Ben Ali Libi: Willem Wilminks gedicht en twee ‘co-teksten’

Deze leesoefening gaat uit van het gedicht ‘Ben Ali Libi’, een ingekorte versie van het wikipedia-artikel en een advertentie van de kunstenaar zelf. Je kunt de oefening zelf digitaal uitproberen, maar er is ook een papieren versie opgenomen in het pakket.

Lespakket: Willem Wilmink Ben Ali Libi
Lespakket: Willem Wilmink Ben Ali Libi
  • Takenbundel leerlingen met teksten (PDF)
  • Takenbundel oplossingen
  • 3 Teksten apart (PDF)
  • Takenblad zonder teksten (PDF)
Size: 4.2MB
Version: v 1.0
Published: 16 januari, 2026

Het gedicht van Wilmink is geniaal in dat het de kwestie bijna zo pijnlijk stelt als Het dagboek van Anne Frank dit doet: wat heeft een meisje van 14/een goochelaar misdaan om dit lot te verdienen? Beide verhalen dragen de verschrikking uit zonder zich in gruwelijkheden te verliezen. We weten hoe het afloopt: een daarom is de afloop het begin van het gedicht.

De derde tekst is de laatste vermelding in de Nederlandse kranten van de naam voor meer dan vijftig jaar.

Het Joodsche Weekblad, 5 juni 1942

Ik was hier niet naar op zoek: ik zocht gewoon een illustratie. Een conclusie dringt zich onmiddellijk op: de vrienden van de weduwe Rost waren niet nodig om Ben Ali Libi te arresteren. Midden 1942 staat hij nog mij naam en adres in de krant. Die krant is een uitgave van de Joodse Raad en dat is een door de Duitsers opgericht orgaan. En zelfs dat was niet het probleem: elke Jood was immers al lang geregistreerd en verplicht en ster te dragen. Dit had het begrijpelijke gevolg dat hoe dichter je bij de Joodse Raad stond, hoe groter de kans was dat je familie ontzien werd.

Alleen in dit strookje vinden we al drie personen met naam en adres die de bezetter zou kunnen gaan arresteren. Naast onze goochelaar is er nog Siegfrid Courant en J. Sloghem. De laatste werd uiteindelijk ook gearresteerd, maar overleefde de kampen. Met Courant liep het niet anders als met Ben Ali Libi:

De perversie van oorlog is niet het menselijk leed, dat is het drama van oorlog. Dat vrienden, buren, geloofsgenoten elkaar beginnen verraden, dat is de perversie van oorlog.

Kruispunt Waalstraat-Merwedeplein, Amsterdam, Google Maps

Het is opvallend hoe het verhaal terug dat van de familie Frank raakt als we de afstand tussen de twee gezinnen bekijken: letterlijk een boogscheut. Er zijn echter grote verschillen: de Franks waren ‘nieuwe Nederlanders,’ pas eind 30’er jaren in Amsterdam gearriveerd en niet zo sociaal ingebed als sommige andere Joodse Nederlanders in Amsterdam. Misschien was dat net de reden dat Otto Frank het zeker voor het onzekere koos?

Vaak is de genialiteit van de auteur -en dat geldt hier a fortiori voor Willem Wilmink- niet in het maken van de stof, het verhaal, maar het kiezen en ensceneren ervan. Zoals je hieronder hoort vertellen door Joost Prinsen, was de keuze van het onderwerp bij Willem heel snel gebeurd. Het maken van het idee tot een gedicht, een echte tekst, heeft soms veel langer nodig. Het idee was al klaar: “De nazi’s willen de hele wereld gaan domineren, maar dan moeten wel eerst even die goochelaar opruimen, anders lukt het niet.” Zo geformuleerd, raak het niemands koude kleren; het is de uitvoering (enscenering) van dit idee in concrete verzen, die het gedicht de kracht geven die iedereen ervaart.

De krant als papieren smartphone: tekstfuncties

Alles is nu anders, maar eigenlijk is het allemaal hetzelfde. Deze les is een oefening op tekstfuncties, met authentiek tekstmateriaal (1830-1960) uit kranten. Probeer de les zelf uit:

De krant als smartphone – interactieve les op Wayground

De krant als papieren smartphone
De krant als papieren smartphone
  • Werkbladen (17 pagina’s) in PDF
  • Bronnenbundel met de teksten en enige toelichting in PDF

Wat is er schandalig aan dating apps? Je grootvader zat niet constant op z’n smartphone, maar wel in z’n krant. Je grootmoeder heeft nooit Tinder gebruikt, maar werd misschien wel via de krant aan de haak geslagen door een flinke, gegoede boerenjongen.

Dit is mijn advies aan leerlingen: breng een krant mee naar school, je kunt er bijna alles mee:

  • News app: nieuws lezen: natuurlijk
  • Games: kruiswoordraadsels, sudoku’s en andere puzzels
  • Spotify: je ontdekt nieuwe muziek in de muziekrecensies
  • Tinder: je vindt een nieuw relatie via de contactadvertenties
  • Ebay: je kunt je oude spullen kwijt en zelf koopjes vinden
  • Netflix: ook is er elke dag fictie in feuilletonvorm
  • Weerapp: ook elke dag in de krant
  • Reclame: zoals vele van onze online-ervaringen is ook de krant doorspekt van reclame.

De sterkte van de les zit in de grote afstand tussen de oude teksten en de realiteit van de leerling. Best lees je als leerkracht de teksten voor (zeker die van 1836): dan begrijpen de leerlingen zelfs met een basiskennis de teksten. Het is gewoon Nederlands, een beetje oud misschien, maar iedereen met een basisvaardigheid in de taal kan ze begrijpen.

Dit andersoortig Nederlands heeft tot doel de taalflexibiliteit te vergroten, concreet: afleren af te haken met lezen als je niet alles begrijpt.

De les is te gebruiken als opstapje voor een schrijfopdracht over vergelijkend tekstverband. Het handboek blijft maar dieren vergelijken: dat doe je best altijd in een tabel, niet in een tekst. Een weerbericht in de krant versus een weer-app er zijn wellicht wel meer verschillen dan gelijkenissen. Je kunt nieuwe muziek ontdekken in de krant, maar het is geen ‘one-stop-shop’ zoals Spotify.

Bespiegelingen bij de eerste Suske & Wiske prent (1945)

Op 20 december 1945 verschijnt de eerste Suske en Wiske strip in De Nieuwe Standaard. Dat was niet de eerste Vandersteen strip in de vernieuwde krant: vanaf 30 maart 1945 (exact een maand voor Hitlers zelfmoord) tot 15 december was er al Rikki en Wiske. Het is echter de eerste plaat van Het Eiland Amoras die voor mij heel oeuvre van Vandersteen samenvat.

De Nieuwe Standaard, 20 december 1945

De horizon op de achtergrond werkt als een tijdslijn: de middeleeuwse molen, de 19de-eeuwse stoomboot en het moderne 20ste eeuwse viaduct, allen samen gevat in één moment. En het is exact dat wat de Suske & Wiske strips doen: ze spelen zich altijd af in een spanningsveld tussen het verleden en het heden.

Ook de generaties worden op dezelfde lijn geplaatst: Sidonia als oudere generatie links en Wiske, de nieuwe generatie, aan de moderne rechterkant.

En congruent met deze generaties, zien we de verschillende genderpatronen: de oudere vrouw houdt zich aan de traditionele activiteiten: breien, weven. Wiske daarentegen, doet een activiteit die traditioneel door mannen gedaan wordt: vissen.

Zelfs het gegeven om het verhaal te openen met twee vrouwen, is uitzonderlijk en geen toevalligheid. In de aankondiging van dit verhaal, wordt de mannelijke hoofdfiguur Rikki simpelweg de laan uit gestuurd: “hij moet gaan aanschuiven voor een schoenbon.” De oorlog is voorbij, maar de rantsoenering nog lang niet.

Rikki moest verdwijnen omdat hij als oudere broer van Wiske, altijd de actie zou domineren. Die rol wilde Vandersteen voor Wiske, die hij het hier onmiddellijk tot koningin van Amoras laat schoppen.

Dit is wellicht het meest opmerkelijke aan de reeks: in tegenstelling tot vrijwel alle strips uit deze periode, zijn de vrouwen centraal in het verhaal: alles start bij Wiske (en Sidonia) en er komt nooit een mannelijk personage bij dat alle aandacht naar zicht toetrekt. Er is in dat opzicht een treffende gelijkenis met een van de meest revolutionaire kinderboeken ooit: Astrid Lindgrens Pipi Langkous, oorspronkelijk gepubliceerd op 26 november 1945, een kleine week na Op het Eiland Amoras.

“Dit is geen poëzie!” over Jules Deelder, ‘Blues on tuesday’ (1981)

Moderne poëzie kun je niet te lijf gaan met het begrippenapparaat uit de klassieke poëtica: je moet het gedicht ervaren en erbij associëren. In plaats van strofes en metaforen, zijn kunstgrepen in dit gedicht ontleend aan de blues: simpele teksten waarin je het lijden van het leven bezingt.

De tekst heeft 12 regels zoals een 12-matenblues en gebruikt veel herhalingen. In de blues worden vaak volledige regels herhaald, hier wordt die schijn gewekt met het woord ‘geen’. Naast dit woord bevat de hele tekst maar 12 woorden, dus 13 verschillende woorden in de hele tekst. En toch slaagt Deelder erin een duidelijk beeld neer te zetten en er een mooie pointe aan te breien: ‘geen klote, geen donder, geen reet’.

Dat deze ’tekst’ de mensen op de een of andere manier beroert, mag duidelijk zijn aan de reacties op gedichten.nl. De eerste reactie is onmiddellijk raak: dit is geen poëzie!

Literatuur, en zeker poëzie, zijn serieuze zaken, daar kan enkel zuinig mee gelachen worden. Lachen is voor het circus, of het cabaret? Neen, de lach is een diepmenselijke emotie en even belangrijk als de ontroering. Iedereen denkt al gauw dat hij dit ook zou kunnen schrijven, snapt niet dat het gaat over het idee tot uitvoering brengen, niet over ideeën hebben. Mijnheer Vlasblom is verder compleet onbekend met het concept van jazz poetry en gaat voorbij aan het feit dat de tekst zich presenteert als een blues, niet als poëzie.

Het is geen dichter, het is een junk en die schrijven soms ook wel eens rijmpjes. Echte kunstenaars gebruiken geen drugs, dat weet toch iedereen?

Gelukkig duiken er ook fans op, o.a. Patrick de Punker, die het niet hoog op heeft met gestagneerde lullen uit de barok.

De ergste reactie is nochtans de meest recente en die moet leraren Nederlands doen schrikken. Poëzie gaat over leeservaring en leesplezier, over niets anders.

Formeel gezien is het ingedeeld is strofes, maar dat helpt je geen ene reet verder in het begrijpen van de tekst en dat geldt ook voor rijmschema-analyses en andere formaliteiten. Ik moet dringend iets concreet rond poëzie-analyse doen, maar de beginvraag is: wat komen we over de spreker (is niet auteur!) te weten door de tekst. Met deze beginvraag kunnen leerlingen in de klas onmiddellijk iets vertellen over deze tekst van Deelder.

Hans Dorrestijn, Zeemanslied (1997)

Lespakket – Hans Dorrestijn, Zeemanslied
Lespakket – Hans Dorrestijn, Zeemanslied

Twee aparte lessen rond het gedicht ‘Zeemanslied’: 1) poëzie-analyse en 2) opzoektaak met het WNT, beiden met 10 meerkeuzevragen. Inhoud: 2 rekenbladen met elke 10 meerkeuzevragen, tekst in PDF, geannoteerde tekst in PDF en een afbeelding.

Het kan een leuk beginpunt zijn om met het WNT aan de slag te gaan, maar voor de poëzie van Hans Dorrestijn en de rest van het echte leven, heeft een mens geen woordenboeken nodig, enkel een realistische, authentieke context. In het licht van deze zeemanswoordenschat is het gedicht misschien geen echt authentieke context voor de woorden, maar de dichter slaagt er wel in te schatten hoe een lezer hiermee omgaat.

Taak 1: poëzieanalyse zonder woordenboek, voor de 10 meerkeuzevragen over dit gedicht. Zoals alle vragen op dit blog zijn deze ontworpen om de leerling te laten ervaren dat hij of zij alles eigenlijk al weet. Je hoeft geen voorkennis over de hoogduitsche klankverschuiving om te herkennen dat klip en klif niet alleen hetzelfde betekenen, maar bijna allomorfen zijn. Of je nu de ene of de andere vorm gebruikt, geen enkele moedertaalspreker zal een wenkbrauw doen rijzen.

Taak 2: woordbetekenis a.d.h.v. WNT woordenboek: 10 meerkeuzevragen over woordbetekenis en betekenisrelaties.

Formele analyse van poëzie vind ik nooit relevant als er geen betekenisduiding in verwerkt wordt.

In dit gedicht nochtans, zit de betekenis bijna geheel in de vorm, die al aangekondigd wordt met een genreaanduiding als titel: zeemanslied. Dit laat ons toe sommige van de kreten en fragmentarische zinnen in een context te plaatsen. Het is meer een sfeerschepping dan een duidelijk schilderij, meer flitsen dan een verhaal.

Scheepsgedichten, dan komt onvermijdelijk Slauerhoff in gedachten en het zou interessant zijn de twee dichters te vergelijken.