tinteltand


Freinet in Vlaanderen = verwaterde Institutionele Pedagogie

Ik heb mij altijd afgevraagd waarom de freinetbeweging in Vlaanderen zo geheimzinnig doet over haar onstaansgeschiedenis. Een boek van twee mensen die aan de wieg van de de eerste Vlaamse freinetschool de Appeltuin staan, doen wel het relaas in een boek uit 2009, terwijl de beweging ondertussen ter ziele lijkt gegaan.

Men mag niet vergeten dat de stichters van de Tinteltuin en de directeur recht van de Appeltuin komen en sommige zelfs nog aan deze school verbonden zijn. Wat er zich in Vlaanderen heeft geprofileerd als Freinetbeweging, gaat enkel van Leuven uit, heeft geen enkele intellectuele slagkracht en heeft ook geen connecties meer met de Gentse cirkels. Lees hieronder hoe het zover gekomen is. Alle freinetscholen in Vlaanderen (met uitzondering van het Gentse stadsnet) spiegelden zich aan de Appeltuin.

De hele Vlaamse freinetbeweging gaat enkel terug op gedachtengoed van een acolyt van Freinet, Fernand Oury. En de meesten weten het zelf niet eens..

  • 1979: oprichting Appeltuin
  • 1980: bezoek van Fernand Oury aan de Appeltuin
  • 1982: Appeltuin wordt gemeenschapsonderwijs
  • 1985: Eerste stedelijke freinetschool in Gent

“Vandaag tellen we in ons land 65 Freinetscholen: 55 in Vlaanderen, 10 in Wallonië.

Het mag verwonderlijk heten dat er zoveel meer Freinetscholen zijn in Vlaanderen dan in het landsdeel dat Freinet in zijn eigen taal kan lezen. Dit heeft ongetwijfeld te maken met een bepaald klimaat en via een merkwaardige omweg. In de  late zestiger jaren waren in het Nederlandstalige landsdeel twee bewegingen actief: WERP (WErkgroep voor Revolutionaire Pedagogie) en AKO (Aktiegroep voor een Krities Onderwijs) d

Fernand Oury (1920-1997), vader van de Institutionele Pedagogie en onerkend geestelijk vader van de Vlaamse freinetbeweging.

ie later zouden samensmelten. De helaas jong gestorven romanist Jacques Dhaenens komt waarschijnlijk de eer toe om als eerste de Franse onderwijzer Fernand Oury te hebben uitgenodigd naar Vlaanderen. Later werden de samenkomsten met Oury door leden van AKO-WERP verdergezet, in Frankrijk, in Antwerpen en in Leuven. Tijdens de daaropvolgende jaren volgde de vertaling, door een werkgroep van AKO,  van het basiswerk van Oury: De la classe coopérative à la pédagogie institutionnelle. Aan de hand van monografieën wordt daarin aangetoond hoe belangrijk het is voor de kinderen om een reële medezeggenschap te hebben over het reilen en zeilen in de klas.
In diezelfde periode is er in Leuven een groep jonge ouders, bij wie ook een kleuteronderwijzeres, die onderzoeken hoe ze een alternatieve basisschool kunnen oprichten. Ze recruteren twee pas afgestudeerde onderwijzers die zullen starten met een eerste leerjaar. Een van beiden had tijdens zijn studietijd een stage doorgebracht in een I.P.-klas in Frankrijk. Samen met de ouders wordt na overleg geopteerd voor dit pedagogisch project. Ze zullen varen onder de vlag “Freinetschool”. Die naam geniet meer bekendheid en ligt beter in de mond dan Institutionele Pedagogie. De Appeltuin is geboren.

Bob Paulus, ‘Een andere aanpak van het onderwijs’ in AKTIEF, jrg.2008, nr.1

In een gratis online beschikbaar boek (prachtig!) schetsen de gebroeders de onstaansdagen van de Appeltuin wat uitgebreider:

De Appeltuin was in de eerste plaats een initiatief uit individuele ontevredenheid van vele ouders die het niet eens waren met de manier waarop de overgrote meerderheid van de kinderen ontvangen werden op de lagere school en ingeschakeld in het leerproces als “gemiddelde leerling”. Ze zochten naar alternatieven die zouden toelaten dat de kinderen meer op eigen ritme en volgens eigen wil konden leren.
De eerste ervaringen waren niet direct een daverend succes. De ouders probeerden het model na te volgen dat ze al gewoon waren van de kleutertuin waar één van hen, Vera, als spilfiguur optrad, bijgestaan door enkele vrijwilligers. Op de achtergrond zweefden ook de interessante verslagen van A.S. Neill en zijn experiment in Summerhill. Maar tussen de ouders zijn er een aantal die denken dat, om de school effectief te kunnen uitbouwen, er een echt lerarenkorps zal moeten zijn. Men gaat hiervoor op zoek naar geïnteresseerde kandidaten.
Een groepje komt samen in Egenhoven: ouders met eigen ideeën, een Ronni Hermans, collega met andere eigen ideeën, en twee kleuterleidsters, Vera Stroobans en Martien Neirinckx, ook al met ideeën, en Pascal, druk in de weer in de vertaalploeg van Oury’s werk. De Appeltuin wordt, niet zonder gezonde twijfels van de ouders, een institutionele school.

Pascal & Bob Paulus, Leren is geen dwangarbeid, 2009, p.65

Onmiddellijk is in deze teksten al de spanning duidelijk tussen de ouders die eigenlijk aan de wieg van de Appeltuin staan en de Gentse intellectuelen van AKO/WERP die zichtbaar de Institutionele Pedagogie proberen op te dringen.

 J. Bruyninckx

 

 



Alfabetcode revisited: alles op een rijtje

De reacties waren ook niet van de poes, maar meestal evenmin terzake. Dit kan niet helemaal gezegd worden van de discussie over de alfabetcode. Er cirkelen zelfs geruchten die suggereren dat de auteur gerechtelijke stappen zou overwegen te nemen tegen dit blog, alleen maar omdat ik op basis van de schamele documentatie en mijn dochter die in de klas zat over deze methode probeer duidelijk te maken dat deze:

  • zelfs bij leergierige leerlingen een achterstand van bijna een half jaar geeft na een jaar;
  • het onmogelijk maakt voor leerlingen om met de woorden die ze dagdagelijks tegenkomen te oefenen, omdat b en d enkel in koordschrift (tijdens schrijven) worden geleerd, niet in gedrukte vorm. Of, omgekeerd beschouwd: als de kinderen regelmatig echt gelezen zouden hebben, dat zouden ze geen enkel probleem met het verschil tussen een gedrukte b en d kunnen hebben. Ze hebben enkel kennisgemaakt met de letters door ze te schrijven, niet door leesonderwijs.
  • bij de kinderen de gewoonte vastlegt om te schrijven zoals je spreekt door de kinderen ‘vrije teksten’ te laten schrijven. Die worden misschien wel verbetert, maar de uitleg waarom ‘hont’ als ‘hond’ geschreven wordt blijft nooit hangen, want het is altijd flauwe kul. We schrijven de t klank niet toevallig als d, maar spreken de d als t uit. Stemhebbende medeklinkers (g, z, v, b, …) worden op het einde van het woord altijd stemloos uitgesproken. Dat is een specifieke eigenschap van het algemeen Nederlands en hierop dient elke dag geoefend te worden in het eerste jaar. Andere Germaanse talen zoals Duits en Engels hebben dat niet:dead klinkt /ded/, terwijl het Nederlandse dood als /doot/ uitgesproken wordt.

Het is ronduit onnuchterend om te zien hoe weinig aandacht er werd besteed aan lezen en hoe deze vaardigheid constant op een hoopje werd gegooid met het schrijven. Lezen is de sleutel, als je maar één zaak op school zou willen opsteken, dan is het goed (begrijpend!) lezen en informatie verwerken. Verder moet er als er over schrijven gesproken wordt, altijd duidelijk gemaakt worden welk aspect: spelling, zinsbouw, taalgebruik, opbouw, enzoverder, … zijn allemaal belangrijk. Woorden correct spellen is dan nog het minst complexe. En wat is dat, echt kunnen schrijven? Echt kunnen lezen is vinden wat je interesseert en het kunnen toepassen in je eigen leven.  Als je dan achteraf de mensen willen verbazen met geschrift, lees je gewoon een boek of een goede website over kalligrafie, of niet?



Waarom geen officiële klacht?

Wellicht zullen er nu een heel aantal flessen biocava ontkurkt worden, als ik aankondig dat ik geen officiële klacht tegen de school zal indienen bij de commissie zorgvuldig bestuur in het onderwijs. Er is ondertussen een nieuw document verschenen dat de financiële politiek van de school -op z’n minst aan de oppervlakte- hertekent. Dit nieuwe document maakt duidelijk dat de school toch op z’n minst nu een probleem erkent (anders was het document niet nodig). De vraag is echter of dit, zoals de school blijkbaar denkt, enkel een probleem van formulering is. Het is ook de vraag of, indien het tot een veroordeling was gekomen, de school een andere reactie zou getoond hebben dan de huidige.

De bedoeling van dit blog is altijd geweest om ouders te informeren hoe het eraan toe gaat in de freinetschool. Dat kan enkel exemplarisch, maar het gaat over het stramien dat de vlag allerminst de lading dekt. Er is, gezien de recente explosie, dringend degelijk onderzoek nodig naar de pedagogische praktijk die, hoe kan het anders, niet dezelfde is als 50 jaar geleden, maar vreemd genoeg haaks staat op de principes van gelijkheid, toegankelijk en kosteloosheid die het gemeenschapsonderwijs hoog in het vaandel draagt.

Er zijn zeker freinetscholen in Vlaanderen die anders te werk gaan en de principes van de stichter meer eer aandoen. De vraag is alleen: hoe kom het dat freinetscholen onderling nog eens “zo sterk” verschillen? Sommigen scholen zijn heel duidelijk over de ouderbijdrage en andere steun aan de school, zoals het eigenlijk zou moeten. Hoe weet je nu als ouder in wat voor freinetschool je terecht komt? Hoe weet je waar je je aan te verwachten hebt in zo’n school?

Ik stel hierbij alleen de volgende hypothetische vraag: hoe kun je in een school waar er zoveel van de ouders verwacht wordt (financieel en organisatorisch), toch beweren dat favoritisme uitgesloten is? In een gewone school hebben leerkrachten soms ‘schrik’ van ouders die voor hun kinderen pleiten, vooral in geval van deliberatiebetwisting. In de Tinteltuin is dit niet aan de orde, iedereen is sowieso altijd geslaagd. De schrik die hier heerst, is die van de moeder die vindt dat zij niet zoveel kan bijdragen als anderen, en vreest dat haar kind wordt achtergesteld omdat een andere moeder elke week de klas overneemt, pizza’s bakt voor je leerkracht of regelmatig helpt met het vervoer.

Je dacht dat je met enkele honderden euro’s per kind, een helpende hand bij het poetsen, een paar verplaatsingen en begeleiding op het kamp je steentje wel had bijgedragen… en dat is wel zo, maar er altijd een paar die nog veel meer doen en het laken naar zich toetrekken.



Bemerkingen van de doorlichting over de alfabetcode, evaluatie en getuigschriften

Een aantal van de commentaren op dit blog, focusten op de het lees- en schrijfonderwijs. Dit is een moeilijke materie, zelfs voor specialisten en dus zeker voor ouders. Er wordt mij verweten de gebruikte methode, de alfabetcode, verkeerd voor te stellen, terwijl er geen literatuur in het Nederlandse taalgebied over verschenen is. Mijn ideeën over de alfabetcode zijn tentatief, maar de commentatoren kwamen ondanks hun lange betogen niet tot weerleggingen van dezelfde observaties die ook de doorlichting niet ontgaan zijn. De alfabetcode…

  • wordt (vrijwel) nergens anders gebruikt;
  • meent komaf te kunnen maken met ‘dyslexie’;
  • gaat terug op de ‘fonetische’ (klankgerichte) traditie in de pedagogie;
  • leert kinderen eerst schrijven, dan lezen;
  • ziet schrijven als een manier om te leren lezen.

Al deze vroeger reeds gemaakte bemerking staan ook alsdusdanig in het verslag vermeld:

Waar het schoolwerkplan het natuurlijke leren vooropstelt, maakte de school de keuze om voor het lees– en schrijfonderwijs terug te vallen op een onderwijsleerpakket dat in Vlaanderen verre van gestandaardiseerd is. Dit pakket promoot zichzelf als ‘een nuchtere en dyslexieveilige methode’ met een sterk fonetische inslag waarbij kinderen ervaren dat letters transcripties van klanken zijn. De volgorde voor het aanleren van de vaardigheden verschilt van de gebruikelijke werkwijze. Bij deze aanpak start de werking vanuit: ‘leren lezen doe je door te leren schrijven’. De aanwezige externe leerkracht– en leerlingenondersteuning bij de opstart werd door omstandigheden dit schooljaar niet verder uitgevoerd. De afspraken (tot op heden nog weinig geformaliseerd) voor het hanteren van deze werkwijze geven blijk van een kritische ingesteldheid en vormen een aanzet bij het bewaken van de eigen onderwijskwaliteit. (Inspectieverslag BS De Tinteltuin p.11)

Deze gebalde paragraaf bevat ook een aantal andere elementen:

  • De alfabetcode staat niet in het schoolwerkplan vermeld
  • De aanpak voor Nederlands in het schoolwerkplan is ‘natuurlijk leren’ en tegengesteld aan de ‘fonetische’ alfabetcode
  • Over hoe de alfabetcode in de school wordt toepgepast, staat niets op papier (m.a.w. zijn geen afspraken gemaakt) – laat u niet inpakken door het schijncompliment op het einde.

Dat de formulering van het doorlichtingsteam respectvoller zal worden geacht dan mijn opmerkingen, heeft te maken met het feit dat de doorlichting enkel vaststellingen kan doen, maar verder niet. De overheid mag geen methode voorschrijven, daarin heeft elke school (dus ook een freinetschool) de complete vrijheid. Wat de doorlichting wil zien, zijn resultaten. De leerresultaten kan de school bewijzen door het evalueren van de leerlingen op een manier die zij gepast acht. Ook daar is er aanzienlijke vrijheid. Op dit moment kan het leesonderwijs van de school amper geëvalueerd worden (zo stelt ook het doorlichtingsverslag), er zijn nog geen kinderen die op basis van de alfabetcode hun hele schoolloopbaan hebben afgelegd. Maar de terughoudend houding van de school om objectief en kwantitatief te evalueren, is op verschillende plaatsen in het verslag te lezen.

De school kan voor Nederlands nog weinig valide en verifieerbare leerlingenresultaten voorleggen. Ook na een werking van anderhalf jaar dient een school aan te geven dat zij op basis van haar onderwijsresultaten leerwinst realiseert. (ibid. p.6)

Je doet als leerkracht in feite het hele jaar je zin, maar je moet wel kunnen aantonen dat je leerwinst boekt. Dat heeft niets te maken met het gegeven van een beginnende school, dat behoort zelfs binnen een leerjaar te gebeuren. Dat doet een goede leerkracht niet voor de doorlichting of de directie, maar voor zichzelf: “ben ik op de goede weg? hebben ze iets opgestoken? wat is een verklaring voor deze of gene resultaten?” Wat de gevolgen hiervan zijn kunnen we ook lezen:

Het is voor de school geen evidente opdracht om na anderhalf jaar van start gaan valide outputgegevens voor te leggen. Een eerste uitstroom van twee leerlingen liet niet toe om gerichte uitspraken te doen en van hieruit de onderwijskwaliteit bij te sturen. Wel zette het aanvankelijk niet uitreiken van een getuigschrift de school aan het denken. Formele criteria ter verantwoording van de procedure volgens dewelke getuigschriften basisonderwijs worden toegekend, ontbreken nog in het schoolreglement. (ibid. p.11)

Ik weet niet goed wat ik hier lees – staat hier nu dat de vorig jaar afgestudeerde leerlingen geen getuigschriften hebben ontvangen? Is dat dit jaar wederom het geval geweest? Dit zijn geen citaten waar ik veel commentaar bij durf te geven. Ieder mag dit voor zich beoordelen.



Alfabetcode leidt tot pseudo-dyslexie?

…mijn dochter in de tweede graad (…) heeft enkele specifieke spellingsproblemen. (freinetleerkracht tinteltuin)

Wij zijn al jaar en dag “fan” van de pedagogie van Freinet!! Ook onze 2 oudste zonen mochten hun kleuter en lager onderwijs in een freinetschool doorbrengen. (…) Onze 2 zonen zitten nu in het tweede en vierde jaar in de richting “wetenschappen” van een gewoon college (…) de oudste , heeft dyslexie (…) Ook onze dochter heeft lees- en spellingsproblemen.[Ze] schrijft niet zonder fouten en leest nog moeizaam (verknochte tintelouders)

… vooral de zwakkere leerlingen op scholen waar het leren lezen niet systematisch getraind wordt, lopen het risico pseudo-dyslectici te worden (Prof. Dr. A. Bus)

Ik ken zelfs volwassenen met spellingsproblemen (!), voor kinderen van 10 jaar is dat doodnormaal. Leesproblemen daarentegen op die leeftijd moeten je aan de alarmbel doen trekken. Hebben ze eigenlijk ooit echt leesinstructie gehad in de freinetschool de Tinteltuin? Vooral verontrustend is hoe ‘spelling’ (woorden correct schrijven) en lezen op één hoopje worden gegooid.

Het is tijd om heel concreet te worden: de talige vaardigheden zijn de volgende:

  • lezen: schriftelijk informatie ontvangen
  • schrijven: schriftelijk informatie sturen
  • luisteren: mondelinge informatie ontvangen
  • spreken: mondelingen informatie sturen
Spellen en handschrift zijn gewoon onderdelen van de schrijfvaardigheid. Dyslexie is een leesprobleem, maar omdat de enige andere vaardigheid waar je lezen voor nodig hebt, schrijven is, zou je dyslexie ook kunnen vaststellen in spellingsproblemen. Je moet wel tussen dyslectische spellingsfouten en andere, en daar knelt volgens mij het schoentje.

In het eerste leerjaar van de Tinteltuin staat zoals in alle basisscholen, lezen en schrijven op  het programma. Daarbij wordt gebruik gemaakt van wat aangekondigd wordt als de nieuwste methode, de Alfabetcode. Deze methode werd ontwikkeld, zo stelde men, door prof. dr. Erik Moonen van de Katholieke Hogeschool Limburg. Deze methode is afwijkend van alle andere leesmethodes op de volgende vlakken:

  • Eerst schrijven, dan komt lezen uit zichzelf.
  • Er is een simpele methode die je kunt toepassen om van de uitspraak naar de spelling te gaan. Je moet je gewoon bewust worden van de klanken (foneembewustzijn)
  • Dyslexie is een erfelijke hersenaandoening die te genezen is.

Eerst schrijven, dan lezen

Moonen formuleert het nog sterker: “Leren lezen door te leren schrijven”

Het is heel simpel: eerst lezen, dan schrijven. Waarom? Je hebt het lezen nodig om te kunnen schrijven. Als je niet kunt lezen wat je schrijft, ben je aan het tekenen. Verder: er zijn mensen die kunnen lezen, maar nooit hebben leren schrijven. Schrijven is iets maken wat je kunt lezen. Letters overtekenen kan een peuter…

Schrijven is louter een motorische vaardigheid, waarvan we de vraag moeten stellen, zo langzamerhand, of manueel schrijven nog aan de orde is? Allezins, oefening baart kunst, maar het is een motorische handigheid. Daar komt nog bij de druk die gelegd wordt op de vorm en het vormen van de letters, in die richting en zo en niet anders. Een speciaal instructie-uur dat voorzien was voor het eerste leerjaar, werd volledig gespendeerd aan schoonschriftoefening. Nooit aan lezen. Lezen moesten de kinderen altijd alleen doen, in de leeshoek. Net op een moment dat ze daar echt begeleiding in nodig hebben. Het leerplan basisonderwijs zegt hierover heel duidelijk:

Leesinstructie bij het aanvankelijk en voortgezet lezen, heeft uitsluitend tot doel de leerlingen de noodzakelijke vaardigheden bij te brengen die ze nadien in steeds zelfstandiger mate moeten kunnen toepassen.

http://pbd.gemeenschapsonderwijs.net/leerplannenbao/leerplannenbao/lager/nederlands.pdf

Ik heb vragen hierover gesteld aan de leerkracht en Erik Moonen persoonlijk toen die zijn methode kwam toelichten en beiden reageerden nogal kribbig op mijn vragen: waar over deze methode in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd was, of deze methode getest was enzoverder. In antwoord op mijn mail na de lezing, reageerde Moonen al even gepiqueerd en met de nodige tikfouten, zodat ik zijn minachting voor spellingscontrolesoftware wel serieus moest nemen. Een week later kregen we via de leerkracht een al even snelgetikte samenvatting van de Alfabetcode.

Lezen komt gewoon vanzelf

Lezen is het meest complexe en belangrijke wat een kind op de lagere school leert. Nochtans werd er veel tijd gestoken in lees- en schrijfinstructie, maar ik begrijp nu: dat was louter schoonschriftoefening. Er werd niet begeleid of klassikaal gelezen, de kinderen lazen alleen in een boekje.

De afwezigheid van de leesmethode staat niet alleen in de slogan (lezen door schrijven), maar is ook van toepassing op Moonens handout: er wordt met geen woord over leesmethodes gerept.

Lezen komt nooit vanzelf en is een belangrijke oefening in schrijven. Als je elke dag het woordje ‘de’ of ‘het’ tegenkomt, dan kun je dat na een weekje spellen. En blijven oefenen, zo oefen je je grafeembewustzijn, m.a.w. bewustzijn schrijfwijze.

tligt m moeilek om nie zo te beginne spelle…

…want dit is echt wat Moonen met zijn alfabetcode bereikt: uitspraakspelling. Waar de leesmethode ontbreekt, is er een hele uiteenzetting over spellen. Deze kinderen kunnen nog niet motorisch schrijven, of ze moeten al spelling oefenen? Dit is toch uiterest vreemd. Spelling hoort niet thuis in een eerstejaar lager onderwijs.

Spellen wordt ‘schrijven’ genoemd en men komt met een hele moeilijke methode om de spelling van woorden uit hun uitspraak af te leiden. Verder worden ze verplicht om ‘vrije teksten’ te schrijven, die dan vervolgens vol uitspraakspelling staan. Je kunt geen (vrije) teksten schrijven als begin, je stuit in elk woord op spellingsproblemen. De kinderen moet herhaaldelijk door lezen basiswoordvormen ingeprent worden.

Uitgaan van de uitspraak en dan met een moeilijk regeltje tot de spelling komen is funest: je kweekt de foute gewoonte. De regeltjes worden vergeten, maar de reflex om van de uitspraak uit te gaan, blijft. Die regeltjes bepalen dat de klank /t/ verschillende spellingen heeft, soms wordt die als ‘t’ geschreven (kat), maar soms als ‘tt’ (katten), soms als ‘d’ (bad) en soms als ‘dt’ (hij bidt). Voor de eerste drie moet je gewoon genoeg teksten gelezen hebben met die woorden in, voor het laatste moet je de grammaticaregels kennen – de uitspraak heeft hier niets mee te maken.

Moonen hamert hier op foneembewustzijn (bewustzijn van welke klanken) en dat is een belangrijk concept, maar niet bij de spelling. Klankbewustzijn is belangrijk voor je begint aan lees onderwijs: je moet de kinderen leren dat woorden die ze kennen uit klanken bestaan. Ze moeten leren k – a – t (niet: kaa – aa – tee, maar echt de klanken) zeggen als je hen het woord kat in zijn geheel aanbiedt. Bij spelling heeft foneembewustzijn niets te zoeken, daar gaat het nogmaals, om grafeembewustzijn (bewustzijn hoe geschreven woorden eruit zien) en dat train je met lezen. Als je dat niet doet, dan schrijf je sowieso in uitspraakspelling en dat is exact wat ook wel pseudo-dyslexie (valse woordblindheid) wordt genoemd.

Onderzoek uit ’85: Steinerleesmethode leidt tot pseudo-dyslexie

Het is dankzij RDV dat dit onder mijn aandacht is gekomen dat er in 1985 een studie is gebeurd naar het leespeil van steinerleerlingen in Nederland. Het resultaat leest u in de titel. Maar de oorzaak is belangrijk: er werd voor men aan lezen begon te weinig aan foneembewustzijn gedaan (kat opsplitsen in klanken). Verder werd er veel te veel aan schrijven gewerkt (dan nog in drukletters) en werden de letternamen gebruikt i.p.v de klanken.

In een oratie in 2005, stelde prof. A. Bus nog amper verbetering vast in de steinerscholen. De vraag is hoe ze dat kon weten, want ze werd na haar eerste publicatie zwaar de antroposofische gemeenschap (volgelingen van Rudolf Steiners leer, de antroposofie) aangevallen en nooit meer tot de Steinerscholen toegelaten. De beschuldiging dat ze haar onderzoek onder een vals voorwensel zou hebben gedaan, schildert haar expliciet af als een buitenstaander, wat voor beide partijen wel voordelig zou kunnen zijn.

Freinet biedt een steineriaanse oplossing en dit zijn de punten waar de freinetleerkracht op hamerde:

  1. alle andere bestaande methodes zijn compleet fout (bijna elke keer als het onderwerp te sprake kwam, werd dit herhaald)
  2. letters noemen met de klanken, niet met de namen
  3. geen drukletters, maar sierlijk koordschrift
  4. foneembewustzijn is de sleutel tot correcte spelling en dyslexie
  5. oefenen met lezen alleen in koordschrift
  6. lezen gebeurt alleen en zonder instructie of feedback. De leerkracht vertelde zelf hoe zijn dochter met leesproblemen elke dag probeerde een stukje sneller en meer te lezen, maar hij gaf daarbij geen uitleg of feedback…

Nogmaals de conclusie van professor Adriana Bus:

vooral de zwakkere leerlingen op scholen waar het leren lezen niet systematisch getraind wordt, lopen het risico pseudo-dyslectici te worden

 



Is mijn freinetleerkracht een aanhanger van Rudolf Steiner?

Wie denkt dat de steinerverening een onschuldig pedagogisch collectief is, vergist zich schromelijk. De ideeën van Rudolf Steiner zijn allesbehalve een sluitend geheel en daarom is in de loop van de laaste honderd jaar door een allegaartje van charlatans gebruikt om mensen geld uit de zak te kloppen. In het academische milieu wordt Rudolph Steiner hoogstens gezien als een derderangs ‘filosoof’ en amper bestudeerd.

1. Laat het bos je genezen…

Aan het begin van het eerste freinetschooljaar kwam leerkracht Bart I (op het ondertussen verwijderde discussie) met een lofbetuigening op het boek Richard LOUV, Last Child in the Woods: Saving Our Children from Nature-Deficit Disorder. (Het laatste kind in het bos: hoe redden we onze kinderen van de natuurtekortstoornis). Hij krijgt een lang interview op de website van het rudolfsteinercollege.nl en een korte biografie:

Richard Louv (58) woont in San Diego, Californië. Hij is columnist van de San Diego Union Tribune en werkte als journalist voor allerlei bladen, waaronder de New York Times en de Washington  Post en het tijdschrift Parents. Hij schreef zeven boeken, waarvan vier over kinderen.

Wie Louvs bio op zijn website leest, ontdekt om te beginnen dat de redactie van het rudolfsteinercollege hem graag opblaast: hij is geen journalist voor de vermelde kranten, maar er werden stukken van hem in gepubliceerd. Over de reacties erop wordt niets gezegd. Hij is geen dokter, psycholoog, pedagoog, leerkracht of onderwijsexpert, maar een broodschrijver – hij heeft geen diploma, anders was het toch hier wel vermeld. Als je het net afzoekt naar (richard louv)+steiner+waldorf krijg je 26.000 hits. Freie Waldorfschule  was de naam van de eerste door Rudolf Steiner in 1919 geleide school in Stüttgart en dat wordt vaak hernomen in Amerikaanse steinerscholen. Voor deze beweging is Louv in korte tijd, niet gespeend van enige kennis terzake, uitgegroeid tot een pedagogisch icoon.

Stop je kind in het bos en alle problemen (hij noemt ADHD en depressie) zijn genezen, zo zegt hij bijna letterlijk in NRC Handelsblad. Het gaat niet over bijleren, maar over ‘gered en genezen worden’, vervat in een naïeve, 19de eeuwse, romantische visie op natuur à la Jean-Jacques Rousseau. Ik denk natuurlijk ook aan Thoreau’s Walden en Frederik Van Eedens gelijkaardige poging.

Het is belangrijk om te vermelden dat Louv met zijn stichting zich laat bijstaan door een aantal welluidende namen:

In reactie op zijn boek heeft een grote natuurbeschermingsorganisatie deze zomer het National Forum on Children and Nature opgericht. Daarin zitten vijftig invloedrijke lieden, zoals topmensen van bedrijven als North Face en Walt Disney, de president van de Turner Foundation, gouverneurs van vier staten en de burgemeesters van Los Angeles, Houston en Chicago. Zij roepen op tot initiatieven en zullen wereldwijd twintig voorbeeldprojecten selecteren en steunen.

http://ind.datadelft.com/bomenbeleid_evaluatie.htm#bijlage

 

Dit is geen filosofisch detail als je in gedachten houdt dat de domeinkeuze het eerste jaar zo ‘diep in het bos’ was dat de school het openbaar vervoer niet bereikbaar was. Hoe meer natuur, hoe beter, maar ten koste van kinderen wiens ouders hen niet elke morgen met de wagen kunnen komen brengen. De natuur eerst en dan de mensen, dat heet ecofascisme.

2. Zing je dyslexie weg!

Op youtube.com staat een uitzonderlijk filmpje waarin onze freinetleerkracht een uitvoering brengt van het stuk ‘Stripsody’ van Cathy BERBERIAN. Een heel bijzonder stuk op basis van klanknabootsingen, maar ik had van deze zangeres nog nooit gehoord.

http://www.youtube.com/watch?v=L0Xu0qw1C50

Naast zangeres was ze ook muzieklerares. Google Books heeft haar biografie online en daarin lees ik dat ze een techniek ontwikkelde waarmee ze de kinderen leert lezen en zingen tegelijk. Ze vergelijkt het zelf met kinderen tweetalig opvoeden, iets waar ze zelf ervaring mee had. Ze laat de kinderen i.p.v gewoon lezen, muziek van een blad te zingen en te spelen op de piano.

Gerustgesteld door de aanwezigheid van muziek, vergat de student zijn/haar vroegere fouten op het vlak van lezen en concentreerde zich op het vinden van de juiste toets op de piano en het zingen of zeggen van het woord.

Jennifer Paull, Cathy Berberian and Music’s Muses, p.228, mijn vertaling

Ze geeft een 11-jarig jongetje dat amper kan lezen pianostukken te spelen met moeilijke linkerhandpartijen, zodat de talige kant van de hersenen gestimuleerd wordt en wonder boven wonder…

Dyslexie, woordblindheid, concentratie- en geheugenproblemen, al deze aandoeningen verbeterden dramatisch. (ibid. p.231; mijn vertaling)

Iemand die de synoniemen dyslexie en woordblindheid naast elkaar gebruikt alsof het afzonderlijke aandoeningen zijn, is zeker geen specialist ter zake. In plaats van zich bij haar zangles te houden, wil ze mensen genezen van ongeneeslijke aandoeningen zoals dyslexie. De ongeneeslijken kun je eigenlijk niet genezen, dus als het toch goed komen is dat een redding. Waar hebben we dat nog gehoord? Cathy geeft zelf het antwoord:

De school waar ik deze techniek toepaste, volgde de Reggio Emilia filosofie van lesgeven. Deze methode vertoont veel overeenkomsten met die van Rudolf Steiner, wiens pedagogie toch zo’n constuctieve mengeling van praktisch kunsten en waardering voor alle talenten van een kind. (ibid. p. 231; mijn vertaling)

3. Schrijven geneest dyslexie

Bij het infosessie over de nieuwe lees- en schrijfmethode, de Alfabetcode, kwam uitvinder, prof. dr. Erik Moonen (KHL) met een aantal nogal boude beweringen:

  • door te leren schrijven, leer je lezen
  • dyslexie is een erfelijke hersenaandoening, maar te genezen
  • alle spelproblemen zijn te vermijden door aandacht voor de uitspraak van de woorden
  • gebruik van computers tijdens leesonderwijs, “is hoogstens tijdverlies”

Ik zal nog een aparte blog schrijven over exact hoe steineriaans de leesmethode van de freinetschool is. Hier wil ik in het kort het volgende aanstippen.

  • Rudolf Steiner zelf was overtuigd dat schrijven eerst kwam en dat hij wordt daarin door geen enkele serieuze moderne taalkundige gevolgd. Dit wordt in geen enkele ‘gewone’ school toegepast, maar wel in alle steinerscholen. Het enige onderzoek naar de resultaten van Adriana Bus in 1986, toont aan dat deze methode tot pseudodyslexie leidt. Psuidodiesleksie leikt op egte diesleksie, maar in feite is het gewoon een gevolg van té klankgericht spellen. Wie ‘echte’ als ‘egte’ spelt is niet per definitie dyslecticus, maar zeker iemand die bijna nooit (goedgespelde teksten) leest. Echte dyslectici zijn vanwege hun aandoening mensen die weinig lezen en ze zullen deze fouten ook maken, maar niet rechtstreeks door hun dyslexie. Een echte beginaanwijzing voor dyslexie in het schrift is het constant omgooien van letterclusters (weps, shcool, srtafwerk, enz.). Dyslexie waarnemen in schrijfwerk, is geen evidentie – het is een in de eerste plaats leesprobleem en heeft te maken met de verwerking van lettertekens in de hersenen.
  • Wat door erfelijkheid je hersenstructuur bepaald heeft, is niet te veranderen. Hersenafwijkingen zijn niet te ‘genezen’. Iemand die zoiets beweert, wil je ‘redden’. Als dyslexie een genetische afwijking is die kan genezen worden, verondersteld dat twee klassen mensen: de dyslectische onderklasse en een gezonde bovenklasse die hen kan redden…
  • Te fonetisch (klankgericht) spellen is altijd een gevolg van te weinig lezen, maar wordt niet rechtstreeks veroorzaakt door dyslexie. Bijvoorbeeld: velen zijn bekend met de uitdrukking  ‘naar verluidt’, maar weinigen zullen dit correct spellen zonder het genoeg in goede teksten tegengekomen zijn. Ik ga hier later dieper op in.
  • Computers en ICT hebben een belangrijke plaats in ons aller schrijfgedrag – we schrijven nog amper met de hand. Hoe kan degelijk onderwijs ICT links laten liggen als je zonder basisvaardigheden in dat gebied gewoon niet meer aan een job geraakt in de huidige maatschappij? Natuurlijk moet de softwarepakketten geëvalueerd worden en moet hun doeltreffendheid aangetoond worden.
  • In Moonens praatje leek het of dyslexie gebruikt werd om de aandacht van het zo belangrijke leesonderwijs af te leiden naar spelling. Een infopraatje over een nieuwe leesmethode voor beginnende lezers openen met opgeblazen cijfers over dyslexie is gewoon ongepast. Het is een lelijke en gedateerde verkoopstruuk: eerst angst aanjagen en dan je product verkopen als oplossing.

4. Beweeg je naar lichamelijke beterschap…

Omdat je zo weinig te weten kwam over de mensen in het team van de Tinteltuin, moest je je maar verlaten op Google. De website bevat geen bio’s of foto’s van de leerkrachten. Op zich is dit tekenend. Van een aantal klassen zou ik zelfs nu de leerkrachten nog niet kunnen aanwijzen. Interessant was wel dat ik over de directrice (die zich coördinatrice laat noemen) de volgende website vond: zij is erkende lerares ‘Alexander Technique’ sinds 1997 en heeft haar eigen praktijk in Leuven en Diepenbeek. Deze obscure techniek is volgens wikipedia een…

trainingstechniek waarmee men leert hoe men verkeerde houdingen kan herkennen en aanpassen met als doel het lichaam te verlossen van verstijfde spieren die stress en vermoeidheid veroorzaken. http://nl.wikipedia.org/wiki/Alexandertechniek

Maar de online encyclopedie vermeldt ook dat het onwikkeld werd door iemand die geen medische schooling of bedoelingen had:

Toen de Australische acteur Frederic Matthias Alexander (1869-1955) merkte dat hij zijn stem begon te verliezen, ging hij zijn eigen lichaamsbewegingen bestuderen. Als hij merkte dat hij verkeerde bewegingen maakte, verbeterde hij deze. Toen deze methode een succes bleek ging hij anderen zijn methode aanleren.

Alexander, zo leert verder lectuur leerde zijn stem beter te benutten door zijn bewegingen bij het acteren beter de controleren, wat nog niet zo’n gek idee was. Toen dit een succes bleek, begon men meer medische voordelen aan deze techniek toe te schrijven. Wie teveel stress heeft, moet de oorzaken van de stress in de buitenwereld aanpakken en rusten, maar in plaats daarvan

Hoeveel lessen je moet volgen hangt af van de ernst van het probleem en hoe snel iemand leert om het probleem te verbeteren, maar gemiddeld zijn 10 tot 15 lessen wel voldoende om de meeste en dringendste problemen op te lossen. Tijdens de eerste lessen moet je op de tafel gaan liggen terwijl de leraar vertelt hoe de verschillende lichaamsdelen met elkaar samenhangen. Het doel hiervan is om de persoon een natuurlijke rusthouding aan te leren zodat de persoon deze houding ook thuis kan toepassen.

Iemand met een greintje gezond verstand, gaat gewoon thuis op de bank liggen pitten, lekker goedkoop.

Van de vijf moderne studies die deze techniek evalueren is er slechts ééntje die verbetering (van rugpijn) vaststelt. Alle andere 4 studies noteren geen merkbare medische verbetering van de klachten. (Wikipedia.com)

Rudolf Steiner is verantwoordelijk voor zijn eigen teksten, zoals ook alle andere auteurs. Net omdat hij in de cultuurgeschiedenis zo marginaal is gebleven, is hij meer dan anderen gebruikt door mensen die ‘systeempjes’ nodig hadden om hun dans-, zing-, lees-, yoga- of natuurlessen te verkopen en een zweem van wetenschappelijkheid te geven. De academie weet dit en schuift elke tekst die zich baseert op Rudolf Steiner, glimlachend terzijde. Dit is een zware fout geweest.

Net zoals Richard Louv, Cathy Berberian en Erik Moonen, wil de Alexandertechniek je redden. Stress behandelen kan niet in een uurtje per week bij de therapeut, het is je agenda helemaal anders aanpakken. Als de patiënt dat niet begrijpt, zit hij gebeiteld voor en levenslang abonnement bij de Alexandertherapeut…



Kleuters de dupe van het kleinschaligheidsbeleid?

Een van de pedagogische dogma’s van de Tinteltuin is, zoals de meeste freinettechnieken, nogal simpelgeestig.  Freinetpedagogie…

  • kan enkel in kleine klassen (11 kleuters of 15 leerlingen)
  • kan enkel met leeftijdsoverschreidende groepen (graadklassen, classe unique)

Elke ouder of leerkracht in Vlaanderen zou tekenen voor het eerste, maar niemand zou te vinden zijn voor het tweede punt. Dit lijkt vreemd, maar is het niet. Het gebruik van leeftijdsoverschreidende groepen is noodzakelijk gevolg van de kleine klassen – er zijn simpelweg niet genoeg leerkrachtenuren op basis van het aantal leerlingen om aparte leerjaren te organiseren. Het dan verkopen als een bewust pedagogische keuze is gewoon een nood voorstellen als een deugd.

Het ‘probleem’ wordt duidelijk weergegeven in het verslag van de werkgroep Pedagogie:

*Instappers op de wachtlijst.

Er waren 20 kinderen op de infoavond. Ons maximum aantal kinderen per geboortejaar is 11. Elke graadsklas zal dus niet meer dan 22 kinderen bedragen. Waarschijnlijk zullen we de eerste graad volgend jaar moeten splitsen omdat er zoveel derde kleuterklassers zijn.

Hier gaat het onmiddellijk mis: 11 kinderen per geboortejaar, maar er zijn er twee per leerjaar. De kinderen die het 1e leerjaar nu voltooid hebben, is de groep van 2004-2005 – dat zijn 2 geboortejaren per leerjaar of 4 geboortejaren per graadsklas (bijv. 1e en 2e leerjaar samen). Als je 2 eerstegraadsklassen wilt inrichten, met twee full-time leerkrachten, heb je 44 leerlingen nodig.

“Probleemstelling”

Voor de klas met de instappers zitten we met een probleem. Er staan 6 instappertjes op de wachtlijst. Wanneer we deze aannemen gaan we over ons principe van 11 kindjes heen en zitten we met een te grote instapklas.

In het begin van het jaar wordt al een probleem gemaakt dat er teveel instappers zijn het volgende jaar, men zou de zes liever weigeren in klein blijven, dan proberen nog instappers te vinden om zo twee klassen te maken. De zes instappers zijn teveel omdat ze in een klas komen van de ‘jongste kleuters’ waar ook nog 2e kleuterklassers zitten. Dit is gedacht vanuit een tweedeling jongste/oudste.

Niet opmerkelijk dat de ouders pleiten om meer kinderen toe te laten. Beter kan ik het zelf niet samenvatten:

De instappers zijn belangrijk want dit is onze groei. één kleuter betekent één extra uur. [De kleuterleidster] zou meer uren kunnen krijgen. Het niet doen is dus gevaarlijk want dan snijden we in onze eigen groei. Bovendien zijn dit nieuwe ouders en de Tinteltuin heeft verse energie nodig om de boel draaiende te houden.

Ander argument is dat we volgend jaar 87 leerlingen moeten hebben om te kunnen starten.

Maar het leerkrachtenteam ( basisonderwijs) geeft onmiddellijk tegengas (argumentatief gezien inderdaad een sheet in een fles):

Te snel groeien voor een school is gevaarlijk. Andere scholen zijn door hun te snelle succes al overkop gegaan. We moeten de nodige infrastructuur, werkkrachten en ervaring hebben.

Welke school is nu het meest in haar bestaan bedreigd: een school die stagneert op de helft van het aantal leerlingen van een volwaardige school, of een school waar de leerlingen binnenstromen. Elke school wil meer leerlingen, enkel de Tinteltuin niet. Het argument luidt verder: we kunnen niet groeien, want we hebben de infrastructuur niet. Een pertinente leugen, want ze zitten ruimer behuisd dat 90% van de scholen. Ook is er een tekort aan werkkrachten: natuurlijk – door te weinig leerlingen zijn er te weinig leerkrachturen. Of bedoelt men helpende ouderhanden? In beide gevallen is de oplossing duidelijk: meer leerlingen inschrijven. We hebben ook de ervaring niet? De stichters hebben een decennia lang gewerkt voor de oudste freinetschool van het land, nemen een initiatief, maar hebben niet voldoende ervaring voor een school te runnen. Daar had je vroeger aan moeten denken.

Ondertussen wordt in de vergadering gepoogd de vierkante cirkel te tekenen:

Hoe kunnen we deze toenamen aan instappertjes ook rijmen ten opzichte van het GO met onze wens om kleine klassen te hebben. Gaat het GO dan geen druk leggen om altijd grote klassen aan te nemen. We moeten berekenen wat de consequenties naar volgend schooljaar zijn. Deze berekeningen moeten we binnen het team maken.

We moeten zien wanneer de kleutertjes instappen.

WG pedagogie vraagt het wel in overweging te nemen.

→Tintelraad geeft een eerder positief advies, maar het team zal dit moeten bekijken en berekenen.

Dit is een interessant punt omdat dit een van de weinige momenten is waarop zelfs de centrale groep ouders (voornamelijk WG Pedagogie) zich uitdrukkelijk tegenover het leerkrachtenteam positioneert, maar zonder het minste resultaat: het team zal dit moeten berekenen en het zeker niet uit handen geven. De leerkrachten hebben hier niets in de pap te brokken, dit is het exclusiefrecht moeten zijn van de schooldirectie. Het is de directie die de wet moet toepassen binnen de school en het recht op inschrijving bewaken. Nogmaals treedt de oudervereniging in het slagveld van de school. De school heeft geen beleid, dat wordt bepaald door de grillen van de stichtende leerkrachten en uitgevoerd door ouders die de meester niet durven tegenspreken.

De eerste graad was in mei al afgesloten voor inschrijvingen met twee uitgesplitste klassen van 15 en 14 leerlingen. Deze twee klassen geven de school recht op 15/22 en 14/22 ofwel 29/22 = een fulltime betrekking (22u) + 7u. Wat doet die tweede klas waarvan de titularis maar 1 dag (7u) komt?

Als er beslist wordt de twee leerkracht toch meer uren te geven, dan zouden er om die leerkracht een fulltime ambt te geven, 15u moeten geleend worden van een klas waar er meer dan het vereist aantal leerlingen zit. Maar die zijn er eigenlijk niet. Het doorlichtingsverslag merkt op:

Toezichten, middag– en busdiensten en de vele formele overlegmomenten vormen voor een klein schoolteam een reële taakverzwaring. Zowel voltijdse als deeltijdse leerkrachten overschrijden het maximum te presteren lestijden. Enkelen presteren onvergoede lestijden. (Doorlichtingsverslag Tinteltuin, p.15)

Los van de subtiele hint naar de oorzaak (“klein schoolteam”), zijn de laatste twee zinnen heel vreemd. Iedereen doet meer lestijden dan hij/zij moet en sommige worden daar NIET voor betaald. Men lijkt wel te suggereren dat sommige uren op een andere manier vergoed worden dan op basis van aanstelling… d.w.z. door de oudervereniging? met de vrijwillig afgedwongen oudergift?

De afgelopen twee jaar was het zo dat, hoewel de kleuters numeriek in de meerderheid waren, er toch een neiging tot benadeling van de afdeling te merken is, op het vlak van

  • klasbudget: de ouderbijdrage voor het klasbudget wordt verdeeld aan €500/ +  €12/leerling/maand  ofwel €500 en €120 per leerling. Dit wil zeggen dat op jaarbasis klassen met 10 lln €1.700 (€170/kind) krijgen, klassen met 15 lln €2.300 (€153/kind) en klassen met 20 lln €2.900 (€145/kind).
  • bijscholing: van hetzelfde oudergeld wordt €1.800 uitgetrokken voor opleiding van freinetrotten met vast benoemde uren. De kleuterleiders die freinet voor kleuters zelf uit de grond moeten stampen en daar heel aardig in slagen, krijgen geen opleiding. Waaraan het GO! budget voor opleiding (bijna €500) is opgegaan, wordt niet medegedeeld.
  • leerkrachturen: door de te kleine klassen (voor in lagere school) zijn er leerkrachturen tekort. Het totale aantal uren is door de school zelf te verdelen en ze mogen in principe kleuteruren overhevelen naar de lagere school. Sterker zelfs: de stichtende leerkrachten hebben een boel benoemde uren of zelfs een full-time – de uren gaan eerst naar hen. De leerkrachten (in het lager) die benoemd zijn, snoepen de uren af van jonge onbenoemde kleuterleiders door hun kleinschaligheidspolitiek.

In het inspectieverslag staan de uurverdelingen niet (meer) in, dus het is moeilijk na te gaan hoe hier mee opgesprongen wordt. Als er een keuze gemaakt moet worden kleuters of leerlingen in kleinere klassen, dan is het toch normaal dat voor de kleuters (die sowieso meer zorg nodig hebben) gekozen wordt? Zo niet in de Tinteltuin.

(more…)



Freinetschool veroordeeld voor financiële politiek (juni 2010)

Op het discussieforum van http://www.freinetbewegingvlaanderen.be/ vond ik dit bericht (17 november 2010) van een freinetpapa:

Ook in de Freinetschool van onze drie zonen was de invoering van het decreet kostenbeheersing (waarvan de maximumfactuur een onderdeel is) aanleiding tot heel wat consternatie.

Wat een hoogst interessant debat had kunnen worden ontaardde uiteindelijk in een regelrechte kleine ‘schoolstrijd’, die meer dan een jaar lang aansleepte en de sfeer in de schoolraad en helaas ook onder de ouders danig verzuurde. De enige oorzaak hiervoor was naar mijn persoonijke mening de hoogst onprofessionele aanpak van de directie die op het volgende neerkwam: kop in het zand steken en hopen dat de bui snel overwaait.

Enkele ouders deden het tegenovergestelde: ze staken hun nek uit en wisten uiteindelijk van hogerhand een oplossing af te dwingen.

Voor iedereen die iets te maken heeft met het Freinetonderwijs of die zich op een of andere manier betrokken voelt bij deze problematiek heb ik een open brief op facebook geplaatst: je kan hem lezen bij ‘Leve Freinet’ en als dat wilt ook je eigen mening geven. ”

http://www.12forum.nl/forum/bericht.php?ID=1269&fID=9&bID=2092&tID=556&pagina=last#2092

maar je moet je wel registeren via: http://www.freinetbewegingvlaanderen.be/

Als in 2007 de omzendbrief over kostenbeheersing komt, die probeert die niets anders te doen dan een betere toepassing van het decreet op kosteloosheid van het basisonderwijs uit 1997. Eigenlijk mogen scholen sinds 1997 geen geld meer vragen voor pedagogische doelen. De kracht van een omzendbrief die het nieuws haalt, is niet te onderschatten. Iedere freinetouder en leerkracht die het  nieuws gezien heeft, kan niet anders dan zich vragen stellen.

Dit geval heeft tot een klacht geleid bij de Commissie en de uitspraak van juni 2010 is dan ook overduidelijk.

http://www.ond.vlaanderen.be/zorgvuldigbestuur/pdf/vrijwillige_bijdragen_en_maximumfactuur_beslissing272.pdf

Hier volgt onmiddellijk de beslissing van de commissie:

Aansluitend bij de engagementsverklaring van andere scholen met een alternatief onderwijsproject verwacht de Commissie dat verwerende partij [de school, TT] de wijze waarop zij haar fundamentele doelstelling wil bereiken zou herdenken, zodat in elk geval gewaarborgd zijn voor alle ouders en dit zowel op het moment van de inschrijving als op eender welk ander ogenblik tijdens de duur van het schooljaar:

– een transparante bijdrageregeling die uitgaat van de school en die te onderscheiden is van een eventuele vrijwillige bijdrageregeling op initiatief van de vriendenkring;

– het respecteren van de scherpe maximumfactuur voor de verlevendiging en de maximumfactuur voor meerdaagse uitstappen;

– een absolute scheiding tussen het inschrijvingsbeleid van de school enerzijds en de fondsenwerving van de vriendenkring anderzijds;

afwezigheid van elke vorm van morele druk zowel door de school als door de vriendenkring voor het verkrijgen van bijdragen die uitgaan boven de in het schoolreglement in overeenstemming met het decreet gecommuniceerde bijdrageregeling.

De school mag geld vragen, maar enkel voor buitenschoolse activiteiten ten belope van de maximumfactuur, maar niet meer. Deze kosten moeten ook duidelijk zijn vooraf en gefactureerd worden.

De school mag aan fondsenwerving doen en giften van ouders aanvaarden, maar er mag geen enkele vorm van dwang gecreëerd worden hieromtrent.

De beslissing drukt tot twee maal op een duidelijke scheiding tussen de school en de oudervereniging en het is duidelijk een kenmerk van freinetscholen de scheiding daar allesbehalve duidelijk is.

Nogmaals: sinds het decreet op het kosteloos onderwijs, ontvangen de scholen een extra toelage van €45/leerling bovenop het reeds bestaande budget om het kosteloos onderwijs te realiseren. Ook dit is voor de meeste freinetscholen blijkbaar niet genoeg om hun ‘pedagogisch project te realiseren’.

Laat het ook duidelijk zijn dat de situatie in de TiT ernstiger is dan het geval hierboven beschreven omdat

1. de ouders wordt voorgehouden dat de bijdrage verplicht is en er effectieve stappen worden ondernomen tegen niet-betalers.

2. oudergiften onterecht worden gebruikt…

3. het recht op inschrijving niet gerespecteerd wordt: ouders moeten een niet-publieke, complexe registratieprocedure doorlopen

En los daarvan is er nog het financieel beleid van de vzw, waar eigenlijk geen enkele instantie (ook de commissie niet) in kan tussenkomen. Deze kwestie staat apart, maar hierover is zeker een boel te zeggen omdat de structuur van ouderverening en school helemaal door elkaar heenlopen.

Verder zijn de statuten van de vzw zo opgesteld dat de bestuurders geen persoonlijke aansprakelijkheid hebben, laat staan dat zij zich binnen de onderwijsstructuren zouden moeten verantwoorden. Dat zoveel belang gewonnen hebben binnen het eigenlijke bestuur van de school is de verantwoordelijkheid van de directeur, niet van de oudervereniging. Het is aan de directeur om deze scheiding te bewaken.



‘Gematigde’ versus ‘echte’ freinetscholen

De laatste maanden is mij opgevallen dat er meer en meer gesproken wordt over andere freinetscholen in termen van ‘gematigd freinet’. Andere, omliggende scholen zoals het Wijdeland of de Appeltuin dragen expliciet die stempel. Dit is echter een ontwikkeling van de laatste paar jaren. Ik citeer wat wel een de aanleiding zou kunnen geweest zijn voor een verandering van politiek in meer freinetscholen. Het inspectieverslag van De Appeltuin uit februari 2011 maakt expliciet vermelding van dit probleem:

De schriftelijke communicatie met ouders in verband met de kostenbeheersing in het basisonderwijs is niet volledig correct en transparant. De informatiebrochure De Appeltuin concreet van A tot Z vermeldt niet dat er geen kosten mogen worden aangerekend om de ontwikkelingsdoelen na te streven en de eindtermen te bereiken, bevat geen bijdragelijst zodat ouders bij het begin van het schooljaar een zicht zouden hebben op de kosten die de school kan doorrekenen en accentueert onvoldoende het vrijblijvende karakter van een mogelijke gift (BaO/2007/05 Kostenbeheersing in het basisonderwijs).

http://www.ond.vlaanderen.be/doorlichtingsverslagen/verslagen/BaO-1011-56011-DL_VER_10617.pdf

Wat hier zo mooi omschreven wordt “benadrukt onvoldoende het vrijblijvende karakter van een mogelijke gift” betekent: de communicatie misleidt de ouders door de indruk te wekken dat zij verplicht zijn dit te betalen. Het wordt zo wollig geformuleerd voor een belangrijke reden: het geld dat de ouders overgeschreven heeft wettelijk het statuut van een gift, want het is ongefactureerd. Verderop in de aanbevelingen (wat de school verbeteren moet) wordt het nogmaals duidelijk dat de school een plicht heeft de ouders eerlijk te informeren over hun rechten en plichten.  Men verwacht van een school…

Transparante informatie in de schriftelijke communicatie naar ouders verschaffen en de decretale onderrichtingen in verband met de kostenbeheersing in het basisonderwijs correct naleven. (BaO/2007/05 Kostenbeheersing in het basisonderwijs)

Deze vaststellingen zijn vrij recent, maar de invloedrijke rol een van de oudste freinetscholen van het land, mag niet onderschat worden. Aan de andere kant zijn er nu in de Appeltuin al maatregelen genomen om het financieel beleid aan het decreet aan te passen. De bijdrage is vrijwillig en zorgt voor een aantal ondersteuningsprojecten zoals melk- en fruitverdeling, maar wordt niet langer verantwoord als ‘nodig voor freinetwerking’. De klassen of school kunnen zich nog steeds tot de oudervereniging wenden voor extra steun als ze die nodig hebben, maar de blanco cheque, is nooit een goed idee. Waarom zouden ouders geen geld meer bijdragen als ze niet verplicht zijn? Het gaat enkel over de eerlijke transparante communicatie, niet over het geld zelf.

In het schoolreglement van het Wijdeland, schippert men nog halfweg. Er wordt gezegd dat het onderwijs kosteloos is (dat is al wat), maar toch ook over een bijdrage gesproken waarbij een bepaald bedrag vooropgesteld wordt. Het is een vrijwillige bijdrage, maar het moet wel €25/kind zijn. Je bepaalt zelf de frequentie van de betalingen, als je alle maanden maar betaald.

BIJDRAGEN

De school hanteert geen inschrijvingsgeld. Alle activiteiten die de school ontplooit om de eindtermen of ontwikkelingsdoelen te bereiken zijn volledig ten koste van het schoolbudget en dus gratis voor de ouders. Ouders moeten daarom niets kopen behalve een boekentas, een brooddoos, een drinkbeker, sportschoenen, een korte broek, T-shirt en sportzak. Indien schoolmaterialen worden beschadigd of zoek raken, kunnen ze vervangen worden op kosten van de ouders. Om onze Freinetwerking en ons projectonderwijs waar te maken vraagt de vzw ‘Vrienden van Het Wijdeland’ aan de ouders een vrijwillige bijdrage te storten op de rekening van vzw ‘Vrienden van Het Wijdeland’, rekeningnummer 735-0203340-16. De vrijwillige bijdrage bedraagt 25/kind/schoolmaand. De frequentie van betalen bepaalt u zelf (maandelijks, 2-maandelijks, trimestrieel, semestrieel of in één keer). Gezinnen met 3 of meer kinderen betalen voor het 3de kind €15, voor het 4de 10/maand. Vanaf het 5de kind: geen bijdrage. Ouders wiens financiële draagkracht met deze ouderbijdrage wordt overschreden betalen minder. Dit wordt in alle discretie afgesproken met de directeur. Met deze vrijwillige bijdrage wordt het ervaringsgericht en projectmatig karakter van ons onderwijs gesteund, o.a. voor het betalen van de vele ervaringsuitstappen, culturele bezoeken, het inhuren van sprekers, het bezoeken van musea en tentoonstellingen, alsook de aankoop van projectmaterialen.

Tot slot worden de bewegingsactiviteiten (turnen, zwemmen, overdekte speeltuin, sportdagen, …), feestelijke activiteiten en een deel van de verrijking van de speelplaats hiervan bekostigd. Ouders die geen vrijwillige bijdrage wensen te betalen wordt de reële kostprijs van de activiteit aangerekend, rekening houdend met de geldende maximumfacturen voor kleuters en voor lager.

Schoolreglement freinetschool Het Wijdeland

Het is onmiddellijk duidelijk dat hieruit inspiratie geput is voor de ouderbijdrage in de Tinteltuin, waar een vergelijkbare tekst circuleert in de Tintelwijzer. Of dit nu het schoolreglement is, is niet duidelijk, het is toch niet dit boekje dat de ouders ondertekenen bij de inschrijving.

Ouderbijdragen. In ons land moeten de ouders geen geld betalen om hun kind naar school te laten gaan.We hebben al verteld dat we in de TintelTuin veel dingen doen die ze op (sic) andere scholen minder of zelfs niet doen. Zo gaan we bvb elk jaar met de klas op kamp, we hebben veel ateliers, we gaan vaak op stap,…knutselmateriaal kost veel geld, uitstapjes ook. Daarom geven in onze school de ouders elke maand een gift aan de vzw. Je moet dan wel tijdens het schooljaar nooit meer geld meebrengenvoor bvb zwemmen, een uitstap, … uitgezonderd voor het kamp. Je stort je ouderbijdrage regelmatig op het volgende rekeningnummer :(Rekening nr van de vzw !”#$%#%&”#!$’&).

uit: Tintelwijzer

Natuurlijk zijn er ouders die deze extra prijs maar wat graag betalen. Ik vraag mij wel af of ze zo rijk zijn dat ze zelfs het belastingsvoordeel dat ze zouden kunnen doen mocht de school correct zijn en fiscale attesten afleveren aan de ouders die met 2 à 3 kinderen tussen de €700 en €1.000 aan de school ‘schenken’. Het wordt hier ook schrijnend duidelijk dat de school niets fundamenteels anders doet dan andere scholen, of dat daar de ouderbijdrage niet voor gebruikt wordt. Enkel het kamp, als eerste vermeld bij verschillen met andere scholen, is nog extra betalen. Wel wordt hier voor het eerst het woord ‘gift’ gebruikt, wel omringd van alle dwingendheid.

Alweer worden hier ‘kosten voor pedagogische doelen’ (wat je nodig hebt om de kinderen te leren wat ze moeten kennen) en ‘kosten voor buitenschoolse activiteiten’ op een hoopje gegooid. Er mag in het basisonderwijs tot €60 gevraagd worden per kind per jaar aan uitstappen enzoverder, maar met een duidelijk factuur. Knutselmateriaal is in het beste geval altijd pedagogisch materiaal, het is de bedoeling dat de kinderen iets leren tijdens het knutselen, dus in feite mag daar nooit geld voor gevraagd worden.

Men zou beginnen dat ongeoorloofde bijdragen eisen hét kenmerk van freinetonderwijs begint te worden, maar dat niet zo. Er zijn scholen die er een punt van maken de decreten wel naar de letter toe te passen en de ouders via het schoolreglement wel eerlijk inlichten over hun rechten:

8. Kosteloos basisonderwijs

In het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap wordt aan de ouders geen inschrijvingsgeld voor hun kind(eren) gevraagd, noch bijdragen voor kosten die verbonden zijn aan het nastreven van ontwikkelingsdoelen of het behalen van de eindtermen. De materialen die hiervoor nodig zijn, worden door de school kosteloos in bruikleen gegeven aan de leerlingen, maar blijven eigendom van de school. Indien de materialen beschadigd of zoekgeraakt zijn, worden ze vervangen op kosten van de ouders.

Naast het nastreven van de door de overheid bepaalde ontwikkelingsdoelen en eindtermen wil onze school ook haar specifiek pedagogisch project waarmaken, nl. dat van het Freinet-onderwijs. Aangezien de gewone werkingsmiddelen niet volstaan om de extra uitstappen en activiteiten, eigen aan deze onderwijsvorm, te financieren, wordt aan de ouders een minimale bijdrage gevraagd.

Ouders organiseren zelf de inning en de verdeling van deze bijdragen. De gedetailleerde bijdrageregeling wordt als bijlage aan dit reglement gevoegd.

Uiteraard werd in overleg met de schoolraad een regeling uitgewerkt voor kinderen van minder gegoede ouders.

Tot slot wordt een bijdrage gevraagd voor het tweejaarlijks kamp (GWP). De hoogte van deze bijdrage is afhankelijk van o.a. de duur van het kamp en van de aard van de activiteiten. Het totaalbedrag, bedoeld voor drie kampen tijdens de zes lagere schooljaren, zal niet hoger zijn dan 360.

Schoolreglement freinetschool de Mijlpaal.org 2010-2011

Hier wordt niet enkel verwezen naar het decreet over kosteloosheid, maar ook een poging gedaan de maximumfactuur te respecteren. Ik noem dit een poging, omdat er waarschijnlijk nog extramuros (buiten de school) actitiviteiten georganiseerd worden waarvoor de ouders via de ‘vrijwillige bijdrage’ betalen en dit onmiddellijk een overschrijding van die maximumfactuur geeft. Ik weet niet of het anders kan zijn dan dat deze tekst tot kromme situaties leidt, omdat bepaalde ouders veel bijdragen, anderen minder en bepaalde ouders exact weten wie betaalt heeft en hoeveel.

De associaties, in de volksmond, van freinet  met steineronderwijs is die zin niet volledig ongegrond omdat ook steinerscholen om dezelfde manier via vzw”s extra fondsen proberen te innen. Bijdragen in deze scholen zitten naar verluidt boven de €100. Als de freinetbeweging komaf wil maken met het sectair en elitair stigma van freinet, zal ook radicaal afstand genomen moeten worden van een financiële politiek die voor een selectief schoolpubliek zorgt.

Als de Tinteltuin van gratis ervaringsonderwijs van de bovenste plank zijn niche en uithangsbord maakt, kan het zeker uitgroeien tot een fantastische school. Net dat uitgroeien is het probleem: echt freinetonderwijs betekent: kleine school en kleine klassen. Over de klassen heb ik elders iets geschreven en het is geweten dat Freinet soms lesgaf aan groepen van meer dan dertig. Hier is het  belangrijk om op te merken dat de capaciteit van de huidige school in Zoutleeuw veel hoger ligt dan die in Goetsenhoven en dat de school met z’n amper 90 leerlingen sowieso teveel kost per leerling. Een school rendeert, is een volwaardige school vanaf 180 leerlingen. De luxe van de enorm ruime klassen is een gevolg van de onderbezetting, maar op het gebied van huisvesting is dat geen probleem omdat het gebouw toch leegstond.

Wanneer gaat de school zich openstellen voor de lokale kinderen van Zoutleeuw? Inschrijvingen worden systematisch geweigerd omdat klassen volzitten terwijl het gebouw halfleeg staat en de school gesubsidieerd wordt per leerling?