Categorie: middelbare school
Jovanka Steele – Kweepeercomplot

Hoe gaan we in de klas om met taalvariatie binnen het Nederlands? Zelfs binnen het Vlaamse taalgebied is er steeds meer aandacht voor variatie: dan is vaak regionaal Nederlands, maar soms een soort van Internationaler Vlaams. Dus waarom niet een luisteroefening in Amerikaans Vlaams?
Audiofragmenten
Fragment 1: In LA gelooft men dat gratis appels giftig zijn
Fragment 2: En toen zei God: “Adam, kweeperen gebruik je alleen in taarten”
Fragment 3: Eén kweepeer is nutteloos
Fragment 4: Zitten alle Vlamingen in een kweeperencomplot?
Teksten
Opdrachten: luisteren en lezen
Probeer de test zelf uit:
- Luistervaardigheid: Fragment 1 – Quizizz
- Luistervaardigheid: Fragment 2 – Quizizz
- Leesvaardigheid: Fragment 3 & 4 – Quizizz
Links voor leerkachten met Quizizz abonnement:
- Luisteren Fragment 1 – teacher’s link
- Luisteren Fragment 2 – teacher’s link
- Lezen Fragmenten 3 & 4 – teacher’s link
Werkbladen in PDF
Lesuitbreidingen
Identiteit: wat maakt mij tot wie ik ben?
Ben ik links of rechts? Geloof ik in de maakbaarheid van mens en maatschappij of in de waarde van traditie?

Geloof ik de identiteit van mensen bepaald wordt door variabele factoren:
- vaardigheden: wat ik kan
- kennis: wat ik weet
- handelen: wat ik doe
- spreken: wat ik zeg
of door onveranderlijke factoren:
- naam en familie: hoe ik heet
- geboorteplaats: waar ik geboren ben
- moedertaal: hoe ik spreek
- uiterlijk: geslacht, huidskleur, haarkleur, kleur van ogen: hoe ik eruit zie
Werkvormen
- Gooi alle factoren op een hoopje en laat de leerlingen er vier uitkiezen: welke 4 factoren bepalen voor jou wie je bent.
- Orden de factoren in 2 groepen: factoren die kunnen veranderen en deze die niet kunnen veranderen.
- Noem ten minste drie andere, variabele factoren (woonplaats, job, partner)
- Complicering: ik kan toch mijn geslacht, huidskleur, oogkleur en naam veranderen? Hoe komt dit? Welke factoren zullen nooit veranderlijk worden?
Conclusie
Het is zeker niet de bedoeling van de les om het belang van familie, naam, geboorteplaats en moedertaal in het leven van ieder van ons te minimaliseren. Al deze aspecten zijn deel van ons verhaal, maar bepalen niet waar we kunnen geraken in het leven. We leven niet meer in de middeleeuwen, maar willen geloven in een dynamische maatschappij waar er kansen zijn voor iedereen met de juiste vaardigheden. Vaardigheden is een kwestie van leren, gefocust bezig zijn, falen en opnieuw proberen.
Praktische Communicatietheorie: 3 interactieve lessen
Probeer de interactieve Quizizz lessen zelf:
- Communicatie 1: Inleiding, Jakobson, communicatieve functies
- Communicatie 2: Toepassingen met tekstberichten, memes, borden
- Communicatie 3: Uitbreiding: ontwikkeling taalwetenschap, herhaling, Proto-Indo Europese hypothese, evolutie in reclame met Playstation
Cursustekst:
Lessen in PDF Werkbladen:
Het communicatieschema was lang een belangrijke topic in de eindtermen en leerplannen. Vaak werden hier oefeningen bij gemaakt die de originele theorie verwateren en daarom leiden tot discussies.
Nochtans is dit model een van de belangrijkste hulpmiddelen bewust en efficiënt taalgebruik. Zich bewust afvragen: wat wil ik met deze communicatie bereiken? wie is de ontvanger? welke code selecteert de juiste ontvanger? is het medium aangepast aan de communicatie? Dit lijken evidenties, maar op dit vlak gebeuren zovele fouten, binnen en buiten de school, dat het zeker extra aandacht verdient.
Een belangrijk aspect van deze lessen, is hun interactief karakter. Het is gedeeltelijk een presentatie (met massa’s visueel materiaal), maar om de paar slides is het aan de leerlingen om te laten zien dat ze het begrepen hebben. Quizziz laat de leerkracht toe op te volgen wie het niet begrepen heeft, of wie niet meewerkt.
Luisteren, Doen en erover Spreken: ‘why people believe they can’t draw’
DEEL 1 – Luisteren en doen

Dit is een heel ander soort luisteroefening: het resultaat van de oefening is geen ingevuld blad met woordjes, of aangekruiste meerkeuzevragen, maar een verzameling tekeningen. De enige bedoeling is dat de leerlingen luisteren en instructies volgen. Als leerkracht is het moeilijk de sterkte van dit experiment in te zien zonder het zelf te doen. Pak dus pen en papier:
Er is amper woordenschat op te pikken in dit filmpje, het gaat vooral om de ervaring:
- ik kan een Engelstalige TED talk beluisteren, begrijpen en zelf toepassen
- ik kan wel tekenen als ik een paar technieken gebruik
- ik kan wellicht veel meer dan ik zelf besef
Uiteindelijk gaat het in deze les niet over ‘leren tekenen’, dat is slechts een vehikel voor een luister- en doeles. Die kan zeker ook gegeven worden in de 2e graad, misschien zelfs in de 1e. Voor de 3e graad hoort er zeker een spreekgedeelte bij.c
DEEL 2 – Spreken
Discussiepunten voor de nabespreking kunnen zijn:
- You thought you couldn’t draw, but what did you experience?
- What enabled you to create the drawings you thought you could never create?
- Are there other skills you think you are really bad at? Why do you think so?
- Are you convinced that you simply don’t have the talent for certain subjects at school?
- Do you believe that some people are born with certain talents? Do you believe that anybody can learn anything?
Eindtermen in deze les
| ET | vaardigheid | beschrijving |
| 1 | luisteren en kijken | het onderwerp bepalen |
| 2 | luisteren en kijken | de hoofdgedachte achterhalen |
| 3 | luisteren en kijken | de gedachtegang volgen |
| 4 | luisteren en kijken | relevante informatie selecteren |
| 8.1 | luisteren en kijken | zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen; |
| 8.2 | luisteren en kijken | het luisterdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen; |
| 8.5 | luisteren en kijken | hypothesen vormen over de inhoud en de bedoeling van de tekst; |
| 8.6 | luisteren en kijken | de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden; |
| 8.7 | luisteren en kijken | de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; |
| 18 | spreken | informatie uit teksten meedelen. |
| 19 | spreken | teksten navertellen |
| 20 | spreken | teksten samenvatten. |
| 21 | spreken | verslag uitbrengen over een ervaring, een situatie en een gebeurtenis. |
| 24 | spreken | een waardering kort toelichten. |
| 25 | spreken | een gefundeerd standpunt naar voor brengen bij beluisterde teksten. |
| 26.1 | spreken | zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles kunnen uitdrukken; het spreekdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen; |
| 26.2 | spreken | het spreekdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen; |
| 26.4 | spreken | gebruik maken van non-verbaal gedrag; |
| 26.6 | spreken | ondanks moeilijkheden via omschrijvingen de correcte boodschap overbrengen; |
| 26.8 | spreken | bij een gemeenschappelijke spreektaak talige afspraken maken, elkaars inbreng in de tekst benutten, evalueren, corrigeren en redigeren. |
| 27 | mondelinge interactie | de leerlingen kunnen de taaltaken, gerangschikt onder ‘luisteren/kijken’ en ‘spreken’, in een gesprekssituatie uitvoeren. |
| 29.1 | mondelinge interactie | zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen of kunnen uitdrukken; |
| 29.5 | mondelinge interactie | vragen om langzamer te spreken, iets te herhalen; |




