Jovanka Steele – Kweepeercomplot

Quince on a fruit stand
Quince on a fruit stand by Markus Spiske is licensed under CC-CC0 1.0

Hoe gaan we in de klas om met taalvariatie binnen het Nederlands? Zelfs binnen het Vlaamse taalgebied is er steeds meer aandacht voor variatie: dan is vaak regionaal Nederlands, maar soms een soort van Internationaler Vlaams. Dus waarom niet een luisteroefening in Amerikaans Vlaams?

Audiofragmenten

Fragment 1: In LA gelooft men dat gratis appels giftig zijn

Fragment 2: En toen zei God: “Adam, kweeperen gebruik je alleen in taarten”

Fragment 3: Eén kweepeer is nutteloos

Fragment 4: Zitten alle Vlamingen in een kweeperencomplot?

Teksten

Opdrachten: luisteren en lezen

Probeer de test zelf uit:

Links voor leerkachten met Quizizz abonnement:

Werkbladen in PDF

Lesuitbreidingen

Identiteit: wat maakt mij tot wie ik ben?

Ben ik links of rechts? Geloof ik in de maakbaarheid van mens en maatschappij of in de waarde van traditie?

Geloof ik de identiteit van mensen bepaald wordt door variabele factoren:

  • vaardigheden: wat ik kan
  • kennis: wat ik weet
  • handelen: wat ik doe
  • spreken: wat ik zeg

of door onveranderlijke factoren:

  • naam en familie: hoe ik heet
  • geboorteplaats: waar ik geboren ben
  • moedertaal: hoe ik spreek
  • uiterlijk: geslacht, huidskleur, haarkleur, kleur van ogen: hoe ik eruit zie

Werkvormen

  1. Gooi alle factoren op een hoopje en laat de leerlingen er vier uitkiezen: welke 4 factoren bepalen voor jou wie je bent.
  2. Orden de factoren in 2 groepen: factoren die kunnen veranderen en deze die niet kunnen veranderen.
  3. Noem ten minste drie andere, variabele factoren (woonplaats, job, partner)
  4. Complicering: ik kan toch mijn geslacht, huidskleur, oogkleur en naam veranderen? Hoe komt dit? Welke factoren zullen nooit veranderlijk worden?

Conclusie

Het is zeker niet de bedoeling van de les om het belang van familie, naam, geboorteplaats en moedertaal in het leven van ieder van ons te minimaliseren. Al deze aspecten zijn deel van ons verhaal, maar bepalen niet waar we kunnen geraken in het leven. We leven niet meer in de middeleeuwen, maar willen geloven in een dynamische maatschappij waar er kansen zijn voor iedereen met de juiste vaardigheden. Vaardigheden is een kwestie van leren, gefocust bezig zijn, falen en opnieuw proberen.

Praktische Communicatietheorie: 3 interactieve lessen

Probeer de interactieve Quizizz lessen zelf:

Cursustekst:

Lessen in PDF Werkbladen:


Het communicatieschema was lang een belangrijke topic in de eindtermen en leerplannen. Vaak werden hier oefeningen bij gemaakt die de originele theorie verwateren en daarom leiden tot discussies.

Nochtans is dit model een van de belangrijkste hulpmiddelen bewust en efficiënt taalgebruik. Zich bewust afvragen: wat wil ik met deze communicatie bereiken? wie is de ontvanger? welke code selecteert de juiste ontvanger? is het medium aangepast aan de communicatie? Dit lijken evidenties, maar op dit vlak gebeuren zovele fouten, binnen en buiten de school, dat het zeker extra aandacht verdient.

Een belangrijk aspect van deze lessen, is hun interactief karakter. Het is gedeeltelijk een presentatie (met massa’s visueel materiaal), maar om de paar slides is het aan de leerlingen om te laten zien dat ze het begrepen hebben. Quizziz laat de leerkracht toe op te volgen wie het niet begrepen heeft, of wie niet meewerkt.

Bert en Ernie demonstreren metalinguïstische communicatie
Advertentie uit 19e eeuwse krant
De klassieke tv-commercial uit de jaren 80: even direct en expliciet als de advertenties uit de 19e eeuw.
Herhaling in les 2: kennen de leerlingen de naam van Roman Jakobson nog?
Structuralisme: taal als differentieel systeem: het maakt niet uit welk verschil er is tussen lexicale elementen, maar er moet wel een verschil zijn.

Luisteren, Doen en erover Spreken: ‘why people believe they can’t draw’

DEEL 1 – Luisteren en doen

Dit is een heel ander soort luisteroefening: het resultaat van de oefening is geen ingevuld blad met woordjes, of aangekruiste meerkeuzevragen, maar een verzameling tekeningen. De enige bedoeling is dat de leerlingen luisteren en instructies volgen. Als leerkracht is het moeilijk de sterkte van dit experiment in te zien zonder het zelf te doen. Pak dus pen en papier:

Er is amper woordenschat op te pikken in dit filmpje, het gaat vooral om de ervaring:

  • ik kan een Engelstalige TED talk beluisteren, begrijpen en zelf toepassen
  • ik kan wel tekenen als ik een paar technieken gebruik
  • ik kan wellicht veel meer dan ik zelf besef

Uiteindelijk gaat het in deze les niet over ‘leren tekenen’, dat is slechts een vehikel voor een luister- en doeles. Die kan zeker ook gegeven worden in de 2e graad, misschien zelfs in de 1e. Voor de 3e graad hoort er zeker een spreekgedeelte bij.c

DEEL 2 – Spreken

Discussiepunten voor de nabespreking kunnen zijn:

  • You thought you couldn’t draw, but what did you experience?
  • What enabled you to create the drawings you thought you could never create?
  • Are there other skills you think you are really bad at? Why do you think so?
  • Are you convinced that you simply don’t have the talent for certain subjects at school?
  • Do you believe that some people are born with certain talents? Do you believe that anybody can learn anything?

Eindtermen in deze les

ETvaardigheidbeschrijving
1luisteren en kijkenhet onderwerp bepalen
2luisteren en kijkende hoofdgedachte achterhalen
3luisteren en kijkende gedachtegang volgen
4luisteren en kijkenrelevante informatie selecteren
8.1luisteren en kijkenzich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen;
8.2luisteren en kijkenhet luisterdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen;
8.5luisteren en kijkenhypothesen vormen over de inhoud en de bedoeling van de tekst;
8.6luisteren en kijkende vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden;
8.7luisteren en kijkende vermoedelijke betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context;
18sprekeninformatie uit teksten meedelen.
19sprekenteksten navertellen
20sprekenteksten samenvatten.
21sprekenverslag uitbrengen over een ervaring, een situatie en een gebeurtenis.
24sprekeneen waardering kort toelichten.
25sprekeneen gefundeerd standpunt naar voor brengen bij beluisterde teksten.
26.1sprekenzich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles kunnen uitdrukken; het spreekdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen;
26.2sprekenhet spreekdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen;
26.4sprekengebruik maken van non-verbaal gedrag;
26.6sprekenondanks moeilijkheden via omschrijvingen de correcte boodschap overbrengen;
26.8sprekenbij een gemeenschappelijke spreektaak talige afspraken maken, elkaars inbreng in de tekst benutten, evalueren, corrigeren en redigeren.
27mondelinge interactiede leerlingen kunnen de taaltaken, gerangschikt onder ‘luisteren/kijken’ en ‘spreken’, in een gesprekssituatie uitvoeren.
29.1mondelinge interactiezich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen of kunnen uitdrukken;
29.5mondelinge interactievragen om langzamer te spreken, iets te herhalen;
Eindtermen 6 ASO