappen op, – onderzoeken, tot welke woordsoort de gespatiĆ«erde woorden gebracht moeten worden, dan is dit niet meer dan geestesgymnastiek.

C.H. Den Hertog, ‘Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord,’ in: Noord en Zuid, jaargang 12, 1889, p.579 e.v.

Voorheen dicteerde de spelling: deze wafelen zijn vers gebakken (bijwoord), maar: dit zijn versche wafelen. Of: geeft ons dagelijks ons dagelijksch brood.

Onze Taal, januari 1946

Toch een aantal opmerkingen: ‘Dansen’ is ongetwijfeld een werkwoord, maar dat wil niet zeggen dat het niet als zelfstandig naamwoord kan gebruikt worden: Dansen is leuk. Ook een bijvoeglijk naamwoord kan de rol nemen van zelfstandig naamwoord, dat is het geval bij een halve gare. ‘Halve’ en ‘gare’ zijn duidelijk allebei bijvoeglijke naamwoorden -ze zijn verbogen- maar toch functioneert de laatste als zelfstandig naamwoord. In de zin De steen is zeer hard is ‘zeer’ een echt bijwoord (dat staat bij een bijvoeglijk naamwoord) — maar deze bijwoord functie kan evengoed vervuld worden door een substantief: kei hard. Conclusie: hoe een woord syntactisch verbonden worden aan andere, geeft niet onmiddellijk informatie over de woordsoort.

Daarmee komen we op het punt dat een massa een bijvoeglijke naamwoorden op een bijwoordelijke manier kunnen gebruikt worden. ‘Echte’ bijwoorden herken je aan het feit dat ze nooit verbogen kunnen worden. Bij bijvoeglijke naamwoorden zetten we enkel bijwoorden van graad: zeer, nogal, weinig, een heel beperkte groep. Wie niet gelooft dat Jan loopt snel een bijwoordelijke bepaling bevat met als woord soort bijvoeglijk naamwoord, leest er best Onze Taal op na; of denkt na over de vraag of Jan loopt sneller ook een bijwoord bevat.

Ook zag ik de radicaal foute gewoonte om het aanvullende deel van de p.v. bij splitsbare werkwoorden aan te duiden als bijwoord — dit is radicaal fout. In de zin Ik zet mijn hoed op gaan we niet de woordsoort van ‘op’ bepalen, het is geen woord, het is een deel van een woord: een morfeem. Voor een deel is dat te wijten aan hoe Van Dale met bijvoorbeeld woorden zoals ‘op’ omgaat. Als Nederlandse verklarend woordenboek heeft het nut om nieuwe taalgebruikers op de betekenisverschillen te wijzen. In de zin ‘Ik zet mijn hoed op’ lijkt de betekenis van het voorzetsel het hebben, in ‘De vlieger gaat op’ lijkt het eerder een bijwoord.

Scholen zijn zoals AI: ze geven ‘kennis’ door zonder nadenken en deze kwestie is wel het meest hallucinerende voorbeeld dat ik ken. Ze leren je feiten, maar leren je niet ermee werken, er iets nieuws mee creĆ«ren, het toepassen in een nieuwe context. Indien we dit niveau willen bereiken zullen ook de leerkrachten moeten beginnen het voorbeeld te geven: d.w.z. zelf lesmateriaal maken. Zeker voor de verdoemde grammatica-oefeningen: je beseft nooit dat het altijd complexer is dan een oefening kan vatten van zodra je zelf oefeningen begint op te stellen. Of gewoon even de ANS bekijken, dat heeft hetzelfde ontmoedigend effect.

WW-Traject: levels 1 en 2 OTT

Zoals uitgestippeld en aangekondigd in een eerdere blogpost, is hier het eerste deel van het WW-Traject. Voorlopig zijn er drie oefeningen beschikbaar:

Level 1: onvoltooid tegenwoordige tijd voor werkwoorden met stammen die niet eindigen op -d en bijhorende inversies.

0 stemmen, 0 gem
24

Je hebt 100 seconden voor 10 oefeningen…

Je tijd is helaas op. Probeer opnieuw, het gaat dan vast beter!


Aangemaakt op Door Johan B

WW-Traject: level 1

Oefeningen in de onvoltooid tegenwoordige tijd,Ā zonder dt.

1 / 10

De jeugdbeweging … de handtekeningen voor de petitie.

2 / 10

De docent … over het nieuwe lesrooster.

3 / 10

… je tante weer een vakantiehuisje voor de kerstvakantie?

4 / 10

… jij in wonderen of in toeval?

5 / 10

Wij … volgende week naar een groter appartement.

6 / 10

Ik kijk altijd uit voor hij aan het zebrapad voor je …

7 / 10

De man … met zijn advocaat.

8 / 10

… Harry zijn motor naast het cafĆ©?

9 / 10

… ik mijn vlucht naar Rome zelf?

10 / 10

Erika en Jan … geld voor hun eerste huis.

Je score is

De gemiddelde score is 88%

0%

Afsluiten

Level 2: enkel werkwoorden met stammen die eindigen op -d

0 stemmen, 0 gem
14

Je hebt 100 seconden voor 10 meerkeuzevragen. Succes!

De tijd is helaas afgelopen. Probeer opnieuw!


Aangemaakt op Door Johan B

WW-Traject: level 2

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd met werkwoorden met -d in de stam + inversies.

1 / 10

… jij dit een geweldig idee?

2 / 10

Jij … toch voor gelijke rechten, net zoals ik?

3 / 10

Ik begrijp niet waarom het donker …

4 / 10

Het is heel vervuilend als je elke dag met je auto naar het werk …

5 / 10

Tijdens de biologieles … mijnheer Vogel elk jaar een levende kikker.

6 / 10

Chantal … zich altijd elegant.

7 / 10

Jij … altijd een heerlijke maaltijd.

8 / 10

In dit hotel, … ik echt in luxe.

9 / 10

… jij vandaag op kantoor?

10 / 10

Hij … op al mijn vragen.

Je score is

De gemiddelde score is 49%

0%

Level 1+2: een mix van de twee bovenstaande oefeningen:

0 stemmen, 0 gem
16

Je hebt 100 seconden voor 10 opgaven. Succes!

Je tijd is op. Probeer opniuew


Aangemaakt op Door Johan B

WWTraject: level 1+2

Onvoltooid Tegenwoordige Tijd: werkwoorden met gewone stam (50%), werkwoorden met -d stam (50%). Dans/danst/dansen; Word/wordt/worden.

1 / 10

… jij je oude baan nog steeds?

2 / 10

Erika en Jan … geld voor hun eerste huis.

3 / 10

Moeder … de kassiĆØre met een glimlach.

4 / 10

Als je het vraagt, … ik je de helpende hand.

5 / 10

… het verkeer altijd bij het rode licht.

6 / 10

Ik geloof niet dat u het antwoord …!

7 / 10

Ik … het voorstel zonder aarzelen.

8 / 10

Je weet dat ik regelmatig mijn tuin …

9 / 10

Hij … ’s middags even uit op de bank.

10 / 10

… jij vandaag op kantoor?

Je score is

De gemiddelde score is 73%