Een compacte en intrigerende inleiding op het werk Louis Couperus, maar ook een mooie illustratie van de fascinatie van Romantische auteurs met het irrationele. Tekst in PDF. Audio-opname in MP3. Kortfilm op Youtube.
Een compacte en intrigerende inleiding op het werk Louis Couperus, maar ook een mooie illustratie van de fascinatie van Romantische auteurs met het irrationele. Qua tijdskader past het verhaal historisch ook binnen het kader van de vroegmoderne, pyschologiserende literatuur, die zich bewust is van het werk van Sigmund Freud. Thematisch wordt in deze korte bespreking van Vrij Nederland uit 1942 (24/10) het belangrijkste mooi samengevat:
Dit is een heel ander soort luisteroefening: het resultaat van de oefening is geen ingevuld blad met woordjes, of aangekruiste meerkeuzevragen, maar een verzameling tekeningen. De enige bedoeling is dat de leerlingen luisteren en instructies volgen. Als leerkracht is het moeilijk de sterkte van dit experiment in te zien zonder het zelf te doen. Pak dus pen en papier:
Er is amper woordenschat op te pikken in dit filmpje, het gaat vooral om de ervaring:
ik kan een Engelstalige TED talk beluisteren, begrijpen en zelf toepassen
ik kan wel tekenen als ik een paar technieken gebruik
ik kan wellicht veel meer dan ik zelf besef
Uiteindelijk gaat het in deze les niet over ‘leren tekenen’, dat is slechts een vehikel voor een luister- en doeles. Die kan zeker ook gegeven worden in de 2e graad, misschien zelfs in de 1e. Voor de 3e graad hoort er zeker een spreekgedeelte bij.c
DEEL 2 – Spreken
Discussiepunten voor de nabespreking kunnen zijn:
You thought you couldn’t draw, but what did you experience?
What enabled you to create the drawings you thought you could never create?
Are there other skills you think you are really bad at? Why do you think so?
Are you convinced that you simply don’t have the talent for certain subjects at school?
Do you believe that some people are born with certain talents? Do you believe that anybody can learn anything?
Eindtermen in deze les
ET
vaardigheid
beschrijving
1
luisteren en kijken
het onderwerp bepalen
2
luisteren en kijken
de hoofdgedachte achterhalen
3
luisteren en kijken
de gedachtegang volgen
4
luisteren en kijken
relevante informatie selecteren
8.1
luisteren en kijken
zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen;
8.2
luisteren en kijken
het luisterdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen;
8.5
luisteren en kijken
hypothesen vormen over de inhoud en de bedoeling van de tekst;
8.6
luisteren en kijken
de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden;
8.7
luisteren en kijken
de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context;
18
spreken
informatie uit teksten meedelen.
19
spreken
teksten navertellen
20
spreken
teksten samenvatten.
21
spreken
verslag uitbrengen over een ervaring, een situatie en een gebeurtenis.
24
spreken
een waardering kort toelichten.
25
spreken
een gefundeerd standpunt naar voor brengen bij beluisterde teksten.
26.1
spreken
zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles kunnen uitdrukken; het spreekdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen;
26.2
spreken
het spreekdoel bepalen en hun taalgedrag er op afstemmen;
26.4
spreken
gebruik maken van non-verbaal gedrag;
26.6
spreken
ondanks moeilijkheden via omschrijvingen de correcte boodschap overbrengen;
26.8
spreken
bij een gemeenschappelijke spreektaak talige afspraken maken, elkaars inbreng in de tekst benutten, evalueren, corrigeren en redigeren.
27
mondelinge interactie
de leerlingen kunnen de taaltaken, gerangschikt onder ‘luisteren/kijken’ en ‘spreken’, in een gesprekssituatie uitvoeren.
29.1
mondelinge interactie
zich blijven concentreren ondanks het feit dat ze niet alles begrijpen of kunnen uitdrukken;
Wellicht heeft alle literatuur die erin slaagt mensen te treffen een autobiografisch aspect.
Lyndsey leeft enkel in haar hoofd: haar leven is enkel draagbaar omdat ze zichzelf telkens opnieuw uitvindt in andere verhalen. Deze verhalen staan niet los van de realiteit: ze vinden hun oorsprong in de harde, saaie, eentonige realiteit van de supermarkt waar ze werkt.
Wat ben ik blij dat de schrijfster geen Lyndsey is geworden, niet in een supermarkt werkt en een aspect van haar eigen psychologie zo secuur ontleedt, dat we er allemaal iets van kunnen leren. Misschien was Annelies ooit ook een meisje met teveel verhalen in de kop, maar ze heeft er iets mee gedaan, is ermee naar buiten gekomen, in tegenstelling tot Lyndsey, die nog steeds zit te fantaseren aan kassa 4…
Een hartverscheurende getuigenis van een zwaar mishandeld kind of problematische getuigenis van een getraumatiseerd, fabulerend slachtoffer?
Klassiek voorbeeld van de onbetrouwbare verteller. Enkel bij een herbeluistering van dit radioboek worden we er ons bewust van hoe problematisch deze getuigenis is: in de openingszin horen we al “volledigheid durf ik niet betrachten.” Verder is de hele getuigenis doorspekt met details die variëren van ongeloofwaardig (een 8 op het rapport voor twee nullen aanzien) tot onmogelijk (eieren bakken op roodgeslagen billen). De verteller zegt ons dat ze nu haar verhaal kan vertellen omdat mama Mia, de enige getuige van wat er met het gezin gebeurd is, overleden is. Dit kan alleen maar betekenen dat we niet het hele verhaal gehoord hebben.
Het is een omgekeerde leugenaars-paradox: naarmate we meer vernemen over Nietwaards vermeende mishandeling, wordt het duidelijk dat haar verhaal doorspekt is met leugens en verzinsels. Haar leugens en verzinsels ontkrachten haar verhaal misschien wel in alle details, maar zijn zelf een onmiskenbaar symptoom van haar reëel trauma, van welke aard dat ook mag zijn. De flagrante leugens zijn een product van haar trauma, maar wat dat trauma precies is, lijkt onmogelijk te achterhalen.
Dat er door het hoofdpersonage gefabuleerd wordt, is bij uitstek duidelijk door de bijna sprookjesachtige elementen in het verhaal: de oude wijze vrouw, het bolletje wol, de adoptie door mama Mia. Merk ook op dat dit luisterverhaal aansluit bij de eigenlijke moraal van sprookjes zoals Hans en Grietje: elk kind fantaseert wel eens dat het bij ‘andere ouders’ beter zou zijn, maar let op, voor je het weet kom je bij een heks terecht. De gruwelijkheid die op het randje van het komische lijkt te balanceren, is ook meer typisch voor de originele oude middeleeuwse volksverhalen.
Er valt in deze context ook iets te zeggen over de complexe dader-slachtofferdynamiek waarbij het slachtoffer dader wordt. Misschien niet van dezelfde soort daden, maar met andere sociopathische trekken (pathologisch liegen).