Jovanka Steele – Kweepeercomplot

Quince on a fruit stand
Quince on a fruit stand by Markus Spiske is licensed under CC-CC0 1.0

Hoe gaan we in de klas om met taalvariatie binnen het Nederlands? Zelfs binnen het Vlaamse taalgebied is er steeds meer aandacht voor variatie: dan is vaak regionaal Nederlands, maar soms een soort van Internationaler Vlaams. Dus waarom niet een luisteroefening in Amerikaans Vlaams?

Audiofragmenten

Fragment 1: In LA gelooft men dat gratis appels giftig zijn

Fragment 2: En toen zei God: “Adam, kweeperen gebruik je alleen in taarten”

Fragment 3: Eén kweepeer is nutteloos

Fragment 4: Zitten alle Vlamingen in een kweeperencomplot?

Teksten

Opdrachten: luisteren en lezen

Probeer de test zelf uit:

Links voor leerkachten met Quizizz abonnement:

Werkbladen in PDF

Lesuitbreidingen

The Liverbirds: the first all female rock band

Listening Comprehension: the Liverbirds (13 multiple choice questions):

Geertrui Daem, ‘Nietwaard’: de omgekeerde leugenaarsparadox

Geertrui Daem (Facebook)

Een hartverscheurende getuigenis van een zwaar mishandeld kind of problematische getuigenis van een getraumatiseerd, fabulerend slachtoffer?

Klassiek voorbeeld van de onbetrouwbare verteller. Enkel bij een herbeluistering van dit radioboek worden we er ons bewust van hoe problematisch deze getuigenis is: in de openingszin horen we al “volledigheid durf ik niet betrachten.” Verder is de hele getuigenis doorspekt met details die variëren van ongeloofwaardig (een 8 op het rapport voor twee nullen aanzien) tot onmogelijk (eieren bakken op roodgeslagen billen). De verteller zegt ons dat ze nu haar verhaal kan vertellen omdat mama Mia, de enige getuige van wat er met het gezin gebeurd is, overleden is. Dit kan alleen maar betekenen dat we niet het hele verhaal gehoord hebben.

Het is een omgekeerde leugenaars-paradox: naarmate we meer vernemen over Nietwaards vermeende mishandeling, wordt het duidelijk dat haar verhaal doorspekt is met leugens en verzinsels. Haar leugens en verzinsels ontkrachten haar verhaal misschien wel in alle details, maar zijn zelf een onmiskenbaar symptoom van haar reëel trauma, van welke aard dat ook mag zijn. De flagrante leugens zijn een product van haar trauma, maar wat dat trauma precies is, lijkt onmogelijk te achterhalen.

Dat er door het hoofdpersonage gefabuleerd wordt, is bij uitstek duidelijk door de bijna sprookjesachtige elementen in het verhaal: de oude wijze vrouw, het bolletje wol, de adoptie door mama Mia. Merk ook op dat dit luisterverhaal aansluit bij de eigenlijke moraal van sprookjes zoals Hans en Grietje: elk kind fantaseert wel eens dat het bij ‘andere ouders’ beter zou zijn, maar let op, voor je het weet kom je bij een heks terecht. De gruwelijkheid die op het randje van het komische lijkt te balanceren, is ook meer typisch voor de originele oude middeleeuwse volksverhalen.

Er valt in deze context ook iets te zeggen over de complexe dader-slachtofferdynamiek waarbij het slachtoffer dader wordt. Misschien niet van dezelfde soort daden, maar met andere sociopathische trekken (pathologisch liegen).

Verloren woorden: de ridicule

Handelsblad, 30/04/1845

Hier een mooi inkijk in wat er in de begindagen van de trein zoal wordt vergeten door de opwinding van het nieuwe transportmiddel. Een hoed, potsen, regen- en zonneschermen (het is april!), gaanstokken, zakdoeken enzoverder…

Het intrigerende item is de ridicule, dat hier niet kan begrepen worden als ‘spot’: het is een voorwerp dat je kunt vergeten op de trein. Zelfs het prachtige, online toegankelijke Woordenboek der Nederlandse Taal moet ons het antwoord schuldig blijven: het kent ridicu(u)l(e) niet als zelfstandig naamwoord, enkel als bijvoeglijk naamwoord:

Door de overeenkomst met het Franse woord is een internetzoekmachine niet echt een hulp. Zoals we vroeger reeds ontdekt hebben: betekenis wordt gegenereerd in context, dus we moeten op zoek naar andere contexten. Die vinden we in hetzelfde Belgicapress krantenarchief van de KBR.

Bijvoorbeeld:

Handelsblad, 08/08/1894

Het is een brief waarin medelijden wordt gevraagd voor de trambedienden, die geen gemakkelijk leven blijken te hebben, bijvoorbeeld door een dikke, stijve madam, die door den kant, de zijde en den last van ridicule en zonnescherm, heuren geldbeugel niet vindt. De ridicule wordt hier vermeld, tussen mevrouws kleding (kant en zijde) en haar andere attributen: is een ridicule nu kledij of een attribuut? Hier nog een lijstje met verloren voorwerpen:

Het Handelsblad, 04/03/1897

Het is geen kleding, maar een soort van tas: het kan een portemonnee bevatten en is soms van fluweel gemaakt. Nog eentje:

Handelsblad, 05/12/1897

Nu we weten dat het een tasje is, helpt een Google zoekopdracht ons te ontdekken, via Vlaamswoordenboek.be, dat het om het Franse woord réticule gaat. Dit is wel opgenomen in het WNT met een verklaring voor de ‘ridicule’-vorm.

Geleerde ontleening, ten tijde van het Directoire, aan lat. reticulum; uit scherts, of volksetymologisch, verbasterd tot ridicule. Damenshandtasch van stof of van eenig ander soepel materiaal, in den vorm van een zakje dat van boven dichtgetrokken kan worden.

WNT: reticule

Jan Van Gysen (1668-1722), wever en broodpoëet

Via het wijde web kwam mij de volgende prachtige gezette tekst toegedreven:

De close-reading oefening heeft voor de leerlingen wel enige inleiding of begeleiding nodig.

Een geannoteerde tekst in PDF vindt u hier:

  • ‘in Vreeden’: van onze jaartelling, sinds de geboorte van de verlosser leven we in vrede
  • sprokkelmaand: februari, een volksetymologie op basis van een Latijnse naam
  • UE.: Uedele, oude vorm van U, beleefde aanspreking
  • gebeeden: gevraagd, cf. D bitte, E I bid you farewell, NL bidden
  • Lange s
  • ‘nimmer schreef als op Maat’: enkel schreef op bestelling
  • woonden/betoonden: hypercorrectie van woonde, betoonde
  • de baar: cf. opbaren, draagberrie, E to bear
  • UE. Naam zal gelezen worden…: u bent uitgekozen om naar het kerkhof te komen

Route van de begrafenisstoet van de Egelantierstraat naar het Kartuizerklooster en kerkhof op Google Maps.

Portret van Jan Van Gysen

Kartuizerskerkhof ca. 1638, Amsterdam Beeldbank