Moderne kunst: Super Stories, Hasselt


LESMATERIAAL:

LESDOELEN:

  • Lezen van een artistieke brochure, gericht op praktische informatieverwerking
  • Kunnen omgaan met moderne typografie
  • Het schrijven van een e-mail voor een groepsreservatie.
  • Kennismaking met het Vlaamse moderne-kunstlandschap

LESUITBREIDINGEN:

  • Een bezoekje aan Superstories 2010
  • Discussie over moderne kunst
  • Zelf maken van een (imaginaire) moderne-kunstexpositie met begeleidende brochure

Als de leerlingen ook volgens het leerplan moeten gestimuleerd worden alscultuurparticipanten, dan kan ook moderne kunst niet ontbreken. Moderne kunst is dikwijls heel intuïtief en dan kan heel stimulerend werken voor jongeren. Het voordeel is dat dit tijdens de schooluren kan georganiseerd worden, in tegenstelling van bijvoorbeeld theater of de meeste dansvoorstellingen.

De leesoefening betreft hier ook eigenlijk vrij complexe taak in het begrijpen van moderne typografie, maar het hoeft geen betoog dat jongeren daar weinig problemen mee hebben. Wat nogmaals duidt op de flexibiliteit van hun talig vermogen. Er wordt ook de aandacht gevestigd op sommige metatekstuele (wie staat er op de foto?) aspecten, logo’s, landafkortingen enzoverder.

Essay: Michel de Montaigne, ‘Over leugenaars’ (1580)

Als een titel het werkelijke onderwerp van een tekst moet vatten, begint Montaigne zijn tekst al met een uiterest slinkse leugen. Een goed deel van het middendeel gaat over het geheugen en vergeetachtigheid en hij gooit daarmee “mensen die bewust onwaarheid spreken” (=liegen) en “zij die onwetend zijn” op een hoopje. Langs een uiterest ingewikkelde weg, leidt Montaigne de lezer naar de conclusie dat het niet belangrijk is veel te weten, veel te onthouden, goed te kunnen spreken enz., maar wel om een scherp verstand te hebben en zo leugenaars te kunnen doorzien.

LESMATERIAAL:

Natuurlijk is Michel de Montaigne niet te versmaden wanneer over het essay wordt gesproken, maar tevens verwoordt hij ook de persoonlijke, individuele, twijfelende stem van de onderzoekende, zelfdenkende renaissancemens. Het dooreengeschudde middeleeuwse wereldbeeld, waarin de aarde niet meer in het middelpunt van Gods schepping staat, laat ook de mens gechoqueerd achter. Nu alle waarheden van buitenaf in duigen gevallen zijn, rest er niets anders dan bij zichzelf te beginnen. Ik weet niets, zegt Montaigne, het enige waarover iets met zekerheid kan zeggen, zijn mijn eigen ideeën, gewaarwordingen en gevoelens.

montaignefrontis

Als een titel het werkelijke onderwerp van een tekst moet vatten, begint Montaigne zijn tekst al met een uiterest slinkse leugen. Een goed deel van het middendeel gaat over het geheugen en vergeetachtigheid en hij gooit daarmee “mensen die bewust onwaarheid spreken” (=liegen) en “zij die onwetend zijn” op een hoopje. Langs een uiterest ingewikkelde weg, leidt Montaigne de lezer naar de conclusie dat het niet belangrijk is veel te weten, veel te onthouden, goed te kunnen spreken enz., maar wel om een scherp verstand te hebben en zo leugenaars te kunnen doorzien.

Terloops maakt de schrijver nog een prachtig pedagogisch argument tegen het klakkeloos memoriseren van kennis.

“Wat is taal?”: inleiding in de ATW

LESMATERIAAL:

Het is zeer merkwaardig dat hoewel de talen een hoofdbrok van het curriculum van het secundair onderwijs uitmaken, er weinig initiatief is om dat vreemde gegeven ’taal’ wetenschappelijk te gaan bekijken. Dat doen we wel bij fysica, chemie of andere vakken, maar bij moedertaalonderwijs blijft dat vaak beperkt tot grammatica.

Verder is taal het enige schoolse vakgebied waar de leerlingen -en alle andere mensen- dag in dag uit mee bezig zijn en actief bijleren elke dag.

Beschouwingen over het fenomeen moeten dan ook en kunnen best vanuit de dagelijkse realiteit vertrekken. Los van alles, is het eerste hoofdstuk van Dik & Kooij, Inleiding in de algemene taalwetenschap een must voor iedere volwassene.

Qua werkvorm is deze les verre van geavanceerd, ik gebruik het als een zelfstudie-opdracht die aangekondigd getoetst wordt, zonder gebruik van de basistekst voor één keer. Het is meer een stofverwerkingstoets, daar de tekst zeer duidelijk gestructureerd is. Een voorbereiding op voorgezet onderwijs.

Over Simon C. Dik: http://www.biografischportaal.nl/persoon/58923083

Over Jan Kooij: http://www.vanoostendorp.nl/linguist/jankooij.html

Klastoneel: Hugo Claus, ‘Borgerocco’ (1998)

LESMATERIAAL:

Schetsmatig lesverloop:

Lezing tafereel 1: uiterest kort, bestaat volledig uit volkse liedjes, die de leerlingen zelf moeilijk kunnen improviseren.

Tafereel 2 t.em 5 worden vervolgens door de leerlingen zelf gespeeld, als een eerste tekstlezing (met de tekst in de hand). Spelers wisselen na een bladzijde ongeveer. Het helpt om dan Fadua en Jan elk een attribuut (sjaal of pet ofzo) te geven om de identificatie van de personages bij het ‘publiek’ niet te verstoren.

Meerkeuzevragen worden individueel opgelost en afgegeven. Daarmee is zeker een lesuur  gevuld. In een volgend lesuur kan de rest gespeeld worden, misschien loont tafereel 6 zich bij uistek om een leesoefening mee te doen, zodat alle vaardigheden in deze lessen aan bod komen.

borgerocco

De scorebladen voorzien dat elke leerling speelt en voor spreken geëvalueerd wordt. In die zin kan het spenderen van nog een les (of twee) gerechtvaardigd worden in de context van spreekonderwijs.

Radio-interview: Hugo Claus in Parijs

LESMATERIAAL:

Op basis van een interview met Johan Anthierens horen wat over de fascinatie die Hugo Claus, zoals een grote groep andere dichters en schilders, naar Parijs lokt. Dit vormt een deeltje van het soms toch wat langdradige marathoninterview voor de VPRO uit 1986. Het gehele interview is te beluisteren en te downloaden op de website van de VPRO. Ik ben er nog niet toe gekomen om het op te knippen.

clausappel

De luisteroefening betreft het tweede uur van het interview, vanaf 22min58 tot aan de koffie rond 32min50.